Zolang in Wenen wordt gepraat, is er vooruitgang...

De uikomst van ‘Wenen’ is ongewis. Maar wanhoop niet: onderhandelen betekent ook minder Iraanse verrijking.

Iraanse studenten betogen voor het Iraanse nucleaire programma voor het kantoor van het Internationale Atoomagentschap (IAEA) in Wenen. Foto AP

Al bijna twaalf jaar probeert de internationale gemeenschap het Iraanse atoomprogramma in te dammen. Gisteren eindigde de laatste onderhandelingsronde onbestemd, nadat ministers van de vijf permanente lidstaten van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland intense shuttlediplomatie hadden bedreven in oude Weense paleizen. Ze kondigden aan dat de onderhandelingen worden verlengd tot 30 juni 2015.

Onderhandelaars zeggen dat er „voortgang” is geboekt, maar dat „belangrijke geschilpunten” nog bestaan. Bijzonderheden , vermelden ze niet. Volgens de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry heeft het geen zin te onderhandelen wanneer alle informatie op straat ligt. Vandaar dat zelfs waarnemers die dit nucleaire dossier van dichtbij volgen, amper kunnen beoordelen wat deze verlenging betekent. Zijn ze er bijna? Of is verlengen beter dan stoppen, omdat Iran heeft toegezegd zijn verrijkingsprogramma te bevriezen zolang de onderhandelingen lopen?

Dat laatste lijkt de belangrijkste les die de internationale gemeenschap heeft geleerd: het gesprek gaande houden is op zich een vorm van indamming van het Iraanse atoomprogramma. Toen in 2003 de eerste concrete aanwijzingen kwamen dat Iran stiekem uranium verrijkte, gingen westerse landen (nog zonder China en Rusland) meteen met Teheran onderhandelen. Doel was de verrijking helemaal te stoppen. Iran weigerde: andere landen verrijken toch ook?

In Teheran zat toen een hervormingsgezinde regering. Maar de regering-Bush, die begon aan militaire avonturen in Afghanistan en Irak, eiste ‘nulverrijking’. De onderhandelingen werden afgebroken. Amerika sleepte Iran voor de Veiligheidsraad.

Hardliner

Iran kreeg steeds zwaardere sancties opgelegd. Na 2005, onder hardliner Ahmadinejad, gingen ook aan Iraanse kant alle luiken dicht. Pas in 2009 werd weer een onderhandelingspoging gedaan, onder president Obama, die afketste. Het duurde tot november 2013 voor de boel in Genève serieus werd opgepakt, onder de nieuwe, hervormingsgezinde Iraanse president Rohani.

Punt is: jarenlang werd er niet gepraat, maar des te meer verrijkt. Iran had in 2003 250 centrifuges. Nu heeft het er 19.000, waarvan ruim 10.000 in gebruik. Vlak voor ‘Genève’ zou Iran twee, drie maanden van een kernbom zijn af geweest. De grootmachten zijn allang van de eis ‘nulverrijking’ afgestapt. Doel is nu: verrijking zo ‘verminderen’ dat het land één jaar van een bom af is. Doordat Iran als ‘welwillende geste’ sinds Genève meer inspecties toelaat, voorraden hoog verrijkt uranium vermindert én minder verrijkt (in ruil krijgt Iran enige verlichting van sancties), is het nu al zes maanden van een bom af – verder dan in 2013. Onderhandelen is, kortom, óók ‘containment’.

Iran, dat desperaat van sancties afwil, is nu een bondgenoot tegen IS. Als de onderhandelingen afketsen, zou dit Iran in de armen van Rusland en China drijven. Redenen om te blijven onderhandelen, en te proberen een deal te sluiten vóór hardliners in de VS of Iran er weer een eind aan maken.