Wilde bij is niet gered met mooie akkerrand

Als wilde bloemen verdwijnen, verdwijnen ook de wilde bijen die van die bloemen afhankelijk zijn. Ze vinden dan te weinig voedsel voor zichzelf en hun larven, vooral stuifmeel. Dat concluderen onderzoekers van het Wageningse instituut Alterra vandaag in PNAS (early edition online).

De helft van de 357 soorten wilde bijen in Nederland is bedreigd en staat op de Rode Lijst. Deze soorten zouden tegenwoordig minder voedsel vinden, omdat veel verwilderde graslanden, heides en bosranden waar hun waardplanten groeien verdwenen zijn.

Om vast te stellen of dat klopt, achterhaalden de onderzoekers van Alterra het oorspronkelijke dieet van verschillende, inheemse bijensoorten. Ze onderzochten bijen in Nederlandse museumcollecties die vóór 1950 terechtkwamen. „Bij vijf tot tien procent kleefden er nog pollen aan de pootjes of aan de borstelharen op hun achterlijf”, zegt promovendus Jeroen Scheper van Alterra.

Scheper zag dat het inderdaad slechter gaat met bijen waarvan de waardplanten in aantal zijn afgenomen, zoals de bijen die afhankelijk zijn van planten uit de vlinderbloemenfamilie als klaver en luzerne. Bijensoorten die hun stuifmaal halen uit veelvoorkomende of veel geteelde planten, zoals de aardbei, appel, braam en peer, zijn er juist op vooruitgegaan.

Scheper en zijn collega’s vonden ook dat kleinere bijensoorten het beter doen dan grote, zoals hommels. „We hadden verwacht dat grote bijen zich konden handhaven, omdat ze verder kunnen vliegen”, zegt Jeroen Scheper van Alterra. „Maar we denken nu dat ze meer stuifmeel nodig hebben voor hun larven.”

Volgens Scheper laat het onderzoek zien dat zomaar inzaaien van wilde bloemen niet helpt om wilde bijen te redden. „Vaak wordt er een algemeen en goedkoop bloemenmengsel ingezaaid”, zegt Scheper. „Maar bijen hebben daar niets aan als hun specifieke waardplant er niet tussenzit.”

Scheper benadrukt dat zijn studie niets zegt over de problemen rond de honingbijen die imkers houden.