Striptekenen in de stijl van Jan Toorop

In zijn graphic novel ‘Doolhof van Eeden’ creëert tekenaar Roelof Wijtsma een zoektocht naar een verloren paradijs, met veel lege landschappen. „De wereld is unheimisch.”

Beeld uit Doolhof van Eeden van Roelof Wijtsma.

‘Ik heb als kind in Chili gewoond. Vijfentwintig jaar later ben ik teruggegaan, met de verwachting een thuiskomst te ervaren. Het tegendeel was waar. Het was een koude douche. Ik voelde me ontheemd. Toen ik terugkwam kon ik dat gevoel niet onder woorden brengen. Dus probeerde ik het in beelden te vangen. Gesublimeerd, allegorisch.”

Zo ontstond over een periode van tien jaar het stripboek Doolhof van Eeden van de Groningse tekenaar Roelof Wijtsma (1967). In het magisch-realistische verhaal zoeken een naakte man en vrouw door een mysterieus, onherbergzaam landschap naar hun ouders. De tocht voert langs een Wachter, door tunnels en langs ruïnes naar een langzaam verzinkend huis.

Opvallend in dit schitterend ogende boek is de naar art nouveau neigende gestileerde lijnvoering, het bijna ontbreken van tekst en het stemmige kleurgebruik. Wijtsma tekende met alleen zwart, wit en één licht roodbruine tint. „Via het werk van Jan Toorop kwam ik op het spoor van het symbolisme. Zo is de stijl van Doolhof van Eeden ontstaan. De zwaarte, somberheid en religieuze inslag van die stroming passen bij dit verhaal.”

Het verhaal heeft alles met de dood te maken. „Ik was acht toen ik terugkwam in Nederland, veertien toen mijn vader overleed en vierentwintig toen mijn moeder doodging. In Chili waren we nog een compleet en gelukkig gezin. Dat maakte de reis naar Chili beladen. Ik verlangde naar een paradijs dat verloren was gegaan.”

Als de man en vrouw het paradijs denken te betreden, merken ze dat ze lopen door een glazen tunnel. De wereld buiten blijft buiten bereik. Het is een van de elementen van het verhaal die hun oorsprong in het alledaagse hebben en door Wijtsma allegorisch worden verteld. „In Chili maakte ik een lange bustocht van noord naar zuid. Ik zat vast in die bus, voelde me gevangen. Ik kon niet bij het landschap komen dat ik zag. Zo heb ik die busreis gesublimeerd. Dat gevoel wilde ik weergeven.”

Het kale kleurpalet komt ook van Toorop. „Zijn tekeningen zijn monochroom, zwart met wit ingelegd – met name zijn tekening Fatalisme uit 1893 trok me zijn werk in. Ik zocht een manier om dat ook te doen en stuitte daarbij op van die ouderwetse bruine enveloppen. Als ik op vellen van die kleur zwarte tekeningen legde, kreeg ik de klassieke uitstraling die ik wilde bereiken. Op die eerste laag heb ik wit aangebracht, met tipp-ex en wit krijt. Vervolgens ging ik krassen in het zwart, voor een gravure-effect. Ik heb er lekker mee gespeeld.”

Wijtsma tekende veel monumentale en lege landschappen. „Dat paste bij de ervaring van de personages. De wereld is unheimisch.” Met de indeling van de bladspiegel experimenteerde hij flink. Kaders wisselen van grootte, ontbreken soms, of ogen als gebogen kerkramen. „Op dat punt ben ik wel beïnvloed door het psychedelische werk van Moebius en Richard Corben. Het was spannend om een vaste kadrering los te laten.”

Doolhof van Eeden maakte Wijtsma in de avonduren. Het was een project waar hij zijn hart in kon leggen. Overdag werkt hij in opdracht, als striptekenaar van kinder- en jeugdstrips, en als illustrator. „’s Avonds ging ik naar mijn atelier in mijn tuinhuisje en zette gedragen muziek op. Dan verdween ik in mijn doolhof.”