Column

SBM ontdekt zijn eigen omkoping, maar hoe?

Onrust voedt onmacht. In de tweede helft van 2011 leek machteloosheid het lot van SBM Offshore, een beursgenoteerde leverancier van drijvende olieopslagplatforms. Twee projecten waren op een kolossale schadepost uitgedraaid. Na de eerste winstwaarschuwing op 28 juli 2011 bood bestuursvoorzitter Tony Mace zijn ontslag aan. De dag voor het tweede winstalarm op 24 januari 2012 besloot financieel directeur Mark Miles in overleg met de commissarissen af te zien van een nieuwe termijn.

Ergens in die onrustige periode waarin de interne financiële controles faalden, heeft iemand besloten om de anti-omkoopregels tegen het licht te houden. Waarom? Routineklusje? Een tip? Het bleef toen onduidelijk.

Het onderzoek leidde naar een beerput. Twee weken geleden schikte SBM Offshore drie omkopingszaken met de Nederlandse justitie voor een recordbedrag van 240 miljoen dollar (193 miljoen euro).

In het jaarverslag van SBM over 2011 is nog niks aan de hand. De commissarissen spreken hun teleurstelling uit over het verlies van, omgerekend, 317 miljoen euro. Over een onderzoek naar omkoping geen letter. De enige hint dat er iets loos is, lijkt een van de achttien onderwerpen in de commissarisvergaderingen: het antifraudebeleid. Maar diezelfde frase stond er in 2010 ook.

Het verslag van de commissarissen over 2011 is gedateerd op 2 maart 2012. Vijf weken later benoemden zij op stel en sprong de doorgewinterde advocaat Sietze Hepkema in een nieuwe positie: chief governance and compliance officer. Hij krijgt 150.000 euro ‘tekengeld’. In die vijf weken zijn alle alarmbellen afgegaan op het hoofdkantoor in Schiedam, maar dat hoorde de buitenwereld pas later.

Inmiddels is meer duidelijk. Eerder dit jaar meldde SBM dat het bedrijf van een ‘derde’ had gehoord dat een van zijn agenten in Equatoriaal Guinea waardevolle goederen had gegeven aan overheidspersoneel. Na twee jaar durfde SBM eindelijk de aanleiding van het schandaal prijs te geven.

Per saldo heeft SBM tussen 2007 en 2011 „ongeoorloofde betalingen aan handelsagenten en buitenlandse overheidsfunctionarissen in Equatoriaal Guinea, Angola en Brazilië” gedaan, aldus het Openbaar Ministerie. Eén bestuurder van SBM wist in elk geval van de omkopingen in Guinea, zegt justitie nu. Maar noemt geen naam. Wie? Is dat de ware reden van het plotse, verder niet toegelichte ontslag per 7 november 2013 van meneer Laures, de operationele man in de top die eerder de commercieel directeur was?

Een brisant dossier onder water houden, terwijl je onder hoogspanning een oplossing zoekt, is beproefd beleid. In het bedrijfsleven. In de politiek. Zulk beleid roept altijd vragen op. Als we eerst niks mochten weten, horen we nu dan alles?

Minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) informeerde de Tweede Kamer eind 2011 niet over de financiële vulkaan vol derivaten onder woningcorporatie Vestia. Hij wilde eerst de omvang kennen. En een uitweg weten.

Automatiseringsbedrijf Ordina meldde beleggers afgelopen zomer niet dat men een onderzoek was gestart na vragen van tv-programma Zembla over dubieuze praktijken. Toen Ordina vervolgens de eerste uitkomsten van dat niet eerder vertelde onderzoek meldde, schrokken beleggers. De koers kelderde. Inmiddels eist een belegger bij het Amsterdamse gerechtshof een onafhankelijk onderzoek.

De SBM-zaak onderstreept, niet voor het eerst, dat grootscheepse corruptie promotie bevorderend werkt op de hoogste niveaus van het bedrijfsleven en alleen tegen hoge kosten bestreden wordt. Over het terugvorderingen van bonussen uit deze jaren heb ik niks gelezen. En commissarissen blijven zitten.