Pas op, Poetin kan met Kosovo hetzelfde doen als met de Krim

Europa heeft een actievere veiligheidspolitiek nodig. Immers, een nieuw Balkanconflict ligt op de loer, meent Theo van den Doel.

Vorige maand werd de Russische president Poetin met veel egards in de Servische hoofdstad Belgrado ontvangen. De Servische regering pakte met groot militair eerbetoon uit. Aan het eind van de dag ging Poetin met de hoogste Servische onderscheiding terug naar Moskou.

Kort na Poetins bezoek onthield Rusland zich bij een stemming over een VN-resolutie, waarmee het mandaat van de EU- stabilisatiemacht op de Balkan werd verlengd. Deze onthouding illustreert dat de revanchistische agenda van Poetin verder reikt dan Oekraïne en de Kaukasus. Ligt er een nieuw Balkanconflict op de loer?

Servië, kandidaat-lidstaat van de EU, is een trouwe bondgenoot van Rusland. De huidige president van Servië, Nicolic, is zelfs van mening dat Servië beter af zou zijn als provincie van Rusland dan als lid van de EU. Zijn eerste buitenlands bezoek als president was naar Rusland. Kort nadat hij tot president was verkozen ontkende hij nog dat in Srebrenica genocide had plaatsgevonden. De premier van Servië, Vucic, tapt uit hetzelfde vaatje. Hij staat bekend als voorstander van een Groot-Servië.

De geest van zijn overleden partijgenoot Milosevic, waart dus nog steeds rond op de Balkan. Ook het verlies van de Servische provincie Kosovo is een diepe wond, die het ultranationalisme en revanchisme in Servië alleen maar voedt. Een opsplitsing van Kosovo, waarbij de Servische minderheid zich bij Servië aansluit, staat nog steeds op het verlanglijstje. Een vergelijking met de Russische inmenging in Oost-Oekraïne ligt voor de hand. De revanchistische agenda van Poetin wordt ook door de regering in Belgrado omarmd.

Tijdens Poetin bezoek werden afspraken gemaakt over gezamenlijke oefeningen van de Russische en Servische strijdkrachten. De akkoorden werden meteen al in daden omgezet: dezer dagen vonden gezamenlijke oefeningen plaats in het grensgebied met EU en NAVO-lidstaat Kroatië. Naar de urgentie kan men slechts gissen. Dat de Russische minister van Noodsituaties ook deel uitmaakte van Poetins delegatie is een veeg teken. Het valt niet uit te sluiten dat Poetin zijn bondgenoot Servië als vooruitgeschoven post wil gebruiken om de EU en de NAVO vanuit meerdere fronten te kunnen bestoken. De Servische belangen en de Russische agenda sluiten naadloos op elkaar aan. De Servische nationalisten willen niets liever dan dat de Republiek Srpska zich afsplitst van Bosnië-Herzegovina en samen met delen van Kosovo zich aansluit bij Servië. Daarmee zou een einde komen aan de Bosnische federatie.

De onafhankelijkheid van Kosovo wordt niet alleen door Servië, maar ook door Rusland als onrechtmatig en volkenrechtelijk onjuist beschouwd. De groene mannetjes van Poetin, zonder onderscheidingstekens en met oorlogservaring in Tsjetsjenië of in Donetsk, kunnen zomaar opduiken in Kosovo om hun Slavische broeders te komen beschermen. Een nieuw Balkanconflict ligt dan op de loer.

Met de annexatie van de Krim is door Poetin de Rubicon overschreden. De Russische inmenging in Oost- Oekraïne tast de territoriale integriteit van de Oekraïne aan en is in strijd met het VN-Handvest. Maar van de VN valt weinig te verwachten. De EU ontbeert het aan effectieve middelen om Rusland tot de orde te roepen. Ook al worden de economische sancties door de Russische burger gevoeld, het zal de werkelijkheid niet veranderen. De Russische propagandamachine wint het van de lege schappen in de winkels.

De veiligheid van het Europese continent is in gevaar. Het OVSE-handvest voor een Nieuw Europa (1990) wordt door Rusland met voeten getreden. Het CSE-verdrag, dat de conventionele verhoudingen in Europa regelt, heeft Rusland in 2007 opgeschort.

Op de recente NAVO-top in Wales werd besloten tot een ‘snelle interventiemacht’, in hoofdzaak om de Oost-Europese lidstaten gerust te stellen. Vervolgens is men overgegaan tot de orde van de dag. In de Europese hoofdsteden ontbreekt de urgentie. Een nieuwe, actieve Europese Veiligheidsagenda is noodzakelijk. De NAVO moet hierin het voortouw nemen. Voorkomen moet worden dat nieuwe conflicthaarden zich in het hart van Europa aandienen. Als dat gebeurt, zijn wij immers is te laat.