Topsalarissen in Hilversum dalen, maar lucratieve omweg blijft

Stap voor stap daalt het aantal veelverdieners bij de publieke omroep. Vier van de vijf bestuurders hebben dit jaar vrijwillig hun salaris onder de norm gebracht. Dat zei staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) gisteren in een debat over de publieke omroep in de Tweede Kamer.

Alleen Arian Buurman, directeur van reclameverkooporganisatie STER, wil nu nog niet vrijwillig salaris inleveren. Zij maakt gebruik van het overgangsrecht van de Wet normering topinkomens (WNT). „Dat is haar goed recht”, zei Dekker gisteren in de Kamer, „maar ik betreur het wel.”

De WNT-norm voor 2014 is 230.474 euro. Dat is 130 procent van het salaris van een minister. Per 1 januari 2015 wordt dat verlaagd. Dan mogen topinkomens in de (semi)publieke sector, waaronder de publieke omroep, niet hoger zijn dan 100 procent van het ministerssalaris van 178.000 euro.

Volgens Dekker is ook het aantal veel verdienende presentatoren flink gedaald. Dit jaar verdienen nog zes medewerkers, onder wie Matthijs van Nieuwkerk, Paul de Leeuw en Antoinette Hertsenberg, meer dan de norm. „De bedoeling is dat dat aantal teruggaat naar drie. En wat mij betreft naar nul”, aldus Dekker gisteren.

Televisie- en radiopresentatoren vallen nu nog niet onder de WNT. In de nieuwste aanpassing van de wet geldt het maximum niet alleen voor bestuurders, maar ook voor andere medewerkers van publieke organisaties. Voor presentatoren hanteert de omroep het Beloningskader presentatoren in de publieke omroep (BPPO).

In het BPPO-overzicht dat de omroep in april publiceerde, staat dat één presentator van de VARA „werkzaam is vanuit een bv”. Betaald krijgen via een bv die de productie van een tv-programma verzorgt, is een bekende omweg in Hilversum.