Oefenpinguïns

Op het Zuidpooleiland Marion bloeit iets uitzonderlijks op tussen pelsrobben van de soort Arctocephalus gazella en koningspinguïns (Aptenodytes patagonicus). Het begon in 2006 toen de Zuid-Afrikaanse zoöloog Nico de Bruyn zag hoe een 120 kilo zware mannelijke pelsrob verwoede pogingen deed om met een pinguïn te paren. In de publicatie over dit geval van klasse-overstijgende seks werd de rob van ‘seksuele kwelling’ beticht. Maar er was meer aan de hand.

In Polar Biology (11 november 2014) rapporteerden De Bruyn en zijn studenten over drie nieuwe gevallen van brute verkrachtingen van pinguïns door pelsrobben. Ze spreken nu van een opkomend, vermoedelijk aangeleerd, gedragspatroon bij jong-volwassen mannetjes die daarmee hun paringstechnieken oefenen.

De schokkende beelden die de publicatie ondersteunen laten zelfs een duidelijke penetratie zien. Tegen dergelijk geweld is de vogel anatomisch niet opgewassen, want pinguïns hebben geen penis. De pelsrob daarentegen heeft in zijn uitwendige geslachtsorgaan ook nog eens een penisbeen van 14 centimeter (zie plaatje).

Pinguïns zijn overigens ook geen lieverdjes. Al in 1911 stelde poolreiziger George Levick vast dat jonge mannetjes van de Adeliepinguïn zich schuldig maken aan verkrachting, necrofilie, homofilie, pedofilie en masturbatie. Zij hielden het echter bij de eigen soort.