Mahler de romanticus is larger than life

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: Gustav Mahler en zijn briljante symfonieën.

Beeld Anna Klevan

Nederland mag dan sinds gisteren (zoals je op pagina 21 kunt lezen) een Componist des Vaderlands hebben, als we één nationale componist hebben is het een Duitser. De ultieme troetelcomponist is in Nederland natuurlijk Johann Sebastian Bach. Maar er is er nog een die in dit land een bijzondere plaats inneemt. Iemand die geboren werd in een dorpje dat nu in Tsjechië ligt, Kalischt (nu Kalište). Een man wiens symfonieën (hij voltooide er negen) al langer dan een eeuw centraal staan in de Nederlandse concertzalen.

Ik heb het over Gustav Mahler (1860-1911). Een componist die een standbeeld verdient zo hoog als de Burj Khalifa in Dubai.

Nou ja, da’s natuurlijk nergens voor nodig. Zijn symfonieën zijn al larger than life. Niet alleen in abstracte zin trouwens: voor zijn Achtste symfonie heb je een gigantisch orkest en koor nodig met honderden musici en zangers.

Laat ik eerst vertellen wie hij was. Mahler kwam uit een joods gezin. Hij groeide op in Bohemen en hield behalve van literatuur en muziek enorm van de natuur. Die componenten keren steeds terug in zijn muziek. Componeren deed hij ook bij voorkeur in zijn hutje aan de Attersee, bij Salzburg.

De natuur is hoorbaar in zijn Eerste symfonie (dat is het stuk waar je mee moet beginnen – pak het chronologisch aan), waarin hij de wereld van zijn jeugd verklankte. Je hoort een koekoek. Een boerendans in het tweede deel. In het derde hoor je in de verte klezmermuzikanten spelen, maar eerst klinkt een melodie die je misschien ook wel kent uit je eigen jeugd: van de Vader Jacob-canon maakte hij een treurmars. Niet in majeur, maar in mineur.

Ik heb vaak mensen horen zeggen dat wanneer je het over Mahlers werk hebt, je het eigenlijk ook hebt over de componist zelf. Dat gaat wat ver, maar het klopt dat hij zijn leven soms expliciet in zijn muziek verwerkte. Daardoor voelt zijn muziek voor veel mensen wat te dichtbij. Pathetisch zelfs. Mahler was immers romanticus, een man van het gecultiveerde lijden. Daar moet je je niet door laten afschrikken. Want hij was óók een fantastische orkestrator. Zijn muziek is ongelooflijk kleurrijk.

Mahler was in zijn tijd een van de belangrijkste dirigenten (hij werkte onder meer bij de Wiener Staatsoper en het New York Philharmonic). Maar als componist voelde hij zich lang onbegrepen. Behalve in Nederland, dat een tweede muzikaal thuis werd. Hij raakte bevriend met Willem Mengelberg, die als dirigent van het Concertgebouworkest Mahlers symfonieën promootte. Nog steeds is zijn muziek het belangrijkste repertoire voor dat orkest.

Gelukkig maar, weten wij Mahlerianen – de hardcore fans van deze muzikale grootheid. Wij discussiëren over de mooiste uitvoeringen van ‘Mahler 4’ (als we de Vierde symfonie bedoelen). Wij maken ons druk over de vraag of Hij in de Zesde nou het Andante of het Scherzo als tweede deel heeft bedoeld. Wij vinden dat je onmogelijk van een Mahlersymfonie maar één deel kan draaien; alleen als je een complete symfonie hoort, kom je dichter bij Hem.

Luister maar naar zijn Tweede. Het tweede deeltje daarvan is zo lieflijk, zo mooi dat je het bijna niet kunt verdragen. Pas als je het eerste ervoor draait, besef je dat het een antidotum is voor het duistere begin dat de dood ademt. Meesterlijk gedaan.