Column

Je koelkast is cyberspace, de beslissing erover is politiek

Je neemt een middag vrij en rijdt naar de kust. Computer uit, telefoon uit. Op het lege strand staar je gevoelvol uit over zee. Dit is de verlatenheid die je zocht. Zand, wind, meeuwen, rollend tij: je kent het allemaal van negentiende eeuwse romantici als Turner en Longfellow. De stad met al haar gewoel is ver, je staat daar huiverend in je schipperstrui. Waar ben je? In cyberspace.

In de vorige eeuw dachten we bij het woord cyberspace nog vooral aan internet. Je kon online zijn of offline zijn. Maar nu is het tijd geworden te beseffen dat cyberspace oneindig veel ruimer is dan dat kleine hoekje van het internet. De straat is cyberspace, je bed is cyberspace, het lege strand – far from the madding crowd – is cyberspace. Hoe offline je ook mag zijn, je hebt een slimme pil geslikt, een medicijn dat gegevens verzamelt en verstuurt, en dus ben je ook op dat verlaten strand met een datasysteem verbonden.

Toen de commissie-Elias onlangs een rapport uitbracht over het falende ICT-beleid van de overheid, kwam ze met een grappige conclusie. „De politiek beseft het niet, maar ICT is overal”. Dat was vooral zo grappig omdat het zo ongelofelijk was. Informatietechnologie zit tegenwoordig in pacemakers, bushokjes, koelkasten, bommenwerpers, koeien, kleren, kassa’s, graanvelden, strandpalen en rivieren – en maakt daarmee verbinding mogelijk tussen fabrieken, geldstromen, consumentenvertrouwen, olieplatformen, stedenbouw, de koers van krantenredacties. En beleidsmakers weten dat niet?

Er valt nog iets indringenders te zeggen. Iets dat de politiek kennelijk ook nog niet beseft, hoewel het toch zo verschrikkelijk voor de hand ligt. ICT is overal – en zal de politiek straks volkomen overbodig maken. Want politiek wordt overbodig als normatieve keuzes overbodig worden. En normatieve keuzes worden overbodig als beslissingen zelfstandig uit gegevens komen rollen.

In de datagestuurde samenleving waar we op afstevenen, hebben beslissystemen jou en je keuzes niet nodig om je leven vorm te geven. Dat de samenleving datagestuurd is, betekent dat gegevens in grote hoeveelheden worden verzameld via sensoren en chips en weet ik veel wat voor slimme dingen. Op basis van statistische analyses komen algoritmes tot stand die zelfstandig tot een beslissing leiden. Aan de toepassing van de statistisch onderbouwde regel op jouw individuele geval komt geen mens meer te pas.

In zijn Godwinlezing van dit jaar gaf Hans de Zwart van Bits of Freedom een voorbeeld. Een vriend van hem reed met een huurauto nogal schokkerig – optrekkend en afremmend – over de gracht. „U rijdt roekeloos”, zei de boordcomputer, „als u zo door gaat dan zullen wij uw abonnement beëindigen.” Van roekeloosheid was geen sprake, maar leg dat zo’n beslisregel maar eens uit.

De Zwart gaf ruiterlijk toe dat het beëindigen van autohuur geen halszaak is. Maar wat, zei hij, als het gaat om je hypotheek of je verzekering? Wat als zo’n automatische beslisregel je op basis van een profiel de toegang weigert tot hotels, diensten, mogelijkheden? „Tja, ik begrijp dat u een islamitische slagerij in dit pand wilt openen, maar de computer geeft duidelijk aan dat het moslimquotum in de retailspace van deze wijk al bereikt is.”

In het buitenland buitelen auteurs over elkaar heen om uit te leggen dat aan automatische beslissystemen nadelen kleven. Zelfs het Pentagon, begrijp ik, ziet nadelen in oorlogvoering zonder menselijke interventie en in software die zelf bedenkt wie er dood moet. Van het Pentagon mogen zulke beslissingen daarom alleen semi-automatisch worden genomen.

De teerhartigheid van het Amerikaanse leger zou je ook graag bij andere instanties zien. Op het moment vergadert heel innoverend Nederland erop los om straks de steden te kunnen volplempen met sensoren. Over anderhalf jaar wordt wereldwijd 32 miljard euro uitgegeven aan smart cities en Nederland doet graag mee op die wereldmarkt.

Slimme steden verzamelen dan volop gegevens die via beslisregels worden omgezet in beleid. De beslisregels worden niet onder toezicht van het parlement gemaakt, ze worden in elkaar geflanst door technici en ondernemers. Uiteraard hebben zij het beste met ons voor: hun beleid zal vast het paradijs dichterbij brengen. Toch is het jammer dat politiek en politieke rechten verdwijnen als we ons door bedrijven laten regeren.

Voorlopig hebben we een heel decoratieve minister van Veiligheid en Justitie met een prachtige bronzen stem, die een uitspraak van het Europese Hof over dataopslag naast zich neerlegt en denkt dat hij daarmee de veiligheid dient. Die minister moeten we vooral niet weg doen, hij staat mooi op de schoorsteenmantel. Maar graag ook een paar nieuwe, kwieke politici die de politiek redden.