Hoogleraar moet eerlijk zijn over bijbanen

Illustratie Christopher Weyant

De bijzonder hoogleraar moet wel een uitzondering blijven, vinden Marcel Metze en Casper Thomas.

Wat mag de samenleving van een hoogleraar verwachten? De Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) verwoordt het helder. Een onderzoeker moet zich laten leiden door „geen enkel belang dan het wetenschappelijk belang”, aldus haar gedragscode.

Dat klinkt logisch. Commerciële belangen, de wensen van de politiek of iemands privévoorkeuren zijn slechte raadgevers voor een wetenschapper die zich laat voorstaan op zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. De dagelijkse praktijk is ver van dit ideaal weggegleden, zo constateren wij deze week in een groot dossier van De Onderzoeksredactie dat wordt gepubliceerd in De Groene Amsterdammer.

Ons onderzoek brengt een schaduwuniversiteit aan het licht die in omvang de reguliere academie naar de kroon steekt. Nederland telt 5.800 hoogleraren, althans volgens de universitaire websites. Daarvan heeft ruim 80 procent nevenactiviteiten. Samen hebben ze 17.000 van die activiteiten, wat neerkomt op bijna vier per persoon. Toen we met een representatieve steekproef controleerden of de hoogleraren hun nevenactiviteiten ‘actueel en volledig’ opgeven, zoals de VSNU-gedragscode voorschrijft, bleek dat zij eenderde niet melden.

Ons onderzoek bevestigt dat de wetenschapsagenda in veel gevallen niet alleen meer wordt bepaald door de nieuwsgierigheid van de vrije onderzoeker, maar mede door partijen die hun eigen (commerciële of beleidsmatige) belangen voorop stellen. Dit wordt versterkt door de groei van projectgebonden onderzoeksfinanciering ten koste van het onderzoeksgeld dat universiteiten naar eigen inzicht kunnen besteden.

Marcel Metze is hoofdredacteur van De Onderzoeksredactie, een onafhankelijk platform voor onderzoeksjournalistiek. Casper Thomas is redacteur van De Groene Amsterdammer.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Hoogleraar moet eerlijk zijn over bijbanen’ (€)