‘Hard bewijs voor verdringing op de arbeidsmarkt door goedkope buitenlander’

Dat stond vrijdag in onder meer De Telegraaf.

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Er is „hard bewijs voor wat velen allang vermoedden”, schreef De Telegraaf vorige week. „Steeds vaker nemen goedkope buitenlandse arbeidskrachten, vooral afkomstig uit Midden- en Oost-Europa, de plek in van Nederlanders.” De krant schrijft dat er „sprake is van verdringing” in sectoren als de bouw, de industrie of het wegtransport. „Goedkope buitenlander krijgt werk Nederlander”, is de kop boven het artikel. Is er inderdaad sprake van „hard bewijs”?

Waar is het op gebaseerd?

In opdracht van minister Asscher (SZW) onderzocht SEO Economisch Onderzoek verschuivingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het rapport daarover, Grensoverschrijdend aanbod van personeel, verscheen afgelopen vrijdag.

SEO vergeleek cijfers van onder meer het CBS over de afkomst van werkenden in Nederland uit 2001 met 2011 (recentere cijfers zijn er nog niet). Het onderzoek focuste op de sectoren landbouw, industrie, bouw, groothandel en transport omdat daar de meeste arbeidsmigranten werken. SEO deed ook ‘kwalitatief onderzoek’, zoals interviews met werkgevers en werknemers in de genoemde sectoren.

En, klopt het?

Uit cijfers van het CBS blijkt inderdaad dat het aantal Nederlandse werknemers in de onderzochte sectoren is gedaald terwijl tegelijkertijd het totale aantal buitenlandse werknemers is toegenomen – van de laatste groep groeide het totale aandeel op de arbeidsmarkt van 4,9 procent in 2001 naar 7,7 procent in 2011. Die groep komt bijna helemaal uit de MOE-landen (De Midden- & Oost-Europese landen die in 2004 en 2007 bij de EU kwamen).

Is dat „hard bewijs” dat arbeidsmigranten Nederlanders verdringen? „Het ligt een stuk genuanceerder”, zegt Ernest Berkhout, mede-uitvoerder van het SEO- onderzoek. Arbeidsmigranten kregen misschien wel een groter aandeel, maar verdrongen ze daarmee ook Nederlandse werknemers van de arbeidsmarkt?

Werknemers uit de onderzochte sectoren zijn volgens het rapport „niet massaal uitgestroomd naar werkloosheid en inactiviteit.” De meesten zijn tien jaar later nog steeds (of weer) aan het werk, deels in een andere sector. Ze maken dus nog deel uit van de arbeidsmarkt.

Wat is er wel aan de hand? Uit kwalitatief onderzoek van SEO bleek dat er in de onderzochte sectoren sprake was van ongelijke concurrentie. Die vond plaats op drie manieren:

1. tussen overtreders van wet- en regelgeving en bedrijven die regels volledig naleven,

2. tussen zelfstandigen en (werkgevers met) werknemers in loondienst, en

3. tussen buitenlandse bedrijven en binnenlandse bedrijven, en als gevolg daarvan ook tussen tijdelijk gedetacheerde arbeidsmigranten (die goedkoper kunnen zijn) en in Nederland woonachtige werknemers.

Daarom mag van verdringing gesproken worden op macroniveau, staat in het rapport. Je kunt zeggen dat er ongelijke concurrentie is tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven op de Nederlandse markt. Maar dat betekent volgens SEO niet dat er automatisch sprake is van verdringing van Nederlandse werknemers.

Een exacte meting van (de omvang van) het effect van verdringing is onmogelijk, schrijft SEO. „Het zal altijd onbekend blijven wat er zou zijn gebeurd indien er geen verdringing geweest zou zijn.” Daarnaast is ook causaliteit lastig te bewijzen, zo wordt in het rapport geconcludeerd, omdat er altijd meerdere (economische) processen tegelijkertijd plaatsvinden.

Conclusie

En, is er hard bewijs geleverd? Verdringen buitenlandse arbeidskrachten Nederlanders op de arbeidsmarkt? In sommige sectoren zijn inderdaad meer migranten en minder Nederlandse werknemers komen te werken. Maar „een exacte meting van het effect van verdringing is onmogelijk”, staat in het SEO-rapport waar De Telegraaf zich op baseert. We beoordelen de stelling daarom als niet te checken.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt