Hagel was en bleef een buitenstaander voor Obama

Ex-minister Defensie in VS

Obama slachtofferde de man die eerst VS-troepen moest terugroepen en nu juist sturen.

Washington is de enige plek ter wereld waar je naast je baas moet staan als die je ontslag aankondigt. Het overkwam Chuck Hagel gisteren, de 68-jarige minister van Defensie, die is weggestuurd door president Obama. Hagel kreeg uitgebreide complimenten, een ‘goede vriend’, Vietnamveteraan, vertrouweling. Het aftreden was ‘in goed overleg’ besloten. Hagel stond al die tijd met een droevige blik naast Obama.

Nog maar twee jaar was Hagel minister. Obama was gecharmeerd door de Republikeinse senator uit Nebraska, omdat hij veel opvattingen met de president deelde, en samen wilde werken met Democraten. Hij was in 1967-’68 vrijwilliger in het leger in Vietnam, en werd voor zijn diensten onderscheiden. Als senator was hij kritisch op Israël. Ook verzette hij zich in het Bush-tijdperk tegen de oorlog in Irak. Hagel leek eind 2012 daarom de ideale man om de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Irak en Afghanistan te leiden.

Daarmee maakte Obama twee inschattingsfouten. Hagel meldde zich begin 2013 voor de Senaatscommissie van Buitenlandse Zaken, die zijn benoeming moest goedkeuren. Hagel was onvoorbereid, kende dossiers niet en stamelde tijdens de zitting.

Hagel was gekozen om het gezicht te worden van een zich terugtrekkende legermacht. Maar de wereld veranderde: de burgeroorlog in Syrië escaleerde, IS kwam op in Syrië en Irak. De VS blijven een rol spelen in het Midden-Oosten. Eerst overwoog hij luchtaanvallen op doelen van de Syrische president Assad, later zag hij in IS de grootste bedreiging in de regio.

Hagel moest leiding geven aan een nieuwe oorlog. „Op die taak was hij niet berekend”, zei een anonieme medewerker van Obama tegen NBC. Obama probeerde deze zomer de dreiging van IS nog af te doen als marginaal. Hagel noemde IS „een acute bedreiging voor al onze belangen”. „Zoiets maakten we nog nooit mee.”

Obama luistert naar een paar vertrouwelingen, met name op Veiligheidsadviseur Susan Rice. Hagel mocht hun plan uitvoeren, werd geen deel van de kring van getrouwen.

Obama’s buitenlandbeleid stond onder druk, ook in zijn eigen partij. De reactie op internationale crises was soms laat (Oekraïne), soms chaotisch (IS). Analisten speculeerden dat Obama iemand zou offeren om te laten zien dat hij het probleem erkent. Dat is nu Hagel geworden, de man die er eigenlijk het minst aan kon doen.

Ook met Hagels voorgangers had Obama een moeizame relatie. De oud-ministers Robert Gates (ook een Republikein) en Leon Panetta schreven kritische memoires over hun tijd met Obama. Ze klaagden dat ze geen macht kregen, dat het Witte Huis geen lijn uitzette, bijvoorbeeld in Syrië en Afghanistan, en dat Obama leunde op een paar getrouwen.

Obama moet een opvolger zoeken die een heel nieuwe filosofie moet uitvoeren. Obama heeft het aantal Amerikaanse militairen in Irak verhoogd naar drieduizend. Ook heeft hij de terugtrekking van gevechtstroepen uit Afghanistan met zeker een jaar vertraagd. De president moet op zoek naar iemand die deze visie gearticuleerd kan verdedigen – vaak een probleem voor Hagel. Maar al te mondig moet zijn opvolger niet zijn.