Even een bedragje tweeten

Sociale netwerken storten zich op de betaalmarkt. Ze veranderen in winkels, compleet met kassa. Onderling geld overmaken wordt eenvoudiger, niet overzichtelijker.

Illustratie Roel Venderbosch

‘Jongens, ik betaal de rekening wel. Maar betalen jullie mij eerst?” Zo werkt ‘going Dutch’ anno 2014: na een etentje met collega’s of vrienden pakt iedereen zijn telefoon en met een paar tikken is het geld overgemaakt. Gasten blij, ober blij. Want die hoeft maar één klant te laten pinnen.

Vrijwel alle Nederlandse banken hebben zo’n rekening-app waarmee je makkelijk kleine bedragen kunt overmaken. Maar het kan nòg makkelijker, denken sociale mediabedrijven. WeChat, Facebook, Twitter en Snapchat ontwikkelen hun eigen betaalsysteem waarbij je geen IBAN-code hoeft in te toetsen (het extra lange rekeningnummer dat sinds kort verplicht is). In plaats daarvan stuur je geld naar de mensen in je netwerk, die je toch al kent. Zo hoef je geen contant geld in huis te hebben om de babysitter te betalen.

Hoe werkt het? Je kunt je bankrekening of creditcard koppelen aan een e-mailadres, mobiel telefoonnummer of lidmaatschap van een sociaal netwerk en dat als identificatiemiddel gebruiken bij online betalingen. PayPal (157 miljoen gebruikers, tien miljoen transacties per dag) is één van de grondleggers van die methode. PayPal laat mensen onderling geld overmaken en wordt ook geaccepteerd door een groot aantal webwinkels.

Het aantal aanbieders in online betalen groeit. Grote technologiebedrijven investeren  in betaaltechniek om bijvoorbeeld in winkels af te rekenen; denk aan Google Wallet en Apple Pay. Daar komt nu het betalen via sociale media en chatapplicaties bij. Dat gaat via de smartphone: het  is makkelijker om binnen de gecontroleerde omgeving van een app  een aankoop te doen, dan via de webbrowser op een klein scherm. Straks kunnen we via sociale media geld overmaken aan vrienden én, belangrijk voor adverteerders, producten aanschaffen via je sociale netwerk: de ‘koop-knop’.

Wat doen de sociale netwerken?

WeChat – de Chinese  concurrent van WhatsApp met 440 miljoen gebruikers – biedt al een tijd betalingsmogelijkheden. De Amerikaanse sociale mediabedrijven volgen: Chatapp Snapchat (100 miljoen gebruikers) werd vorige week toegevoegd aan het rijtje betaalsystemen. Zodra je een dollarteken in een bericht tikt denkt de app  dat je geld wil overmaken – gelukkig word je eerst nog om toestemming gevraagd.

Snapchat maakt gebruik van betaaltechnologie van Square, een bedrijf  van Twitter-oprichter Jack Dorsey.  Square maakt kaartlezers waarmee je een telefoon of tablet verandert in een wandelende kassa. Dorsey heeft de reikwijdte van 100 miljoen SnapChat-gebruikers nodig om zijn betaalsysteem SquareCash te kunnen slagen.

Twitter is al een test begonnen met een koopknop en vorige maand introduceerden Franse banken een betaalsysteem met behulp van Twitter. Met hun dienst S-Money kunnen gebruikers elkaar onderling geld ‘tweeten’. Er moet eerst een veiligheidscode ingevoerd worden en daarna kun je de bestemming van je geld tweeten.

Waarschijnlijk zal het niet lang meer duren voordat ook Facebook, het grootste sociale netwerk met 1,3 miljard maandelijkse gebruikers, betalingen mogelijk maakt. Facebook nam onlangs een betaalexpert over van PayPal en is druk bezig de koop-knop te ontwikkelen. Betalen is ook een logische uitbreiding voor Facebooks eigen chatapplicatie Messenger (500 miljoen gebruikers). Hetzelfde geldt voor WhatsApp, ook onderdeel van Facebook en ’s werelds grootste chatnetwerk met 600 miljoen gebruikers.  En Facebook is eigenaar van fotonetwerk Instagram (200 miljoen gebruikers). Dat wordt al door winkels  gebruikt om producten onder de aandacht te brengen – denk aan Ikea’s Instagram-campagne, of Amazon.com dat naast Instagram ook SnapChat voor reclame inzet.

Waarom doen de sociale netwerken dit? Met een onderlinge transactie tussen twee consumenten valt geen geld te verdienen. Wel een reden: er schuilt extra waarde in het binden van klanten aan je netwerk. Daarnaast leveren de betaalgegevens inzicht in koopgedrag. Voor sociale netwerken is het interessant om te weten waar iemand zijn geld aan uitgeeft. Je kunt er gedetailleerde profielen maken en bijpassende advertenties bij verkopen, die inspelen op de schijnbare interesses van de gebruiker.

En de banken? Is daar nog plek voor?

Er wordt veel geïnvesteerd in nieuwe financiële software en diensten  – afgelopen maand 1 miljard dollar in 76 bedrijven, becijferde onderzoeksbureau Finovate. „Al deze bedrijven proberen een extra dienst toe te voegen aan de bank, met de bedoeling om betalingen makkelijker te maken” zegt Pascal Spelier van Capgemini Consulting. Hij adviseert banken en verzekeraars hoe ze hun klanten digitaal kunnen bereiken.

Met zoveel nieuwe spelers en belanghebbenden op de betaalmarkt wordt het al snel onoverzichtelijk. Maar voor banken blijft een belangrijke rol weggelegd – ook in het betalingssysteem van de sociale netwerken, volgens Spelier. Alle betalingen lopen vooralsnog nog steeds via een bank of creditcardmaatschappij.

De banken zijn onzeker geworden, zegt Spelier: „Vroeger was het normaal dat de bankmedewerkers in de wijk of het dorp wisten wat er met hun klanten gebeurde, zij boden hun ook bijpassende producten aan”, zegt hij. „Maar banken zijn hun voelsprieten in de samenleving kwijtgeraakt, omdat klanten tegenwoordig niet meer in de filialen komen en online bankieren.”

Banken zijn volgens Spelier bang gedegradeerd te worden tot passieve doorgevers van betaaldata, terwijl de toegevoegde waarde wordt geleverd door webdiensten van derden. Je zou het kunnen vergelijken met de manier waarop telecombedrijven door WhatsApp hun inkomsten uit sms’jes zagen verdwijnen.

Zo ver is het nog lang niet. Er is één ding dat banken voor hebben op hun nieuwe concurrenten: ze genieten over het algemeen meer  vertrouwen dan sociale netwerken. SnapChat werd al een paar keer geconfronteerd met hacks en veiligheidsproblemen, Facebooks privacybeleid staat regelmatig ter discussie. Consumenten zijn doorgaans voorzichtiger met hun betaalpas en pincode dan met het wachtwoord van sociale netwerken.

En een betaling via de bank heeft als voordeel dat je rekeninggegevens niet deelt met een externe derde partij. De sociale netwerken vormen een extra tussenpersoon in het betalingsverkeer en dat levert extra risico’s op, bijvoorbeeld voor identiteitsfraude of gehackte accounts. Hoe meer lagen en verbindingen je aan een infrastructuur toevoegt, des te kwetsbaarder het systeem.

Het bieden van betaalgemak brengt voor de sociale netwerken nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Als je accountgegevens voor een sociaal netwerk gestolen worden – en dat gebeurt nogal eens – zou een kwaadwillende ongeoorloofd geld kunnen overmaken.

Gebruikers moeten er ook op bedacht zijn dat de buitenwereld kan meekijken als je een betaling doet. Sociale media doen er om die reden goed aan transacties af te schermen. Facebook kreeg een golf van kritiek over zich heen toen het in 2007 het  advertentieprogramma Beacon introduceerde dat je aankopen, zonder toestemming te vragen, publiek maakte. Beacon werd in 2009 stopgezet en Facebook betaalde gedupeerde leden een schadevergoeding.

Nog een laatste risico voor consumenten: als je veel verschillende betaalmethodes tegelijk gebruikt loop je de kans het overzicht te verliezen over je bestedingen. Geld uitgeven mag dan sneller en eenvoudiger worden, geld verdienen is even moeilijk als voorheen.