Een Labourlid twittert niet over working class!

Zou een Nederlandse politicus ooit moeten aftreden vanwege het twitteren van een foto van een bestelbusje en wat vlaggen? Het overkwam vorige week Emily Thornberry, schaduwminister en vertrouweling van Labour-leider Ed Miliband.

Op campagne in Rochester twitterde ze wat ze hoorde en zag: uitspraken van kiezers, een kiekje van drie folderaars van de Loony Party, die elke verkiezing opvrolijken, en een foto van een rijtjeshuis behangen met drie Engelse vlaggen en een wit bestelbusje op de oprit.

Dat laatste was niet zo onschuldig als het voor niet-Britten misschien lijkt. Twitter ontplofte, traditionele media volgden. Hoe kon iemand dit opmerkelijk vinden? Hoe kon een Labour-politica de gewoontes van de achterban dusdanig fascinerend vinden dat ze die op Twitter deelde? Dit was een typisch working class-huis. De white van man is de kiezer die alle partijen het hof maken, de Engelse vlag heeft – zeker sinds de groei van Schots nationalisme – steeds minder een extreemrechtse connotatie.

Thornberry, Lagerhuislid voor de Londense wijk Islington, die synoniem staat voor champagnesocialisme, maakte het er niet beter op door desgevraagd te antwoorden dat ze „nog nooit een huis had gezien waar men niet uit het raam kon kijken” door de vele Engelse vlaggen. Niet OSM, impliceerde ze. Binnen enkele uren was ze ontslagen.

W at de ophef vooral aantoont, is hoe gevoelig klassenverschil nog altijd ligt in het Verenigd Koninkrijk. Natuurlijk, net als elders vinden ook de Britse kiezers dat hun politici niet weten wat er leeft onder gewone mensen. Maar hier wordt dat door het prisma van de klassenmaatschappij bekeken.

Waar zo’n 40 procent van de Britten nog tot de traditionele working class behoort (en 60 procent zich zo omschrijft), komt 4 procent van het Lagerhuis uit de arbeidende klasse. Waar 7 procent van de bevolking naar een particuliere school gaat – symbool voor de upper class – ging 35 procent van de Lagerhuisleden naar zo’n dure school. De meeste ministers studeerden in Oxford of Cambridge, net als Labours schaduwministers.

En dat leidt tot flaggate. Of plebgate en pastygate, twee eerdere varianten. De laatste ontstond toen minister van Financiën George Osborne 20 procent btw wilde heffen over warme broodjes. Dat leek onschuldig, totdat pasteitjes en saucijzenbroodjes eronder bleken te vallen – snacks van de working class-man. Orborne moest bekennen zich niet te kunnen herinneren wanneer hij voor het laatst een pasteitje kocht bij Greggs, de goedkope bakkersketen die in elke winkelstraat zit. Hij moest de btw-maatregel terugdraaien.

P lebgate verwijst naar de vier letters die twee jaar geleden zorgden voor de ondergang van Andrew Mitchell, Conservatief kabinetslid. Hij zou een agent bij de hekken van Downing Street hebben uitgescholden voor een pleb, een proleet. Met dat ene woord zou hij hebben gesuggereerd dat hij zich verheven voelde. Het welles-nietes tussen de twee duurt nog altijd voort: agent en oud-kabinetslid beschuldigen elkaar nu voor de rechter van laster.

Het opmerkelijke aan flaggate is dat Thornberry een van de weinige Lagerhuisleden is die opgroeide in een sociale woningbouwflat. En dat Islington weliswaar de grachtengordel is, maar ook een van de armste wijken van het land. Veertig procent van de kinderen – het hoogste percentage in het land – groeit er op in armoede. Thornberry hoeft de deur maar uit te gaan of ze ziet al Engelse vlaggen wapperen. De groenteman op de markt heeft er een, ze hangen op balkons van een sociale woningbouwflat om de hoek.

Achter de prachtige 19de-eeuwse gevels wonen taxichauffeurs, verpleegsters, asielzoekers. En inderdaad ook advocaten en bankiers. En de correspondent van NRC.