Een groot land

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De zangeres Rosanne Cash loopt het toneel op. Ze pakt haar gitaar op en gooit haar vuurrode haar naar achter. Ook al loopt ze tegen de zestig, ze is nog altijd een meisje. Vooral is ze een dochter. Dochter van de legendarische Johnny Cash. Ik hoop vanavond een hint van de rauwe romantiek en de rasperige whiskystem van haar vader te horen.

Maar ze leidt haar eerste ballade in met een opvallend zangerig zuidelijk accent. Hoewel ze de laatste twintig jaar in New York City woont, maakte ze in haar album The River & the Thread een ‘pelgrimstocht’ naar het diepe zuiden waar ze vandaan komt. Waar haar vader vandaan kwam.

Ik mijmer weg bij deze authentieke Amerikaanse muziek, die haar oorsprong vond aan de monding van de Mississippi en zich stroomopwaarts verspreidde via Memphis en St. Louis naar Chicago. Het publiek is geraakt. Er is een gedeeld gevoel voor het „hartland” van Amerika, het eindeloze middengebied tussen de twee kusten.

Misschien omdat ik uit Limburg kom en net zo zangerig praat, maar ik voel me aangetrokken tot het Amerikaanse zuiden. Het is zo anders dan de rest van het land. Het landschap, het eten, de mensen. Ik herinner me een avond buiten op een terras in Mobile, Alabama. De geur en geluiden van de binnenhaven. Een zwarte man lacht zijn gehavende tanden bloot. De grits, dikke griesmeelpap met boter, die een kind uit een pan schraapt de volgende ochtend voor het ontbijt. Je hoeft dit land niet te verlaten om in een andere wereld terecht te komen. De meeste Amerikanen hebben dan ook geen paspoort.

Amerika is een groot land. Een heel groot land. Je kunt je verliezen in de eindeloze prairies en maisvelden, de brede rivieren die diepe sporen dwars door het continent trekken. Voor iedereen zijn er genoeg witte vlekken op de kaart.

Net als in de film Easy Rider is er niets romantischer dan gewoon te vertrekken en te zien waar je uitkomt. Het boek Blue Highways gaat over een man die, nadat hij zijn baan, zijn vrouw en zijn huis is kwijtgeraakt, in zijn auto stapt, door hem Ghost Dancing gedoopt, en gewoon begint te rijden. Over B-wegen, die op de kaart blauw zijn aangegeven. Het werd een ongekende bestseller. Het boek appelleerde aan het romantische gevoel te kunnen verdwijnen in het landschap.

Nog niet eens zo heel lang geleden was Nederland ook een groot land. Mijn grootouders reisden op hun huwelijksdag met de trein van Amsterdam naar Valkenburg. Daar, aan de andere kant van hun wereld, kwamen ze in een totaal ander landschap. Glooiende heuvels die de belofte inhielden van de besneeuwde bergen ver weg. Een snelstromende rivier die zijn oorsprong vond in het mythische Frankrijk. Het was een buitenlands avontuur voor hen.

Nu is Nederland klein. Waar je ook bent, overal zie je dezelfde winkelcentra en bedrijvenparken. Binnen twee uur reis je naar elke hoek van het land. Als je de afslag op de snelweg mist, ben je in Duitsland. Wie kan zich nog verliezen in het aangeharkte Nederlandse landschap? Wie koopt nog een enkele reis? In een groot land voel je je klein. Je verliest controle. Tegelijkertijd kun je jezelf altijd en overal opnieuw uitvinden. Je hoeft maar in je auto te stappen en weg te rijden.

Als toegift zingt Rosanne een hartverscheurend lied van haar vader. The time has come to sing a travelin’ song. En plotseling hoor ik alsnog haar vaders rauwe stem doorklinken.