Burgers gaan meebeslissen over onderzoek universiteiten

Staatssecretaris Sander Dekker en minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto ANP/Evert-Jan Daniels

Nederlandse burgers gaan meebepalen welk wetenschappelijk onderzoek de universiteiten gaan uitvoeren. Dat hebben minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangekondigd. Voorbeelden die nu worden genoemd zijn onder meer ‘gezond ouder worden’ en ‘big data’.

De minister en staatssecretaris zeggen in hun Wetenschapsvisie 2025 dat in de loop van volgend jaar “een beperkt aantal maatschappelijke thema’s” wordt geselecteerd. De discussie over de onderzoeksonderwerpen resulteert volgend jaar in een Nationale Wetenschapsagenda. Universiteiten moeten hiermee in hun profilering rekening houden.

Einde topsectorenbeleid

De nieuwe koers betekent een belangrijke wijziging van het topsectorenbeleid, dat werd ingezet door het kabinet-Rutte I. Het bedrijfsleven drukte, binnen negen industriële sectoren, een sterke stempel op de richting van het onderzoek. Nu krijgt de maatschappij hier ook een stem in.

De wetenschapsagenda wordt opgesteld door universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven, in samenspraak met maatschappelijke organisaties, betrokken burgers en rijksinstituten zoals het KNMI. Zo moet er meer draagvlak in de maatschappij gecreëerd worden voor onderzoek. De coördinatie van het proces ligt bij NWO, de organisatie die jaarlijks 625 miljoen euro aan onderzoeksgeld verdeelt. Verder krijgen de universiteiten 50 miljoen euro extra. Dat geld moeten ze gebruiken om meer onderzoeksprojecten uit Brussel binnen te halen.

Minder autonomie

Met de agenda komen de minister en staatssecretaris tegemoet aan de groeiende roep dat onderzoek maatschappelijk nut moet hebben. De vraag is wel of er voor de onderzoekers zelf nog vrijheid overblijft in hun onderzoekskeuze. De gekoesterde autonomie van de jaren ’70 en ’80 was al verminderd door de groeiende samenwerking met het bedrijfsleven. Nu krijgt ook de burger inspraak. Toch is die groeiende verknoping met de maatschappij en het bedrijfsleven nodig volgens de minister, omdat het de uitwisseling van kennis versnelt.

De wetenschapsagenda is volgens Bussemaker en Dekker verder nodig om de groeiende internationale strijd om kennis vol te houden. De concurrentie om wetenschappelijk talent en onderzoekslaboratoria van bedrijven neemt toe. Bovendien raken burgers steeds meer betrokken bij de productie van nieuwe kennis.

Lees ook in NRC Handelsblad: Burger betrekken bij wetenschap (€)