Burger betrekken bij wetenschap

Bussemaker en Dekker willen beperkt aantal maatschappelijke thema’s selecteren

Nederlandse burgers gaan meebepalen welk wetenschappelijk onderzoek de universiteiten gaan uitvoeren. In de loop van volgend jaar wordt „een beperkt aantal maatschappelijke thema’s” geselecteerd. Voorbeelden die nu worden genoemd zijn onder meer ‘gezond ouder worden’ en ‘big data’.

Dit kondigen minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan in hun Wetenschapsvisie 2025. Het betekent een belangrijke wijziging van het topsectorenbeleid, dat werd ingezet door het kabinet-Rutte I. Het bedrijfsleven drukte, binnen negen industriële sectoren, een sterke stempel op de richting van het onderzoek. Nu krijgt de maatschappij hier ook een stem in.

De discussie over de onderzoeksonderwerpen resulteert volgend jaar in een Nationale Wetenschapsagenda. Universiteiten moeten hiermee in hun profilering rekening houden.

De agenda wordt opgesteld door universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven, in samenspraak met maatschappelijke organisaties, betrokken burgers en rijksinstituten zoals het KNMI. De coördinatie van het proces ligt bij NWO, de organisatie die jaarlijks 625 miljoen euro aan onderzoeksgeld verdeelt. NWO zal hiervoor ingrijpend gereorganiseerd worden.

De wetenschapsagenda is volgens Bussemaker en Dekker nodig om de groeiende internationale strijd om kennis vol te houden. Het is een steeds belangrijkere bron van economische groei, door de productie van nieuwe technologieën en diensten, die elkaar bovendien in groeiend tempo opvolgen. De concurrentie om wetenschappelijk talent en onderzoekslaboratoria van bedrijven neemt toe. Daarnaast raken burgers steeds meer betrokken bij de productie van nieuwe kennis. Dan gaat het niet alleen om de jaarlijkse vogeltellingen in de eigen achtertuin, maar ook om het mee helpen determineren van sterrenstelsels. Tegelijkertijd hebben burgers steeds vaker een eigen mening over nieuwe kennis en organiseren ze zeer effectief tegenspraak, zoals gebeurde bij het baarmoederhalskankervaccin en de plannen om naar schaliegas te boren.

De Nationale Wetenschapsagenda wil burgers vroeg betrekken bij onderzoek, en zo voor meer draagvlak zorgen. De agenda komt ook tegemoet aan de groeiende roep dat onderzoek maatschappelijk nut moet hebben.

De vraag is wel of er voor de onderzoekers zelf nog vrijheid overblijft in hun onderzoekskeuze. De gekoesterde autonomie van de jaren 70 en 80 was al verminderd door de groeiende samenwerking met het bedrijfsleven. Nu krijgt ook de burger inspraak.

Toch is die groeiende verknoping met de maatschappij en het bedrijfsleven nodig, volgens de minister, omdat het de uitwisseling van kennis versnelt. Zo komt het ook sneller tot toepassingen, en blijven bijvoorbeeld leraren en ambtenaren beter op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Het is precies waar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar op hamerde in haar rapport Naar een lerende economie. Een klein land als Nederland doet er goed aan juist veel te investeren in het vermogen om alle kennis uit binnen- en buitenland te kunnen verwerken.

Daarom willen Bussemaker en Dekker weg van het systeem dat onderzoekers alleen beoordeelt op het aantal wetenschappelijke artikelen dat ze publiceren. Een onderwijscarrière moet beter worden beloond. Promovendi moeten beter worden voorbereid op een loopbaan buiten de wetenschap.

Verder krijgen de universiteiten 50 miljoen euro extra. Dat geld moeten ze gebruiken om meer onderzoeksprojecten uit Brussel binnen te halen.