‘Big data’ verbeteren de wereld, mits beheerst

Hoogleraar Big Data

Bedrijven als Google die veel gegevens van mensen verzamelen moeten gecontroleerd worden.

Hij is de eerste hoogleraar in Nederland met de hippe term ‘big data’ in zijn leerstoeltitel. Morgen houdt Sander Klous zijn oratie als hoogleraar Big Data Ecosystems for Business and Society. Vorige maand kwam Wij zijn big data uit, een boek dat hij samen met Nart Wielaard schreef. ‘Big Data’ is kortschrift voor het verzamelen, analyseren en bewaren van enorme gegevensbestanden.

Wat onderzoekt een hoogleraar big data ecosystems?

„In het kort: transities in grootschalige informatiesystemen. Dat is veel breder dan computers of andere IT-systemen. Een stad als geheel kun je ook zien als een informatiesysteem. We onderzoeken bijvoorbeeld hoe filevorming ontstaat. Of hoe het kan dat het ergens zo druk wordt dat mensen worden doodgedrukt. In Bangalore, India, is het soms zo druk in het openbaar vervoer dat mensen bezwijken. Met behulp van mobiele telefoonsignalen brengen we in kaart hoe die grote groepen mensen bewegen. Daarmee kunnen we het uit de hand lopen in de toekomst wellicht voorkomen.”

Over big data wordt meestal of heel positief, of juist negatief gesproken. Waar staat u?

„Ik ben positief over wat het kan betekenen voor de wereld, maar ik zie ook de negatieve kanten. Wat ik interessant vind: hoe kun je ervoor zorgen dat big data bijdraagt aan een betere wereld? En hoe kunnen we big data beheersbaar houden?”

U pleit voor onafhankelijke instanties die voor anderen big data analyseren en algoritmes controleren om misbruik te voorkomen. Is dat realistisch?

„Er is in ieder geval behoefte aan. Als er fouten worden gemaakt zijn de gevolgen al gauw groot en bedrijven kunnen in de ogen van de samenleving verkeerde intenties hebben. Het gebruik van big data kan beheersbaar blijven als er onafhankelijke partijen bij betrokken zijn. Maar inderdaad is het niet onwaarschijnlijk dat onze gemakzucht het wint.

„Ik trek vaak de vergelijking met het vertrouwen in de financiële sector. Dat vertrouwen is de laatste jaren verdwenen, maar we brengen toch ons geld naar de bank. Als je mensen vraagt of ze Google of Facebook vertrouwen krijg je steeds vaker ‘nee’ te horen, maar toch gebruiken mensen hun diensten, het is zo praktisch.

„In wet- en regelgeving wordt nu vooral over privacy gesproken. Maar ik vraag me af of we niet ook andere dingen rigoureuzer moeten handhaven. Machtsconcentraties bijvoorbeeld. Het mantra van Google is dat ze alles willen verzamelen en inzichtelijk willen maken. Eerst dacht iedereen, wow, wat gaaf. Maar nu is de vraag steeds meer: wil ik dit wel? Het opsplitsen van zulke grote bedrijven is geen gek idee.”

Weten mensen wel goed genoeg wat big data eigenlijk inhoudt?

„Big data is verweven met zo veel in ons leven. Daar zou men zich beter bewust van moeten zijn. Op school moeten kinderen al leren dat algoritmes bepalen wat je met een zoekmachine vindt, dat niets écht objectief is maar dat er altijd een filter op de werkelijkheid zit.”