Bedenk iets! Er is nog geld

Met 600 miljoen wil minister Asscher banen behouden. Bedrijven mopperen: de eisen voor de subsidie zijn streng. „Ik schrijf ons idee zo op de achterkant van een sigarendoos.”

Minister Lodewijk Asscher op werkbezoek bij metaalbewerkingsbedrijf Ferro-Fix in Rotterdam. Hij wil met zijn ‘sectorplannen’ vooral voorkomen dat bedrijven uit geldgebrek geen werknemers meer opleiden of bijscholen. Foto ANP

Er wordt flink ruzie gemaakt op en rond de daken van Nederland. Van alle dakdekkers die vertrekken bij hun baas doet ruim een kwart dat omdat er een conflict is op het werk. De platte-dakenbranche (voor schuine daken zijn er andere organisaties) vindt dat te veel en gaat er iets aan doen – met geld uit de zogenoemde ‘sectorplannen’ van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA). „We willen uitzoeken wat er aan de hand is en de sector rondgaan met best practices”, zegt Jannes Bouma, die de dakdekkers adviseerde over de subsidieaanvraag bij het ministerie. „We willen laten zien dat je ook ánders met elkaar om kunt gaan.”

Asscher, die vanaf morgen de begroting van zijn ministerie verdedigt in de Tweede Kamer, heeft sinds een jaar ruim 600 miljoen euro beschikbaar voor elke sector in de Nederlandse economie die last heeft van de crisis. Doel is vooral: voorkomen dat bedrijven uit geldgebrek geen werknemers meer opleiden of om- en bijscholen, waardoor ze geen goed personeel hebben als de crisis voorbij is.

De sectoren hebben nog tot eind mei 2015 om met plannen te komen voor ruim 150 miljoen euro. Het ministerie wil dat daarin vanaf nu komt te staan hoe verschillende bedrijfstakken werknemers onderling van elkaar kunnen overnemen of hoe ze werklozen aan een baan helpen. Want de belangrijkste kritiek die Asscher nu krijgt, is: al dat extra geld levert nauwelijks extra banen op.

Asschers reactie is steeds dat mensen door al die plannen hun werk juist niet kwijtraken. Had hij moeten wachten tot ze op straat staan? Maar volgens betrokkenen wil zijn ministerie nu ook graag laten zien dat met die 600 miljoen euro mensen aan het werk komen.

De dakdekkers krijgen ruim 4 miljoen euro en een betere werksfeer creëren is maar een klein onderdeel van hun plannen. Er komen ook nieuwe ‘leer-werkplekken’ en ze maakten het ministerie enthousiast met het idee van een ‘vakpaspoort’. Met het geld van Asscher wordt een digitaal document ontwikkeld waarmee dakdekkers aantonen dat ze het vak beheersen en veilig kunnen werken. Zonder zo’n ‘paspoort’ krijgen ze geen werk.

Schijnzelfstandigen

Dat geldt ook voor de vele zzp’ers en soms schijnzelfstandigen, ook uit Oost-Europa. Volgens branche-adviseur Bouma is het dringend nodig. Van de 3.500 dakdekkers in Nederland vallen er elk jaar ongeveer drie dood en een flink aantal wordt arbeidsongeschikt. Het ‘paspoort’ is bedoeld als bescherming. „Nu zijn er veel ongeschoolde werknemers en er is oneerlijke concurrentie.”

Bij het Sociaal Akkoord van 2013 – van kabinet, werkgevers en vakbonden – werd 600 miljoen apart gezet voor ‘crisismaatregelen’. In de eerste maanden van dat jaar was het aantal werklozen met gemiddeld 21.000 per maand gestegen. In de metaal ging het voorzichtig wat beter, in de bouw nog helemaal niet, in de zorg moesten de ontslagen nog komen.

Asscher vond dat je dus niet met algemene maatregelen kon komen, het moest per sector. Er mocht ook niet mee gesjoemeld kunnen worden, zoals eerder met Europese fondsen, en de plannen moesten ruim passen in de Europese regels over staatssteun. Dat betekende bijvoorbeeld dat alle bedrijven in een sector of regio eraan moesten kunnen meedoen.

De sectoren betalen zelf minstens de helft mee en ze staan voor 80 procent garant voor de subsidie. Als ze minder dan 60 procent waarmaken van hun plannen, moeten ze die helemaal terugbetalen.

De opleidings- en ontwikkelingsfondsen van bedrijfstakken – of verschillende branches samen in één regio – moeten heel precies laten zien wat hun arbeidsmarktproblemen zijn en wat er nodig is om die op te lossen. Veel sectoren vinden de aanvraag en alle eisen ingewikkeld. Er gaan in bedrijfstakken verhalen rond over de Europese Commissie die zal ingrijpen en over subsidiegeld dat maar niet op komt (‘Het ministerie heeft me weer gebeld: of we niet méér mensen kunnen opleiden’).

Het midden- en kleinbedrijf in de regio Eindhoven kwam er niet uit met het ministerie. Het mkb werkt daar met veel vrijwilligers die workshops geven, ook professionals, en wilde die uren laten gelden als ‘meebetalen’ – waar het ministerie dan geld tegenover zet. Maar Sociale Zaken ging niet akkoord. „Als we die vrijwilligers hadden laten gaan en mensen tegen betaling hetzelfde hadden laten doen, was het wél goed geweest”, zegt Eveline Meister, directeur van MKB Eindhoven.

Ook als de afloop goed was, zoals bij de dakdekkers, is er nog onbegrip over de bureaucratie. Jannes Bouma: „We hoorden steeds: ‘Jullie voorstel moet wel passen bij de sectoranalyse’. Ik zei: ‘Ik schrijf het zo op de achterkant van een sigarendoos, laat ons nu de problemen oplossen’.”

In het kantoor van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers, probeert een speciaal ‘Actieteam Crisisbestrijding’ bedrijven en fondsen te helpen met advies over de sectorplannen. Het team belt ook sectoren op: bedenk iets, er is nu geld.

Twee werkelijkheden

Paul van Kruining van het Actieteam ziet daar hoe „twee werkelijkheden” bij elkaar komen: „De ambtelijke, van voorzichtig omgaan met publiek geld, en die van de sector: gewend aan dealen en wheelen. Dat levert wel wat irritatie op.”

En soms mislukt het. Van de 102 plannen werden er tot nu toe zestien ingetrokken en vijf afgekeurd. De meest recente afwijzing is die van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), samen met de vakbonden. De gemeenten wilden 1.500 banen creëren voor jongeren, en ouderen helpen om aan het werk te blijven.

Volgens het ministerie hadden de gemeenten met hun arbeidsmarktanalyse niet aangetoond dat er de komende vijf jaar een tekort komt aan „ervaren en ingewerkt personeel”. Bij het plan voor oudere werknemers was het bezwaar dat de gemeenten zelf over die scholing zouden gaan – dat vond het ministerie „niet meetbaar en controleerbaar”.

Sietske Pijpstra van de VNG onderhandelde met het ministerie over de aanvraag van zo’n 5 miljoen euro. „De ambtenaren zeiden vanaf het begin dat ze de knelpunten niet zagen. We zijn gaan praten en nog een keer en nog een keer.” Pijpstra zag hoe plannen die volgens haar vergelijkbaar waren, er wél doorheen kwamen. „Kennelijk was het voor ons een mission impossible. We zijn heel teleurgesteld.”

Directeur Adriana Stel van STOOF, de Stichting Opleiding en Ontwikkeling Flexbranche, noemt de afwijzing van haar plan „een wonderlijk verhaal”. „Want volgens mij hadden wij als enige een plan dat zich echt richtte op werkzoekenden.”

STOOF wilde met 1,5 miljoen euro van het ministerie – en 1,5 miljoen uit het eigen fonds – 1.350 werklozen opleiden die eerder hadden gewerkt als uitzendkracht, maar zonder het juiste onderwijsniveau. Het idee werd snel goedgekeurd. Daarna kwam het ministerie toch met bezwaren. „Het werd heel technisch”, zegt Stel. „Onze werklozen moesten eerst een plek hebben voordat ze konden worden opgeleid. Anders pasten ze niet in de plannen."

STOOF annuleerde de aanvraag en voert het idee nu uit met eigen geld en de helft van het aantal beoogde deelnemers.

Ambtenaren hebben gevraagd of STOOF misschien mee wil doen aan de nieuwe ronde van sectorplannen. Volgens betrokkenen worden de regels wat minder bureaucratisch en star en past het plan van STOOF er nu wel in. Maar Adriana Stel zegt: „Nee. Ons geld is op.”

Als het allemaal wel goed gaat, kan het ministerie van Asscher soms ook rekenen op dankbaarheid, zelfs als het bedrag van de subsidie laag is. De huisartsen bijvoorbeeld krijgen een half miljoen euro om zeshonderd mensen aan het werk te helpen en op te leiden als assistent of praktijkondersteuner. Het moeten mensen zijn die nu nog in een ziekenhuis of een andere zorginstelling werken, of hun baan net kwijt zijn geraakt. „Er ontstaat daar een overschot aan personeel”, zegt Leon Vincken, voorzitter van de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg, „en voor ons is het een visvijver. Door de verschuiving in de zorg verwachten wij dat er extra beroep wordt gedaan op de huisartsenzorg. Dan komt er een tekort aan doktersassistenten en praktijkondersteuners.”

Het fonds voor de huisartsen werd nog maar twee jaar geleden opgericht. Door het geld van Asscher begint het nu echt wat voor te stellen. Vincken: „Wij waren zelf nu anders nog niet zo ver geweest. Zeshonderd banen is misschien weinig op de hele huisartsenzorg, maar wij denken dat dit een vliegwielfunctie krijgt.”