Verminkte poppen van Malevitsj

Kazimir Malevitsj: Twee mannelijke figuren (begin jaren 30, olieverf op doek, 99×74 cm) Foto Collectie Staats Russisch Museum, Sint-Petersburg

Minder dan een jaar na het grote Malevitsj-retrospectief in het Stedelijk Museum in Amsterdam is nu in het Drents Museum in Assen een tentoonstelling van het werk van de Pools-Oekraïense pionier van de abstractgeometrische schilderkunst: Kazimir Malevich. De jaren van figuratie. Alle zestig Malevitsjen in Assen komen uit het Russisch Museum in Sint-Petersburg. De meeste stammen uit 1928-1935, toen Malevitsj (1878-1935) opnieuw figuratief was gaan schilderen.

Toch is de expositie in het Drents Museum meer dan een toegift op het Malevitsj-retrospectief in Amsterdam waar het late, figuratieve werk er door de moeizame samenwerking met het Russisch Museum bekaaid vanaf kwam (zie inzet). Met elf vroege schilderijen (stuk voor stuk topwerken), een ‘architekton’ en kostuumontwerpen voor de opera Overwinning op de zon uit 1913 geeft Kazimir Malevich in al zijn beknoptheid een helderder overzicht van de ontwikkeling van Malevitsj’ werk dan de immense, chaotische expositie in het Stedelijk. De mooie inrichting van de expositie, met paviljoentjes waarvan de plattegronden zijn gebaseerd op de cirkel en rechthoeken van Malevitsj’ Zelfportret in twee dimensies uit 1915, bevordert de buitengewone helderheid.

Het late werk van Malevitsj, van de gezichtloze, simpele boeren tegen een gestreepte achtergrond uit 1928 tot de portretten uit 1933 in min of meer realistische stijl, wordt wel beschouwd als een aanpassing aan het socialistisch realisme, de stijl die het stalinistische regime in de Sovjet-Unie omstreeks 1930 voor alle kunstenaars verplicht stelde in het kader van de bevordering van een ook voor boeren en arbeiders begrijpelijke kunst.

Maar Jevgenia Petrova, de adjunct-directeur van het Russisch Museum die de tentoonstelling mede maakt, wil hier in haar essay in de catalogus niets van weten. Van aanpassing was geen sprake, schrijft ze: Malevitsj’ simpele, bijna geometrische boeren lijken in niets op heldhaftige, socialistisch-realistische boeren. Malevitsj was midden jaren twintig zelf al tot de conclusie gekomen dat het suprematisme, zoals hij zijn abstract-geometrische schilderkunst had gedoopt, een doodlopende weg was, beweert ze. In zijn late werk, een combinatie van ‘suprematisme’ en figuratie, schiep Malevitsj „een nieuwe, schilderkunstige taal die tot op heden nog niet volledig begrepen” is.

De Franse Malevitsj-expert Jean-Claude Marcadé gaat in de catalogus nog een stap verder dan Petrova. Met zijn boeren als „verminkte etalagepoppen” was Malevitsj volgens hem „de enige kunstenaar die de dramatische situatie van het Russische en Oekraïense volk heeft laten zien tijdens de gedwongen collectivisatie die in 1932-33 uitmondde in de genocide door de hongersnood: de Holodomor”.