Vaders baard

Achter één beeld, ‘gevangen’ op straat, kan een complete wereld schuil gaan. Ilona Verhoeven kijkt en ziet meer dan zij ziet.

In den beginne. Was er de suikerspin. Nee, even serieus. De suikerspin. Ingewikkelde materie. Draait rondjes. Lijkt, naarmate hij meer omwentelingen maakt, steeds meer inhoud te krijgen. En alleen de vrouw of man boven die bijna lege centrifuge weet waar het om draait.

Een zoete wolk op een stokje.

Het ruikt allemaal zo heerlijk op de kermis, maar eenmaal om de hoek, buiten het gedruis, is het toch wat anders.

En sucre!

Hoe moet je zoiets eigenlijk eten? Veel te vast.

Ja, een suikerspin moet losjes zijn. Niet om op te kauwen.

Weet je hoe een suikerspin in het Frans heet? Een barbe à papa.

Vaders baard.

Huup, huup, Barbatruc!

Deze is niet baardachtig. Meer een bult. De magie gaat er wat af zodra je de kermis achter je laat.

Alle kinderen willen suikerspinnen, het is de zoete geur.

Stel dat we aan het eind van ons leven allemaal een suikerspin krijgen. Niet te behappen. Niet uit te rollen.

Alsof er iets terug te kijken valt.

Op de kermis zie je nou nooit zo’n bordje met de tekst: ‘Hebt u klachten, zeg het ons. Was het goed, vertel het anderen.’

Een ontevreden kermisklant is als een ontevreden bajesklant. Het zijn eigenlijk geen klanten.

Alles op de kermis is een illusie.

En daarbuiten raakt de vuilnisbak verstopt.

Aan een kant maar, gelukkig – een kleverige traan.