Tunesië kiest liever oude kliek

Uit angst voor fundamentalisme kan de oude garde de macht in Tunesië heroveren, maar een nieuwe seculiere dictatuur is niet kansrijk.

Stembureaus in Tunis voor de eerste presidentsverkiezingen sinds de omwenteling van 2011. Foto’s AFP

In het land dat aan de wieg stond van de Arabische Lente hebben veel mensen hun hoop voor de toekomst gevestigd op een man die juist een belichaming is van het verleden: Béji Caïd Essebsi. De 87-jarige advocaat diende onder beide autoritaire presidenten die het land heeft gehad sinds de onafhankelijkheid. Maar dat lijkt veel kiezers niet te deren. Volgens de peilingen maakt hij de beste kans om president te worden na de verkiezingen van gisteren. De vrees is dat het land dan terug zal vallen in zijn autoritaire reflexen.

In de Tunesische stad Sfax werd Essebsi vorige week onthaald als een superster. Duizenden aanhangers waren afgekomen op zijn laatste grote campagnespeech voor de presidentsverkiezingen. Essebsi – nog kwiek voor zijn leeftijd – liep onder oorverdovend gejuich het podium op en balde zijn vuist. De meeste mensen waren op hun stoel geklommen om de toespraak te filmen met hun telefoon – ook al was er door de krakende boxen geen woord van de verstaan.

Essebsi presenteert zich als de politieke erfgenaam van Habib Bourguiba, de eerste president na de onafhankelijkheid in 1956. Hij lanceerde zijn campagne voor de presidentsverkiezingen daarom bij het mausoleum van Bourguiba. Uit de speakers klonk een decennia oude ode aan de ‘geliefde za’im’: de sterke man die de politiek in de Arabische wereld lang domineerde. Essebsi praat, gebaart en kleedt zich precies zoals Bourguiba. Zijn toespraken zijn een geraffineerde mix van Arabisch, Tunesische gezegdes, verzen uit de Koran en grapjes.

Bougbuiba was zeker geen democraat, maar in de dertig jaar dat hij aan de macht was legde hij wel de basis voor alles waar de Tunesische middenklasse trots op is: een sterke bureaucratie, scheiding van staat en religie, vrouwenrechten en gedegen onderwijs voor iedereen. Veel seculiere Tunesiërs vreesden dat de moslimfundamentalistische partij Ennahda, die aan de macht kwam na de revolutie in 2011, een einde zou maken aan deze verworvenheden.

Als tegenwicht voor Ennahda werd een nieuwe seculiere partij opgericht: Nidaa Tounes. De partij is een opmerkelijk verbond van zakenlieden, vakbondsleden, communisten en voormalige leden van het oude regime. Van interne partijdemocratie is geen sprake. De ideologisch zeer uiteenlopende groepen worden bijeen gehouden door hun afkeer van Ennahda en door de charismatische Essebsi.

„Ik ben hier om het seculiere karakter van onze samenleving te verdedigen”, zei Snoussi Tahar (53), die helemaal uit Tunis was komen rijden om in Sfax de toespraak van Essebsi te horen. „Ennahda heeft onze regering gecorrumpeerd. Ze hebben een parallel systeem opgezet in het ministerie van Binnenlandse Zaken en ze zijn geïnfiltreerd in de veiligheidsdiensten, zodat ze in staat waren om vorig jaar twee linkse activisten te vermoorden. Hun duistere interpretatie van de islam heeft niets van doen met ons.”

Politieke moorden

Veel seculiere Tunesiërs denken dat Ennahda achter de moorden zat, al is dat niet bewezen. Na die moorden gingen tienduizenden mensen de straat op om de partij te dwingen de macht op te geven. De situatie was zo explosief dat de fundamentalisten besloten plaats te maken voor een regering van technocraten, die nieuwe parlements- en presidentsverkiezingen moest organiseren.

De verkiezingen vormen het sluitstuk van de democratisering. Begin dit jaar werd een nieuwe grondwet aangenomen, die alom is bejubeld als de meest democratische van de hele regio. De parlementsverkiezingen van vorige maand liepen uit op een verrassende overwinning van Nidaa Tounes en een afstraffing van Ennahda.

„Vorig jaar was er enorme polarisatie tussen mensen die voor ons en tegen ons zijn”, zegt Zied Nadhari, een voormalige parlementariër van Ennahda. „Het was een gevaarlijk moment in onze overgang naar democratie. Om een herhaling te voorkomen, doen we niet mee aan de presidentsverkiezingen. Ons belangrijkste doel is om deel te blijven uitmaken van het politieke landschap. We hebben lang genoeg geleden onder het gebrek aan democratie. Tienduizenden van onze leden zaten tijdens het bewind van Ben Ali in de gevangenis.”

Officieel heeft Ennahda geen voorkeur uitgesproken voor een kandidaat. Maar in moskeeën worden foto’s uitgedeeld van Moncef Marzouki, die sinds 2011 interim-president is. De uitslag van gisteren is nog niet bekend, maar eerste exit polls wijzen er op dat Essebsi het in de tweede ronde op 28 december opneemt tegen Marzouki.

Een overwinning van Essebsi betekent dat Nidaa Tounes de politiek volledig zal domineren. De grootste partij in het parlement levert immers ook de premier. Terugkeer naar dictatuur is weliswaar onwaarschijnlijk onder de nieuwe grondwet. Maar er is een reëel gevaar dat Nidaa Tounes zijn dominantie gebruikt om de zwakke staatsinstellingen, die gewend zijn om te gehoorzamen aan één partij met een sterke leider, naar zijn hand te zetten en de fundamentalisten te vervolgen onder het mom van de strijd tegen terrorisme.

De uitkomst is van groot belang voor de rest van het Midden-Oosten, dat in de greep is van oorlog, extremisme en autoritaire regimes die fundamentalistische partijen keihard onderdrukken. Blijft Tunesië een lichtend voorbeeld in de regio, het enige land waar politiek wordt bedreven op basis van compromissen, of valt het terug in oude reflexen?

Essebsi heeft een coalitie met Ennahda niet uitgesloten, maar de aversie tegen de partij is groot binnen Nidaa Tounes. „Als Nidaa besluit samen te werken met Ennahda zal de partij 20 tot 30 procent van zijn electoraat verliezen”, zegt politicoloog Ramadi Redissi, die betrokken was bij de oprichting van Nidaa Tounes maar niet meer actief is binnen de partij. „De vakbonden en de communisten zullen de partij meteen verlaten.”

Critici vrezen dat de politiek de komende jaren volledig verlamd zal worden door de strijd tussen Nidaa Tounes en Ennahda. Want het land kampt met grote problemen. Terrorisme is een reëel gevaar, dat gevoed wordt door de burgeroorlog in buurland Libie. En de verouderde economie moet grondig hervormd worden om banen te creëren voor de enorme hoeveelheid werklozen. Armoede en werkloosheid waren een belangrijke aanleiding voor de revolutie.

Een andere netelige kwestie is het plan voor een rechtbank, waar Tunesiërs voor het eerst getuigenissen kunnen afleggen over de mensenrechtenschendingen onder Bourguiba en Ben Ali. De schuldigen kunnen met terugwerkende kracht worden vervolgd – iets waar Essebsi fel op tegen is. Als minister van Binnenlandse Zaken in de jaren zestig was hij mede verantwoordelijk voor de onderdrukking van de toenmalige oppositie.

Maar een groot verschil met toen is dat de angst voor de autoriteiten is verdwenen. „Als de nieuwe regering besluiten neemt die ons niet bevallen, gaan we weer de straat op”, zegt Aziz Amemi, een activist van het eerste uur. „Zo hebben we Ennahda weg gekregen en zo hebben we de grondwet gekregen die we wilden. De revolutie is nog niet voorbij. Ik zie het als een lang proces. Ik denk dat revoluties niet politiek zijn, maar sociaal. De werkelijke macht in Tunesië ligt nu bij de samenleving.”