Roofkunst ruilen tegen wapens

Het kalifaat verdient aan roofkunst, in Mali slopen jihadisten mausolea. Archeoloog Joris Kila pleit voor betere bescherming van cultureel erfgoed wereldwijd.

Archeoloog Joris Kila bekommert zich om cultureel erfgoed in conflictgebieden. Foto Andreas Terlaak

Het conflict in Syrië en Irak heeft de volle aandacht van Joris Kila. Niet omdat hij oud-militair is, maar omdat hij archeoloog is en zich al jaren bekommert om het lot van cultureel erfgoed in conflictgebieden. Afgelopen donderdag hield hij de Reuvenslezing, de belangrijkste voordracht op de jaarlijkse Reuvensdagen voor Nederlandse archeologen. „Sinds het begin van de Syrische burgeroorlog,” vertelt hij in een Haags etablissement, „zien we daar alle varianten van cultural property crime (erfgoedmisdrijven): militair en religieus vandalisme en roverij voor de zwarte markt.”

De vernieling is soms intens: „Aleppograd!” Zo noemde de Syrische archeoloog Cheikhmous Ali de oude Syrische stad Aleppo toen hij recente videobeelden zag. Net Stalingrad in 1943. De video’s waren door Ismail, een van Ali’s informanten, naar Turkije gesmokkeld en de twee troffen elkaar in het grensstadje Gaziantep. Het is een aangrijpende scène uit de documentaire Das geplünderte Erbe van de Duitse omroep ARD (20 oktober).

Ali is een goede kennis en collega van Joris Kila en leidt een organisatie van vakgenoten die zich grote zorgen maken over het culturele erfgoed in Syrië. De middeleeuwse citadel van Aleppo is er stuk geschoten en de Omayyaden Moskee is zwaar beschadigd – de minaret uit 1090 is omver geblazen. De eeuwenoude souks (markten) in de binnenstad liggen na drie jaar burgeroorlog in puin.

Het is een typisch voorbeeld van militair vandalisme, legt Kila uit: verwoesting van historische monumenten zonder militaire noodzaak. „Een nieuw verschijnsel is het hergebruik van antieke en middeleeuwse forten en kastelen, waarvan sommige op de erfgoedlijst van Unesco staan. Neem het kruisvaarderkasteel Krak des Chevaliers, bij de grens met Libanon. Dat wordt nu opnieuw gebruikt vanwege zijn strategische ligging, zowel door het leger van Assad als door zijn tegenstanders. Het heeft intussen zware schade opgelopen.”

De vele historische monumenten in Syrië hebben zwaar te lijden onder de nu al meer dan drie jaar durende burgeroorlog. En niet alleen door artilleriebeschietingen, maar ook door religieus geïnspireerde beeldenstormen en georganiseerde roverij voor de zwarte markt.

Kila bezocht in 2003 als overste van de Nederlandse landmacht Irak, waar hij met hulp van lokale mensen de overblijfselen van de antieke stad Uruk wist te vrijwaren voor plundering. Hij bezocht ook Libië kort na de val van Gaddafi in 2011. „Ik heb toen meegewerkt aan een aanvulling van de no-strike list van de Amerikaanse luchtmacht, waarop normaal ziekenhuizen en ambassades staan, maar nu ook cultuurgoed in Libië. De NAVO heeft daar toen gebombardeerd. We hebben in het veld gecontroleerd of de lijsten hadden gewerkt. Bij Leptis Magna in Noord-Libië ligt een Romeins fort. Daar vlakbij had Gaddafi radarinstallaties met luchtafweergeschut. Die waren helemaal aan gort geschoten, terwijl tien meter verder dat Romeinse kasteeltje stond. En dat was onbeschadigd.” Of er nu weer zo’n lijst is voor de Nederlandse aanvallen in Irak weet Kila niet. „Ik had verwacht dat ze data zouden vragen voor een no-strike list. Misschien hebben ze die van de Amerikanen gekregen, maar ik heb er niets meer over gehoord.”

Beeldenstormen

Een religieus geïnspireerde variant is de vernietiging van als heidens beschouwde afbeeldingen. Kila: „In Syrië gebeurt dit met iconen uit kerken en kloosters, maar ook met schilderingen in sji’itische heiligdommen. De daders zijn jihadisten. Zulke beeldenstormen zagen we ook in het noorden van Mali en in Libië, waar een islamistische militie een moskee van een soefi-broederschap omver haalde met een dragline, een soort graafmachine.”

In Egypte werd in 2011 van alles verwoest en geroofd, zij het niet in een burgeroorlog. Tijdens de revolte tegen Mubarak brak chaos uit en monumenten werden niet langer bewaakt. Kila: „Dat is een derde variant. In tijden van onveiligheid – oproer, oorlog – grijpen gewone criminelen hun kans. En er is ook vandalisme uit algemene onvrede. Dan richt de volkswoede zich tegen symbolen van het bewind, zoals standbeelden. Verder zijn er mensen die honger hebben en kunstschatten te gelde maken om brood te kopen. Ten slotte heb je combinaties, verstrengeld met georganiseerde misdaad. Strijdende partijen gebruiken kunstschatten en oudheden om wapens en munitie te kopen.”

Er komen de laatste tijd steeds meer berichten dat Islamitische Staat de schatkist zou vullen met de verkoop van oudheden. Schattingen van de inkomsten tot dusverre lopen uiteen van 31 miljoen dollar (The Guardian) tot enkele miljarden (Los Angeles Times).

Religieuze belasting

Kila: „Er worden nu olie-installaties van IS gebombardeerd, en uit de olie-export haalde het kalifaat tot dusverre zijn meeste inkomsten. Het gaat zich daarom nu meer op erfgoed concentreren. IS int religieuze belasting (khums) in de vorm van oudheden. Ze geeft vergunningen uit aan de plaatselijke bevolking om naar oudheden te graven en vragen daarvoor een percentage, variërend van 20 tot 50 procent van de opbrengst uit verkoop aan de tussenhandel. Er zijn veel tussenpersonen in het gebied die zich daar al tijdens de vorige Irakese oorlogen in bekwaamd hebben en nu optreden voor IS. Het oogsten gebeurt intussen systematisch, met graafmachines. In winkeltjes in Istanbul liggen nu objecten uit Syrië en Irak. Het gaat vooral om kleinere stukken: mozaïeken, beeldjes, kleitabletten waarvoor in beide landen een exportverbod geldt. Daar is vraag naar, in Europa en bij rijke Russen, rijke Chinezen en oliesjeiks. De belangrijkste doorvoerhaven is Dubai. Daar krijgen geroofde kunstschatten douanepapieren.”

Al deze varianten van vandalisme en roverij gelden in het internationale recht als erfgoedmisdrijven. Hét verdrag in kwestie is de Haagse Conventie voor de Bescherming van Cultuurgoederen bij Gewapende Conflicten die dateert uit 1954. Maar hedendaagse oorlogen zijn meestal asymmetrische conflicten, tussen reguliere strijdkrachten en ongeregelde rebellenbewegingen. Die laatste trekken zich weinig aan van internationale verdragen.

Kila: „Dat klopt, maar op grond van het tweede protocol van de Haagse Conventie kunnen ook in officieel erkende ‘niet-internationale conflicten’, zoals de burgeroorlog in Syrië, individuen vervolgd worden voor erfgoedmisdaden.”

Er is al een precedent. Kila: „Het Joegoslavië Tribunaal heeft een Montenegrijnse generaal, Pavle Strugar, veroordeeld, onder meer wegens het zonder militaire noodzaak bombarderen van het oude stadscentrum van Dubrovnik tijdens de oorlog van de jaren 90. Die zaak schept precedenten. Het Internationaal strafhof doet intussen onderzoek naar jihadisten van Ansar ad-Dine, die zich in 2012 hebben schuldig gemaakt aan erfgoedmisdrijven in Mali. Op YouTube zie je hen tombes in elkaar rammen en poseren naast hun vandalenwerk.”