Lintworm kroop vier jaar lang door mensenbrein

Genetici hebben de gevoelige plekken ontdekt van een zeldzame parasitaire worm uit de hersenen van een man.

Februari 2010

Een vijftigjarige man van Chinese komaf meldde zich in een Brits ziekenhuis met klachten van hoofdpijn, epileptische aanvallen, een veranderd reukvermogen en geheugenstoornissen. Neurologen die hem onderzochten zagen op MRI-beelden een centimeter groot ‘litteken’, dat zich tot hun grote verbazing leek te verplaatsen door de hersenen, langzaam overstekend van de rechter- naar de linkerhersenhelft. Pas toen de artsen vier jaar later een biopt namen onderuit de linkerhersenhelft waar het ‘litteken’ zich toen bevond, ontdekten zij dat het een 10 centimeter lange larve van een lintworm was die de man al die jaren plaagde.

De man kreeg onmiddellijk een kuur met albendazol, een medicijn dat wormen, eitjes en larven doodt. Dat hielp, hij herstelde en zijn neurologische klachten verdwenen. Een stukje van de worm werd opgestuurd naar het Sanger Institute waar genetici voor het eerst het complete genoom van Spirometra erinaceieuropaei ontrafelden. Ze publiceerden hun resultaat vorige week in het blad Genome Biology.

De onderzoekers wilden aanvankelijk via de DNA-analyse vaststellen om welke soort parasiet het ging. Ze waren bang dat het misschien Spirometra proliferum zou zijn, een soort waarvan zoveel larven in het menselijk lichaam kunnen gaan groeien dat het levensbedreigend is. Maar dat konden ze uitsluiten toen ze de basenvolgorde van het gen cox1 analyseerden. En, omdat ze toch al bezig waren, besloten ze om dan ook maar meteen de gehele DNA-volgorde van de worm op te helderen.

Het genoom van de worm bleek opvallend groot, met 1,25 miljard basenparen. Ter vergelijking: het mensengenoom is 3 miljard baseparen groot. De onderzoekers ‘lazen’ in het wormengenoom dat het dier waarschijnlijk resistent is tegen het anti-wormmiddel benzimidazol, maar mogelijk wel gevoelig is voor praziquantel.

De DNA-volgorde van twee kenmerkende genen van de parasiet bleek exact overeen te komen met die van een genetische studie die eerder was uitgevoerd in de Chinese provincie Hunan. Dat klopt met het verhaal van de patiënt, die weliswaar al meer dan 20 jaar in Groot-Brittannië woonde, maar nog regelmatig naar zijn geboorteland reisde voor familiebezoek. De artsen vermoeden dat hij de worminfectie tijdens een van die reizen opliep.

Menselijke infecties met de lintworm S. erinaceieuropaei zijn zeldzaam, maar af en toe zijn er meldingen uit China, Zuid-Korea, Thailand, Vietnam en Japan. Lintwormen leven meestal in iemands darmen, maar de larven ervan kunnen kennelijk zonder enige beperking door het lichaam gaan zwerven. Ze zijn soms zichtbaar als onderhuidse knobbels maar kunnen zich ook nestelen in de hersenen, ruggenmerg of ogen. Hun voedsel en zuurstof halen ze uit weefselvocht.

Mensen kunnen de infectie oplopen door het eten van rauwe pad of het consumeren van niet goed gekookt kikker- of slangenvlees. De behandeling van open wonden of oogontstekingen met compressen met kikkervlees kan ook een bron van besmetting zijn, evenals het per ongeluk inslikken van geïnfecteerde roeipootkreeftjes die in vervuild drink- of zwemwater voorkomen.

De lintworm heeft een ingewikkelde levenscyclus met verschillende gastheren. Eitjes van de worm ontwikkelen zich in open water. Na een tot twee weken komen ze uit en dan verschijnen er kleine rondzwemmende ‘coracidia’. Deze infecteren roeipootkreeftjes. Als de roeipootkreeftjes vervolgens worden gegeten door padden, kikkers of slangen, ontwikkelen de echte larven van de worm zich. Pas in de eindgastheer, meestal katten of honden, bereikt de worm het volwassen stadium en kan hij zich voortplanten.