Kunstmuseum Bern accepteert erfenis Gurlitt

Uit de collectie van Gurlitt is een groot aantal werken waarvan de herkomst onduidelijk is online gezet op de website lostart.de, zodat mensen zich kunnen melden met claims. Hierboven een deel daarvan, dat in zijn appartement in München in het voorjaar van 2012 in beslag is genomen. Later werd ook in zijn huis in Salzburg kunst gevonden. In het ziekenhuis waar hij in mei overleed kwam uit zijn koffer een Monet te voorschijn.

Na een half jaar bedenktijd heeft Kunstmuseum Bern de erfenis geaccepteerd van de op 6 mei overleden Cornelius Gurlitt, de zoon van een bekende kunsthandelaar die werk verrichte voor Hitler.

Dat heeft Christoph Schaeublin van het Kunstmuseum Bern zojuist bekendgemaakt op een persconferentie, georganiseerd door het museum, de Duitse bondsregering en de deelstaat Beieren. De erfenis bestaat, behalve uit onroerend goed (een huis en een appartement), uit zo’n 1.500 kunstwerken waarvan een deel tijdens het nazibewind is geroofd, in beslaggenomen of onder druk gekocht van veelal joodse families.

Op de persconferentie werd ook bekendgemaakt dat Duitsland het onderzoek naar de herkomst van de kunst in de collectie zal voortzetten. Ook zal Duitsland de kosten op zich nemen van eventuele rechtszaken die slachtoffers van het Derde Rijk, of hun nazaten, zullen aanspannen tegen het museum, indien de herkomstdeskundigen niet de conclusies trekken die zij rechtvaardig achten.

Die kosten zullen niet gering zijn. De Amerikaanse kunstverzamelaar, oud-politicus en huidige voorzitter van het Joods Wereldcongres Ronald Lauder voorspelde onlangs “een lawine” aan rechtszaken.

Kritiek op autoriteiten

Duitsland had het museum aangeraden de erfenis te accepteren. Dat zeggen betrokkenen bij de onderhandelingen op voorwaarde van anonimiteit. Het land kreeg stevige kritiek omdat het de inbeslagname van Gurlitts collectie geheim had gehouden (tot een Duits weekblad die openbaarde) en omdat de Duitse autoriteiten slechts één, redelijk onervaren deskundige onderzoek naar de kunst had laten verrichten.

Tegelijk groeide de kritiek op de autoriteiten omdat er geen juridische grond bleek te bestaan voor de inbeslagname van de kunst. De verdenking, belastingfraude, stond niet in verhouding met de inbeslagname. Bovendien is het bezitten van roofkunst, door een particulier, niet strafbaar. Ook zijn er honderden werken in de verzameling die de familie Gurlitt voor 1933 legaal heeft gekocht.

Als Gurlitt niet was gestorven, had hij zijn collectie snel moeten terugkrijgen. Dat zou internationaal voor nog meer verontwaardiging hebben gezorgd over de collectie, waarvan de kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt – vader van Cornelius – altijd had beweerd dat die in de brand van Dresden was verwoest.

Lees ook ‘Een besmette erfenis’ uit NRC Handelsblad van afgelopen weekend (€).

Lees ook een longread van Der Spiegel over Cornelius Gurlitt: ‘Interview with a Phantom: Cornelius Gurlitt Shares the Secrets of His Pictures’.