Kunst om oorlog mee te voeren

Het kalifaat verdient aan roofkunst, in Mali slopen jihadisten mausolea. Archeoloog Joris Kila bekommert zich om het lot van cultureel erfgoed in conflictgebieden.

In tijden van oorlog grijpen gewone criminelen hun kans, zegt archeoloog Joris Kila. Foto Andreas Terlaak

‘Aleppograd!” Het eerste beeld dat de Syrische archeoloog Cheik-hmous Ali te binnen schiet als hij de videobeelden ziet van de oude stad Aleppo is dat van Stalingrad in 1943. De middeleeuwse citadel is stuk geschoten en de Omayyaden Moskee is zwaar beschadigd – de minaret uit 1090 is omver geblazen. De eeuwenoude souks , de markten in de binnenstad liggen na drie jaar burgeroorlog in puin. Het is een aangrijpende scène uit de documentaire Das geplünderte Erbe van de Duitse omroep ARD, op 20 oktober uitgezonden.

De vele historische monumenten in Syrië hebben zwaar te lijden onder de nu al meer dan drie jaar durende burgeroorlog. Niet alleen door artilleriebeschietingen, maar ook door religieus geïnspireerde beeldenstormen en georganiseerde roverij voor de zwarte markt. Cheikhmous Ali leidt een organisatie van vakgenoten die zich grote zorgen maken over het culturele erfgoed in Syrië.

Oude forten worden weer gebruikt

De Nederlandse archeoloog Joris Kila is een kennis en collega van Cheikhmous Ali. Kila bekommert zich al jaren om het lot van cultureel erfgoed in conflictgebieden. In 2003 bezocht hij als overste van de Nederlandse landmacht Irak, waar hij met hulp van lokale mensen de overblijfselen van de antieke stad Uruk wist te vrijwaren voor plundering. Hij bezocht Libië kort na de val van Gaddafi; Egypte tijdens de opstand tegen Mubarak en begin dit jaar het Malinese Timboektoe, waar jihadisten in 2012 graftombes van soefi-heiligen hebben opgeblazen. Over dit thema hield Kila donderdag de Reuvenslezing, een jaarlijkse voordracht voor archeologen.

Het conflict in Syrië en Irak heeft Kila’s volle aandacht. „Sinds het begin van de Syrische burgeroorlog,” vertelt hij in een Haags etablissement, „zien we daar alle varianten van cultural property crime, de juridische term voor erfgoedmisdrijven.

„Allereerst militair vandalisme, verwoesting van historische monumenten zonder militaire noodzaak. Een nieuw verschijnsel is hergebruik van antieke en middeleeuwse forten en kastelen, waarvan sommige op de erfgoedlijst van Unesco staan. Neem het kruisvaarderkasteel Krak des Chevaliers, bij de grens met Libanon. Dat wordt nu opnieuw gebruikt vanwege zijn strategische ligging, zowel door het leger van Assad als door zijn tegenstanders. Het heeft intussen zware schade opgelopen.”

Moskeeën slopen met graafmachines

Een religieus geïnspireerde variant is de vernietiging van als heidens beschouwde afbeeldingen. Kila: „In Syrië gebeurt dit met iconen uit kerken en kloosters, maar ook met schilderingen in shi’itische heiligdommen. De daders zijn jihadisten. Zulke beeldenstormen zagen we ook in het noorden van Mali en in Libië, waar een islamistische militie een moskee van een soefi-broederschap omver haalde met een dragline, een soort graafmachine.”

In Egypte werd in 2011 van alles verwoest en geroofd, zij het niet in een burgeroorlog. Tijdens de revolte tegen Mubarak brak chaos uit en monumenten werden niet langer bewaakt. Kila: „Dat is een derde variant. In tijden van onveiligheid – oproer, oorlog – grijpen gewone criminelen hun kans. Maar er is ook vandalisme uit algemene onvrede. Dan richt de volkswoede zich tegen symbolen van het bewind, zoals standbeelden. Verder zijn er mensen die honger hebben en kunstschatten te gelde maken om brood te kopen. Ten slotte heb je combinaties, verstrengeld met georganiseerde misdaad. Strijdende partijen gebruiken inkomsten uit de smokkel van kunstschatten en oudheden om wapens en munitie te kopen.”

Er komen de laatste tijd steeds meer berichten dat Islamitische Staat zijn koffers zou vullen met de verkoop van oudheden uit bezet gebied. Schattingen van de inkomsten tot dusverre lopen uiteen van 31 miljoen dollar (The Guardian) tot enkele miljarden (Los Angeles Times).

Geen olie? Dan maar erfgoed

Kila: „Er worden nu olie-installaties van IS gebombardeerd, en uit de olie-export haalde het kalifaat tot dusverre zijn meeste inkomsten. Het gaat zich daarom nu meer op erfgoed concentreren. IS int religieuze belasting (khums) in de vorm van oudheden. Ze geeft vergunningen uit aan de plaatselijke bevolking om naar oudheden te graven en vragen daarvoor een percentage, variërend van 20 tot 50 procent van de opbrengst uit verkoop aan de tussenhandel.

„Het oogsten gebeurt intussen systematisch, met graafmachines. In winkeltjes in Istanbul liggen nu objecten uit Syrië en Irak. Het gaat vooral om kleinere stukken: mozaïeken, beeldjes, kleitabletten waarvoor in beide landen een exportverbod geldt. Daar is vraag naar, in Europa en bij rijke Russen, rijke Chinezen en oliesjeiks. De belangrijkste doorvoerhaven is Dubai. Daar krijgen geroofde kunstschatten reguliere douanepapieren.”

Al deze varianten van vandalisme en roverij gelden in het internationale recht als erfgoedmisdrijven. Hét verdrag in kwestie is de Haagse Conventie voor de Bescherming van Cultuurgoederen bij Gewapende Conflicten die dateert uit 1954. De tekst is gebaseerd op ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog en heeft betrekking op strijdkrachten van staten. Hedendaagse oorlogen zijn meestal asymmetrische conflicten, tussen reguliere strijdkrachten en ongeregelde rebellenbewegingen. Die laatste trekken zich weinig aan van internationale verdragen.

Hoe veroordeel je een jihadist?

Kila: „Dat klopt, maar op grond van het tweede protocol van de Haagse Conventie kunnen ook in officieel erkende ‘niet-internationale conflicten’, zoals de burgeroorlog in Syrië, individuen aansprakelijk gesteld en vervolgd worden voor erfgoedmisdaden. Verder bevat het Statuut van Rome, dat in 1998 leidde tot instelling van het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag, belangrijke bepalingen over erfgoedmisdrijven.”

Er is al een precedent. Kila: „Het Joegoslavië Tribunaal heeft een Montenegrijnse generaal, Pavle Strugar, veroordeeld, onder meer wegens het bombarderen van het oude stadscentrum van Dubrovnik tijdens de oorlog van de jaren 90, en dat zonder militaire noodzaak. Het ICC doet intussen onderzoek naar jihadisten van Ansar ad-Dine, die zich in 2012 hebben schuldig gemaakt aan erfgoedmisdrijven in Mali. Zij zijn te identificeren. Op YouTube zie je hen tombes in elkaar rammen en poseren naast hun vandalenwerk.”