Kinderopvang staat er door crisis en bezuinigingen beroerd voor

Het gaat onverminderd slecht in de kinderopvang. Dat blijkt uit het Brancherapport Kinderopvang 2014, dat de Brancheorganisatie Kinderopvang afgelopen weekend heeft gepubliceerd.

De sector heeft te maken met ernstige vraaguitval. Het aantal kinderen in de kinderopvang is sinds 2011 met 100.000 teruggelopen. Nu maken nog 650.000 kinderen gebruik van een vorm van kinder(dag)opvang, gastouderopvang of buitenschoolse opvang. Deze daling zette in na enkele jaren van explosieve groei.

Als gevolg van de vraaguitval is het aantal faillissementen hoog. Vorig jaar was er een recordaantal in de sector: 98 organisaties gingen in 2013 failliet. Maar ook dit jaar is het aantal hoog, „waarbij ook opvallend genoeg een aantal grote kinderopvangorganisaties faillissement heeft moeten aanvragen”, schrijft de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Zo ging onder meer Estro, de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, afgelopen zomer failliet. Het bedrijf maakte een doorstart onder de naam Smallsteps, maar duizend werknemers verloren hun baan.

De vraaguitval is een gevolg van overheidsbezuinigingen in combinatie met de crisis. Vorig jaar is „een stevige lobby” ingezet, zo valt te lezen in het brancherapport, met als doel „het bedrag dat meer is bezuinigd dan geraamd terug te ploegen in de sector”. Deze lobby heeft dit jaar geresulteerd in een verhoging van het budget voor kinderopvangtoeslag met 100 miljoen euro.

De financiële positie van de overgebleven kinderopvangorganisaties is zwak, zo blijkt uit het rapport. Ze hebben ingeteerd op hun eigen vermogen. De gemiddelde solvabiliteit van de kinderopvangorganisaties – de mate waarin ze aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen – is met 12 procent een stuk lager dan het streefpercentage van 20 procent.

Het gevolg daarvan is, schrijft de Brancheorganisatie Kinderopvang, dat er „weinig tot geen ruimte is voor investeringen voor uitbreiding van capaciteit als de vraag naar kinderopvang weer aantrekt”. Financiering uit eigen vermogen is „bijna niet mogelijk”, financiering uit vreemd vermogen „niet meer toegankelijk”.