Keiharde aanpak helpt rechtsstaat

Dreiging van jihadisme rechtvaardigt harde maatregelen. Maar geen veiligheid zonder oplettende burgers, meent Ivo Opstelten.

illustratie olle johanson

De democratische rechtsstaat is geen rustig bezit. Dat was evident in 1940 toen prof. Cleveringa in zijn beroemde rede protesteerde tegen het ontslag van Joodse universiteitsmedewerkers. Natuurlijk, vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog gaan altijd mank. De gruwelijkheden, de omvang en historische omstandigheden zijn immers uniek. Maar dat betekent niet dat we niet alert moeten zijn op nieuwe bedreigingen voor onze rechtsstaat.

De vraag is: bevinden wij ons op dit moment, met de dreiging van het internationaal jihadisme, opnieuw in een situatie die aanleiding geeft onze democratie weerbaarder te maken?

Mijn antwoord daarop is ‘ja’. Het internationaal jihadisme is een gevaar voor onze binnenlandse veiligheid, een gevaar voor onze rechtsstaat en een gevaar voor de internationale rechtsorde. Nederland kan deze bedreigingen aan, mits de overheid élke mogelijkheid gebruikt die de rechtsstaat biedt. En burgers zelf alert zijn.

Het jihadisme in Nederland is een kleine, maar gevaarlijke beweging. Nederlandse jihadgangers roepen op tot het plegen van aanslagen. Ze ronselen jongeren voor de gewapende strijd. En als ze terug zijn in Nederland kunnen zij een aanslag plegen.

De kans dat sympathisanten van IS in Nederland geweld gebruiken is helaas reëel. Canada, de VS en België zijn al getroffen door aanslagen van IS-aanhangers. Wie denkt dat deze gevaren aan Nederland voorbij gaan, vergist zich: De ontwikkelingen laten een steeds concretere dreiging zien van terroristische aanslagen door jihadisten. We worden geconfronteerd met veiligheidsproblemen die zich nog niet eerder op deze schaal en met deze ernst manifesteerden.

Sommigen vinden dat mensen in een vrije samenleving het recht hebben zich tegen deze samenleving te keren. Door hun gedachtengoed te verspreiden, medestanders voor hun zaak te winnen of af te reizen naar Syrië of Irak voor de gewapende strijd.

De vraag is hoe tolerant we moeten zijn tegenover de intolerantie van de jihadisten. Mijn antwoord is dat we moeten optreden tegen diegenen die de rechtsstaat aanvallen.

In Nederland is haast onbegrensde ruimte voor verschillende ideologieën, denkbeelden en levensovertuigingen. Dat is vastgelegd in grondrechten, die gelden voor ons allemaal.

Als minister ben ik verantwoordelijk voor het beschermen van die grondrechten. Maar deze belangrijke principes rusten op de schouders van velen. De politieagent op straat. De officier van justitie die vervolgt. En de rechter die recht spreekt. Allemaal zijn zij toegewijd aan de rechtsstaat én is hun handelen door diezelfde rechtsstaat begrensd.

Toch mag de vrijheid die onze grondrechten bieden nooit gebruikt worden om het voortbestaan ervan te ondermijnen. Onze vrijheid, onze rechtsstaat en onze democratie zijn niet onderhandelbaar. Het beschermen van deze grondrechten is een dure plicht, die elke generatie met zich meedraagt.

Optreden dus, maar hoe? We moeten het jihadisme keihard aanpakken, binnen de grenzen van de rechtsstaat.

Een voorbeeld. We stoppen jihadisten, soms hele gezinnen, die willen afreizen naar Syrië en Irak. We nemen hun paspoort in. Dat voorkomt dat ze de jihadistische beweging versterken, het voorkomt dat we hen uit het oog verliezen en het voorkomt dat zij hun gezin meesleuren in hun zucht naar terreur. Dit sluit aan bij het doel van de internationale gemeenschap. In september spraken de Verenigde Naties af te voorkomen dat jihadisten uitreizen naar conflictgebieden. En samen met acht EU-lidstaten pleit Nederland voor betere informatie-uitwisseling hierover in Europa. Niets doen is een onverschilligheid die we ons niet kunnen veroorloven. Ik ben het dus niet eens met degenen die vinden dat deze mannen en vrouwen kunnen vertrekken, als zij dat willen. Deze jihadgangers keren op een dag misschien terug. Met een diepe afkeer van het westen en een grote bereidheid om te vechten. Het is onze taak, deze geradicaliseerde mannen en vrouwen tijdig te stoppen.

Nog een voorbeeld. Extremisten ronselen voor de jihad, verspreiden propaganda en benutten de moderne media volop. Daarom letten we scherp op de verspreiding van jihadistische propaganda. Online en offline. We starten een meldpunt voor vermoedens over radicalisering. En we werken aan contactverboden en een tijdelijke meldplicht voor ronselaars. Zo voorkomen we nieuwe aanwas van de jihadistische beweging – door radicalisering tegen te gaan en de voedingsbodem weg te nemen.

Voorbeeld drie. In de strijd tegen jihadisme heeft de samenleving zelf een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan het krachtige signaal dat uitgaat van de Nederlandse imams en moskeebesturen, die zich uitspreken tegen het jihadisme. In de VS snappen ze ook dat mensen zelf het verschil kunnen maken. In 2010 startte de overheid een campagne voor meer alertheid op terrorisme: If you see something, say something. Wie iets verdachts ziet, moet dit melden. In keurig Rotterdams: Uit je doppen kijken!

Als minister en als liberaal sta ik voor een democratie waarin we – in Cleveringa’s woorden – „elken mensch prijzen of laken naar eigen gedrag, verdienste, houding en waarde.”

Dat betekent dat we onze veiligheid moeten bewaken, zonder groepen mensen buiten de rechtsstaat te plaatsen. Dat we ons moeten blijven inzetten voor een weerbare democratie, zonder dat angst ons land gaat regeren.

En dat betekent dat we soms gericht maatregelen nemen bij een kleine groep fanatici om de vrijheid van ons allen te beschermen. Dat is niet alleen nodig om aanslagen te voorkomen die onze samenleving ontwrichten, het versterkt ook het draagvlak voor de beginselen van de rechtsstaat.

Dit draagvlak voor de beginselen van onze rechtsstaat zal afnemen als we onder het mom van tolerantie de andere kant op kijken bij verschrikkelijke misdaden; het zal afnemen als we onze godsdienstvrijheid door fanatici laten misbruiken om andersdenkenden hun de vrijheid te ontnemen. En het zal afnemen als onze vrijheid van meningsuiting ons weerhoudt op te treden tegen ronselaars voor een nihilistische strijd in Syrië en Irak.

Juist om deze waardevolle principes te beschermen, moeten we compromisloos optreden tegen diegenen die onze rechtsstaat bedreigen.

Natuurlijk. In een vrij land lopen de meningen uiteen. Dat betekent fel debat en hoogoplopende gemoederen. Maar liever een fel debat, dan een weerloze democratie, die intolerantie op zich af ziet komen – en niet handelt.