Je haalt de straat niet uit de speler

Straatvoetballers zijn de smaakmakers van de eredivisie – zoals Ajax-aanvaller Kishna zaterdag tegen SC Heerenveen (4-1 zege). Bij clubs als Excelsior en Feyenoord gebruiken ze elementen van pleintjesvoetbal in de jeugdopleiding.

Ajax-spelers Ricardo Kishna en Anwar El Ghazi. Foto ANP

De bal zit vastgeplakt aan de witte sneakers van Abdellah El Bahraoui (13). Hij maakt de ene schijnbeweging na de andere, afgewisseld met trucjes en slimme passjes. De capuchon hangt over zijn donkere haren, met zijn brilletje overziet hij het spel op het voetbalpleintje in het Rotterdamse Zuiderpark.

Het ventje heeft een drukke voetbaldag. Hij speelt in de C’tjes van amateurclub Spartaan’20 in Rotterdam-Zuid. Zaterdagochtend won hij met zijn team, nu tegen het eind van de middag kan hij het niet laten om nog even op het pleintje te ballen. Hij voelt zich vrijer op het pleintje. Hier staat geen coach langs de lijn die hem opdrachten geeft. „Ik kan hier doen wat ik wil.” Hij wrijft in zijn handen en lacht verlegen. „Ik doe veel panna’s”, een actie waarbij je de bal door de benen van de tegenstander speelt – de ultieme vernedering.

De droom van Abdellah? Hij hoopt net als zijn zeventienjarige broer Moaad opgepikt te worden door een profclub. Zijn broer zat eerst ook bij Spartaan’20 en speelt nu in de jeugd bij NAC Breda. Waarom zou hij dat niet kunnen, denkt Abdellah.

Straatjochies

En gelijk heeft het talentje. Pleintjesvoetballers zijn de smaakmakers van de eredivisie. Zoals zaterdagavond. Ajax-aanvaller Ricardo Kishna (19) – opgegroeid op de pleintjes in Den Haag – dolde twee speler van SC Heerenveen waarna die andere straatvoetballer van Ajax, Anwar El Ghazi (19), het afmaakte. Tegen het einde van het duel (4-1 zege Ajax) gaf Kishna nog een genadeloze panna aan een verdediger van Heerenveen. Eentje die je normaal alleen op de pleintjes ziet.

Je haalt ze er zo uit, de avontuurlijke straatjochies uit de eredivisie. Adam Maher (21) begon op een pleintje in Diemen. Elvis Manu (21) in Dordrecht. Memphis Depay (20) in Moordrecht. Georginio Wijnaldum (24) in Rotterdam. Ze zijn nu belangrijke spelers in de Nederlandse top, ze moeten zakelijker spelen, maar de liefde voor de straat blijft. „Het klopt wat ze soms zeggen: je kunt een speler van de straat halen, maar je haalt de straat niet uit de speler”, zei El Ghazi twee maanden geleden op Ajax.nl. „Ik poort liever nog iemand en geef daarna een mooie pass.”

Jonge ruwe diamanten zijn ze. Ze betoveren de Nederlandse velden met hun gewaagde acties. Het zijn jongens met lef, branie, creativiteit. Ze geven flair en kleur aan de donkere wintermaanden in de eredivisie. Ze groeiden op in een tijd dat er volop voetbalpleintjes werden aangelegd in Nederland. In 2003 opende de eerste Cruyff Court, nu liggen er 157 door heel Nederland. Daarnaast legden ook gemeentes veel nieuwe speelveldjes aan.

Bij eredivisieclub Excelsior omarmen ze straatvoetballers. Begrijpelijk, daar speelde in de jeugd ooit ene Robin van Persie, groot geworden op de pleintjes in Kralingen. Op straat creëer je overlevingsdrang, zegt hoofd opleiding Marco van Lochem.

De wetten van straatvoetbal zijn hard: het team dat wint mag net zo lang blijven voetballen tot ze verslagen worden. Als je steeds verliest, moet je toekijken. En alle leeftijden spelen door elkaar, waardoor het kan voorkomen dat een tienjarig ventje tegen een twintiger voetbalt. Zo leer je het wel.

Individuele acties, daar gaat het om op straat. „Dat moet je er in de opleiding bij de club niet uithalen”, zegt Van Lochem. „Jongens van de straat hebben een bepaalde lichaamstaal. Zo van: Jongens, kom maar op met die bal, ik doe het wel.” Hij stimuleert jeugdspelers panna’s en aka’s (trucje) te maken. Zolang het maar functioneel is. Ook geeft Excelsior op acht speelveldjes in Rotterdam clinics aan jonge voetballers. Supertalenten krijgen een kans op de jeugdopleiding van de club.

Hard maar eerlijk

Bij Feyenoord gebruiken ze elementen van het pleintjesvoetbal in hun jeugdopleiding, zegt Stanley Brard, van 2006 tot zomer vorig jaar 2013 hoofd jeugdopleiding. Zo laten ze de jeugdspelers zelf hun partijtje kiezen: de sterkste voetballers worden als eerste gekozen, de zwakste als laatste. Hard, maar wel eerlijk. En bij de jongsten staat plezier voorop, niet het moeten winnen.

Onder de leiding van Brard braken veel talentvolle jeugdspelers door bij Feyenoord. Een van hen is Jean-Paul Boëtius (20), een geboren pleintjesvoetballer. Urenlang bracht hij door op het Henegouwerplein in Rotterdam-West, tegenover zijn huis. Hij woont er nog steeds bij zijn ouders, maar voetballen doet hij er niet meer. Hij is bang dat hij er een blessure oploopt, zegt hij zaterdag na de krappe zege op FC Dordrecht (2-0).

Mist hij het wel eens, lekker pingelen op een pleintje? „Natuurlijk, natuurlijk, natuurlijk”, lacht Boëtius. Komende zomer is hij er te vinden. „Dan hebben we genoeg weken om af en toe eens een dagje lekker te ballen.”