Ik ga ervan uit dat je Don Corleone interessanter vindt

Als hij over zichzelf vertelt, verpakt hij zijn ervaringen graag in kunst, film of literatuur. Want wie is er nou geïnteresseerd in Joost de Vries?

Illustratie Enkeling

Joost, kom binnen, neem plaats op de sofa. Als ik het me goed herinner hadden we het bij onze vorige sessie over je angstdromen.

„Die over m’n moeder?”

Juist. Vandaag wilde ik je een paar afbeeldingen laten zien, en dan moet jij zeggen wat het eerste bij je opkomt.

„Een vlinder.”

En nu?

„Een paar brogues van Alden, met zo’n lompe, dikke zool.”

En deze?

„Een dode boom, een beetje zoals die in het wapenschild van Gondor.”

En bij deze?

„Michael Corleone, als net zijn kaak is gebroken door die corrupte agent in The Godfather deel 1.”

Interessant.

„U kent de scène wel toch? Don Corleone is neergeschoten en Michael komt hem bezoeken in het ziekenhuis en ontdekt dat de politie weg is bij zijn vaders kamer. Waarschijnlijk zijn er dus huurmoordenaars onderweg. Hij mobiliseert een toevallige bezoeker, de bakker, en gaat samen met hem in de deuropening staan, met hun kraag stoer omhoog en hun handen in hun zakken alsof ze een pistool vasthebben. De huurmoordenaars komen aanrijden, houden even in – en rijden dan weer verder. De bakker probeert dan een sigaret op te steken maar z’n handen trillen te erg. Michael pakt zijn aansteker en steekt de sigaret voor hem aan. En kijkt daarbij naar zijn eigen handen en ziet dat die niet trillen.”

Interessant.

„Volgens mij is het de belangrijkste scène in de hele Godfather-reeks. Alle tragiek van Michael Corleone komt hieruit voort: hij ziet dat zijn handen niet trillen. Hij snapt dat hij de zoon van zijn vader is. Hij begrijpt dat hij misschien niets met de maffia te maken wil hebben, maar dat hij de enige is die het lef en het verstand heeft het van zijn vader over te nemen. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid, telkens weer. Zelfs als hij zijn eigen broer moet laten vermoorden, in deel 2; het breekt zijn hart, maar hij moet het doen om zijn familie te beschermen.”

Ik zei ‘Interessant’ omdat dit misschien ook iets over jou zegt.

„Ja?”

Ik las laatst je pas verschenen boek Vechtmemoires, en het viel me op dat je in veel verschillende essays op zoek bent naar verantwoordelijkheid, naar houvast, naar de regels die van een jongen een man maken.

„Kent u de Proust Questionnaire, die reeks vragen die Marcel Proust aan zichzelf stelde? Een daarvan is ‘Welke eigenschap waardeert u in een man?’ Mijn antwoord zou zijn: het talent je te vermannen. Over je eigen bezwaren, angsten, problemen heen te kijken en doen wat je moet doen. Rise to the occasion. Als je opgroeit kijk je op tegen mensen die dat kunnen, dat moeten je voorbeelden zijn.”

Volgens de meeste recensenten reken je in Vechtmemoires af met ironie, die je een ‘airbag tussen jou en de werkelijkheid’ noemt, en met een groep schrijvers van jouw generatie, die je te geobsedeerd met afstand vindt. Klopt dat?

„Ik merk dat pas als ik een boek zo goed als af heb, ik zelf begrijp waar het over gaat. Wanneer je gaat schrijven probeer je al je obsessies, al je driften, alles wat je bewondert en begeert, op een intuïtieve manier los te laten op de pagina. Vechtmemoires is, denk ik, een zoektocht geworden naar dingen die blijvende waarde hebben, naar voorbeelden, naar liefdes, naar herinneringen die je hebben gevormd. Misschien is het mijn leeftijd; ik ben geen twintig meer. Maar ik merkte dat ik geen zin meer had in literatuur die er louter omheen draait, die haar eigen onderwerp uit de weg gaat, literatuur die bevolkt wordt door autisten en personages die op geen enkele manier in staat zijn tot liefde, tot humor, tot ambitie en warmte. Ik zocht naar wat echt is.”

Er is je wel eens verweten dat je moralistisch kunt klinken.

„Ik weet het niet. Je bent moralistisch wanneer je jouw moraal aan anderen wilt opleggen. Dat wil ik zeker niet. Wat ik van waarde vind hoef jij niet van waarde te vinden, en omgekeerd. Maar het punt is: je kunt alleen ontdekken wat belangrijk, mooi, en inspirerend is als je uitspreekt en zegt wat je waardevol vindt – en dus ook wat niet.”

Het valt me op dat je je eigen ervaringen vaak via kunst, via films en via literatuur benadert.

„Op de eerste plaats omdat ik eigenlijk niet beter weet dat dan ik kunst, film en literatuur gebruik om over mijn eigen leven na te denken. Je kunt je spiegelen aan personages, je kunt hun ervaringen in jouw leven plaatsen, bedenken wat jij in hun plek zou voelen, zou doen. En daarnaast: ik ga ervan uit dat mensen Michael Corleone interessanter vinden dan ze mij vinden.”

Het suggereert soms ook dat je met een zekere omweg naar jezelf kijkt.

„Shelby Foote zei dat het grootste talent van Abraham Lincoln was dat hij zichzelf uit de som der delen kon weglaten; hij kon buiten zichzelf om denken. Iemand zei eens tegen me dat mijn eerste reactie vaak secundair is. Dat klopt denk ik wel: mijn primaire reactie is vaak rationeel, weloverwogen, en dan een uur later ga ik stampvoeten.”

Niemand weet wie Shelby Foote is.

„Oh, een Amerikaanse historicus.”

Maar het is een mooi voorbeeld. Ik vraag je iets, en jij begint over een Amerikaans historicus.

„Die al tien jaar dood is.”

Precies.

„Oké, stel me maar een heel directe vraag.”

Ben jij meer van cirkels of rechthoeken?

„Rechthoeken. Want die hebben links en rechts, voor en achter, boven en beneden. Een cirkel is te… vrijblijvend. Fijne directe vraag trouwens.”

Het zegt wellicht iets over hoe je in leven staat. Dat je hiërarchische stabiliteit verkiest boven een organische ruimte. Maar oké dan, meer persoonlijk: wanneer heb je voor het laatst gehuild?

„Ik was van de week wat oude afleveringen van The West Wing aan het kijken en kwam langs die aflevering waarin Josh met een psychiater moet praten, nadat hij met posttraumatisch stresssyndroom is gediagnosticeerd. Na afloop wacht Leo hem op, om te zeggen dat hij hem steunt. ‘If I have a job, you have job.’ Zo’n mooi idee, dat iemand dat tegen je zegt.”

Is dat dan ‘echt’?

„Leo is een oude alcoholist, een politiek adviseur die alles al heeft meegemaakt; Josh is in vergelijking een opgefokt, ambitieus jochie. Dat die twee mannen zo’n heel korte interactie hebben – meer dan twee minuten praten ze niet met elkaar. ‘If I have a job, you have a job.’ Het is fictie, maar zo’n gesprekje, dat is warmte, dat is menselijk, dat is echt.”

Zeg eens, wie in de Nederlandse literatuur kan zulke scènes schrijven?

„Dat zal ik je zeggen: veruit de beste schrijver in de Nederland is…”

Oh wacht, onze tijd zit er weer op voor vandaag. Ik stel voor dat we volgende week verder praten.