Het gele gevaar in de keuken

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Vorige week besteedde Radio 1 in een reportageserie getiteld Heel Holland holt aandacht aan hardlopen. Sinds het succes van het televisieprogramma Heel Holland bakt zie je opeens overal varianten van die titel opduiken. Succesnummers bevorderen navolging: denk aan de vele variaties op de boektitel Vijftig tinten grijs.

De meeste variaties beginnen met ‘Heel Holland’, tellen drie woorden en hebben betrekking op eten – net als het origineel. Ik vond onder meer ‘Heel Holland kipt’ (kiprecepten.nl), ‘Heel Holland weckt’ (landleven.nl) en ‘Heel Holland prakt’. Origineler vond ik ‘Heel Holland helpt’ (een benefietprogramma dat besloot met de woorden ‘Heel Holland bedankt!’) en ‘Heel Holland kwekt’. Die laatste variant is verzonnen door de makers van Donald Duck.

Vanzelfsprekend zijn er ook scabreuze varianten te vinden. ‘Heel Holland kakt’ sluit het best aan bij de originele titel.

Heel Holland mag dan graag bakken-prakken-wecken, met de hygiëne in de keuken is het treurig gesteld. Gelukkig hebben wij een alerte minister van Volksgezondheid, Edith Schippers. Enerzijds snoeit zij hard in de gezondheidszorg – met alle gevolgen van dien. Anderzijds zette zij zich vorige week persoonlijk in om Nederlanders te waarschuwen voor het gele gevaar in de keuken: het te laat verschoonde vaatdoekje.

Althans, dat is het woord dat Schippers steeds gebruikte – vaatdoekje – en dat riep diverse vragen op. Zoals: is een vaatdoekje wel hetzelfde als een keuken- of aanrechtdoekje? En als de vaatdoek oorspronkelijk was bedoeld om de vaat (de afwas) mee af te drogen, waarom doen wij dat dan nu met een theedoek?

Het zit zo. Vaat komt van vat. Vaat is een verkorting van het meervoud vaten, dat in het Middelnederlands werd gebruikt voor ‘potten, pannen en ander eetgerei’. Al in 1552 vinden we de uitdrukking nat als een vaet dueck – de oudste vindplaats voor de doek waarmee de vaat aanvankelijk werd afgewassen en vervolgens werd afgedroogd.

Theedoek is een stuk jonger. Dat woord ontstond in de loop van de 18de eeuw, toen het in de mode kwam om bij sociale gelegenheden enorme hoeveelheden thee te drinken. Met de theedoek werden aanvankelijk alleen de theekopjes afgedroogd.

Lang zijn theedoek en vaatdoek naast elkaar gebruikt voor ‘afdroogdoek’, maar in de tweede helft van de 19de eeuw treedt er een scheiding op. Vaatdoek wordt dan steeds vaker gebruikt voor ‘aanrechtdoekje’, theedoek voor ‘afdroogdoek’.

Waarom vaatdoek z’n oorspronkelijke betekenis verloor is niet duidelijk. Wellicht heeft een rol gespeeld dat vaatdoek veel vaker dan theedoek in een negatieve context is gebruikt. Zo zei men (al vanaf de 16de eeuw) slap als een vaatdoek en bleek als een vaatdoek. Vaatdoek werd eveneens gebruikt voor ‘futloos iemand, zwakkeling’.

En vanzelfsprekend komen we vaatdoek ook tegen in scabreuze toepassingen. Daar hoef je in het Nederlands nooit lang naar te zoeken, of je het nu over pepernoten of over levensbedreigende schoonmaakdoekjes hebt. Al in een boek uit 1689 zegt een vrouw: „Zijn arme geweer [degen] hangt als een vaatdoek, met het hoofd na d’aarde; en het schijnt, dat dit deel zijn staat beklaagt: want ik neem het nooit in de hand, of het schreit.”