Groeiend Le Guess Who blijft gelukkig lekker underground met veel avontuur

De zwart geklede leden van Einstürzende Neubauten staan op een hel wit verlicht toneel. Oorverdovende dreunen op platen ijzer en basgitaar striemen de zaal. Klaaglijke stemmen zingen koorzang, percussie kabbelt. Zanger Blixa Bargeld, op blote voeten, declameert een tekst van Kurt Tucholsky, How did I die. Het Duitse Einstürzende Neubauten (opgericht in 1980) voerde donderdag, de openingsavond van popfestival Le Guess Who? in Utrecht, een twee uur durend muziekstuk op, ter gelegenheid van de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Afwisselend gedragen en soms frivool – een mal oud jazzliedje – maar met steeds de van hen bekende concentratie, was dit Lament, tevens naam van de nieuwe cd, indringend.

De Eerste Wereldoorlog was ook het thema van de samenwerking tussen het Japanse Bo Ningen en het Britse Savages. Links stonden de vier Engelse vrouwen, rechts de met hun haardos zwiepende Japanners. Het was zangeres Jehnny Beth (Savages) die het met ijle zangflarden moest opnemen tegen de helse psychedelica van zeven muzikanten, in deze schrille, door de Dada-kunststroming geïnspireerde combinatie van poëzie en noise.

Afgezien van deze schrijnende herdenkingen, bood Le Guess Who? dit jaar een mooi afwisselende keuze uit de hedendaagse popmuziek, te beluisteren bij 200 optredens in vier dagen. Het opwindende festival, opgericht in 2007, wordt gehouden op allerlei locaties in Utrecht, en behoudt ook na acht jaar zijn ‘underground’-sfeer. In vier dagen trok het 15.000 mensen, met ruim 20 procent daarvan afkomstig uit het buitenland. Het festival is uitzonderlijk omdat het, anders dan Lowlands of Pinkpop, niet drijft op het aanbod van bands die toch al hun ‘rondje West-Europese festivals’ draaien. Het programma van Le Guess Who? is met de hand geplukt uit de ruime keuze aan oud en nieuw talent.

Dit jaar kwamen veel bezoekers uit Turkije voor de politieke zangeres Selda Bagcan (66), die het lot van armen en onderdrukten bezingt. Haar traditionele zang en de klank van de saz werden subtiel aangedreven door een rockband. Selda, in open hangend overhemd en zonder enige opsmuk, hief haar armen en zong over „freedom and democracy”, zoals in het grillig opzwepende Yaz gazeteci yaz („schrijf journalist schrijf”) – dat liefst drie keer werd uitgevoerd, onder steeds grotere bijval.

Op Le Guess Who, dat voor het eerst het nieuwe TivoliVredenburg als hoofdlocatie had, loop je argeloos binnen bij de intense, repetitieve gitaarmuziek van oudgedienden Swans; je belandt bij een obscure band als King Gizzard and the Lizard Wizard, die een losse hippiestijl combineren met smerig klinkend gitaarwerk, en even later bij het debuut van de Utrechtse percussionist Binkbeats. Deze Frank Wienk stond zijn eentje in de grote zaal achter een tafel vol apparatuur, als een chefkok te goochelen met samples en loops. In de damp ontstond een bij momenten vervoerend palet van kabbelende klanken en vervormde zang.

De gangen van TivoliVredenburg zijn niet gezellig, maar de zalen bleken sfeervol. Er was ook gelegenheid voor uitzinnig gedrag, zoals bij de Canadese troetelpunk van Mac Demarco. Zijn nonchalante liedjes kregen het publiek moeiteloos aan het crowdsurfen en stagediven. Ook Demarco zelf dook de zaal in, liet zich ronddragen en beklom het balkon. Vanaf daar liet hij zich achterwaarts vallen op de handen van zijn aanhang die hem weer bij het podium afleverden.

Tijdens dit festival was de aandacht opvallend verdeeld: bij ‘grote namen’ was het niet per se druk, en bij kleinere acts was soms de belangstelling groot, zoals voor de retrosoul van de Amerikaan Curtis Harding. Het publiek van Le Guess Who kiest zijn eigen helden.