En straks gaat het licht ook nog uit

De wegen zijn kapot, justitie gaat failliet en er dreigt een tekort aan stroom. België is een land vol problemen. Waarom gaan de Belgen vandaag dan demonstreren tegen een regering die belooft de problemen op te lossen?

Rookpluimen boven Brussel. Smeulende autowrakken op straat. Politie, gewapend met traangas en waterkanon, oog in oog met gemaskerde relschoppers.

Het was schrikken in België toen een vreedzaam begonnen massabetoging tegen geplande bezuinigingen begin deze maand ontaardde in een veldslag. En dat was nog maar het begin van de ‘hete herfst’ die vakbonden en oppositie hebben aangekondigd. Vandaag leggen werknemers in de provincie Antwerpen het werk massaal neer. De volgende maandagen zijn er nieuwe protesten, met als climax een nationale staking over drie weken, op maandag 15 december.

Aanleiding voor de onrust: de plannen van de in oktober aangetreden regering onder leiding van de 38-jarige premier Charles Michel. Met zijn kleine Waalse liberale partij MR smeedde Michel een centrum-rechtse coalitie met de Vlaams-nationalistische N-VA en Vlaamse christen-democraten en liberalen. Volgens N-VA-leider Bart De Wever, die geen premier wilde worden maar wel de grootste partij van België leidt, moet het land volledig op de schop. België kampt namelijk met chronisch achterstallig onderhoud.

Wat is er dan allemaal mis?

Een buitenstaander die een Belgische krant openslaat, vindt het niet raar dat de regering flink wil ingrijpen. In De Standaard leest hij bijvoorbeeld over mankementen in kernreactoren, met stroomtekorten als gevolg: Gaat in uw gemeente deze winter het licht uit?

In Het Nieuwsblad leest hij dat België, na Griekenland, het hoogste aantal verkeersdoden in Europa heeft: „Op het kruispunt van de Mechelsesteenweg met de Hovestraat in Edegem is het verkeer zondagmorgen 384 seconden stilgelegd, één seconde per dodelijk slachtoffer dat in 2013 te betreuren viel op de Vlaamse wegen.”

En onder de kop Geldgebrek maakt rechtbanken onveilig leest hij weer in De Standaard: „De alarm- en veiligheidsinstallaties van verschillende rechtbanken krijgen al jaren geen onderhoud meer. ‘De toestand is hopeloos’, staat in een interne nota van Justitie.”

De buitenstaander die dat nieuws tot zich neemt bij een kiosk op station Brussel-Noord waant zich in het decor van een macabere film. Door de wachtlokalen op de perrons jaagt de wind. Trappenhuizen brokkelen af, het houtwerk is kapot.

Gaat de reis vervolgens van Brussel-Noord naar Kunst-Wet, het drukst bezochte metrostation van Europa’s hoofdstad, dan wordt de macabere film regelrechte horror. Elektriciteitskabels komen uit gaten in het perron omhoog waarna ze via roestige spijkers in de wand verder worden geleid. Wie niet goed oplet struikelt over een stekkerdoos naast de roltrap die niet werkt. Een enkele tl-bak verblindt de reiziger die zoekt naar een uitgang.

De excuses voor dit al jaren durende ongemak: „betonschade door waterinsijpeling”. Want het verwaarloosde wegdek bovengronds is broos geworden, maar daarvoor is weer een andere bestuurder verantwoordelijk.

Wat bij dat alles niet helpt: het geld raakt op. De gemiddelde loopbaan van een Belg is, dankzij tal van vroegtijdige-uitstapconstructies, slechts 30 jaar. Onhoudbaar, zeggen economen.

Hoe is het zo ver gekomen?

541 dagen. Zo lang duurde het de vorige keer om een Belgische regering te vormen – goed voor het ‘wereldrecord formeren’. Dit jaar ging het sneller. Maar dat neemt niet weg dat België het afgelopen decennium een aaneenschakeling van politieke crises kende. Vlaamse en Franstalige politici waren vooral bezig met elkaar, zo leek het. En met voor veel buitenstaanders (en ook voor veel Belgen) onbegrijpelijke kwesties zoals de splitsing van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Aan economische hervormingen kwamen ze niet toe.

België is ook het land van de ‘wafelijzerpolitiek’. Simpel gezegd: wat de één krijgt, dat moet de ander ook. Gaat er geld naar de Antwerpse haven (Vlaanderen)? Dan hebben de Walen recht op een zeesluis – of dat nu een goed idee is of niet. Ook die wafelijzerpolitiek leidt niet direct tot efficiënt bestuur.

Maar politici kwamen er altijd mee weg. Altijd had iemand anders het gedaan. België is daarom een systeemfout. Met die boodschap boekte de N-VA in mei een enorme verkiezingswinst.

De nieuwe Belgische regering wil nu om te beginnen de geldpot vullen. Dat betekent: miljardenbesparingen. En de pensioenleeftijd moet omhoog naar 67.

Gaat het lukken wat de regering wil?

Forse ingrepen. Helemaal naar de zin van veel Vlamingen die het miljardentekort wijten aan ‘die verkwistende Walen’. Zou je denken. Toch?

Nee dus, zegt socioloog Dirk Jacobs van de Université Libre de Bruxelles. „De ingrepen gaan te hard en te snel. Shocktherapie is nu de boodschap van de regering, maar die komt niet aan, ook niet bij Vlamingen. In de laatste massabetoging liepen ook veel N-VA-stemmers mee.” Volgens Jacobs houdt de nieuwe regering onvoldoende rekening met de mentaliteit in België. En nu er vandaag weer een nieuwe reeks stakingen en betogingen begint, maakt Jacobs zich zorgen. „Het debat verruwt, de samenleving polariseert”, zegt hij.

Ook Marc Hooghe, professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, denkt dat de regering te hard van stapel loopt. „Veranderen en het invoeren van strenge regels, daar houdt de Belg niet van. Een land als Nederland is rigide als het op begrotingsregels aankomt. België is rigide als het om tradities gaat. En één van onze Latijnse tradities is: laat-maar-waaien. Daar voelen Walen én Vlamingen zich goed bij.”

Het vooruitgangsgeloof van de nieuwe regering is volgens Hooghe „stoere praat”, effectief in verkiezingstijd, maar kansloos in de dagelijkse Belgische praktijk. „Veel van de nieuwe regeringsplannen zullen niet worden gerealiseerd.” Als voorbeeld noemt hij de voorstellen om de pensioenleeftijd te verhogen: „Je ziet nu al dat er allerlei uitzonderingen op worden gemaakt.”

Volgens Hooghe zijn de betogingen in België vooral gericht tegen de werkgevers – ouderwetse vakbondsacties dus. De werkgevers scharen zich namelijk achter de regeringsplannen. „Die werkgevers worden door de protesterende vakbonden teruggefloten: ‘Nu is het mooi geweest. Je praat niet met de regering. Onderhandelen doe je met óns, zo doen we dat al decennia in België’.”

Belgen zijn anarchisten

De fout die de nieuwe regering volgens Marc Hooghe maakt, is „dat ze te dicht bij de burger komt”. „Belgen zijn anarchistisch van aard”, zegt de hoogleraar. „Ze houden de overheid graag op afstand. De Belg zegt: ‘Regering, blijf van ons imperfecte land af!’ Als een politicus ambities vertoont is de eerste reflex: hoe kunnen we dat saboteren? Men wil de ruimte houden om zijn eigen ding te doen.”

Maar kapotte wegen, stroomuitval, dreigend bankroet bij Justitie – dat zijn toch ‘dingen’ die je als politicus wil aanpakken?

Hooghe: „In België is het belangrijk dat je eigen huis en tuin er goed uitzien, maar níét de ruimte die van iedereen is. Belgen kunnen goed leven met verwaarlozing. Daar schuilt een zekere schoonheid in.”