Column

Drie zusters

Het dramatische familieleven van de Hemingways lijkt me uitermate geschikt voor een roman, liefst geschreven door een auteur van het kaliber van Ernest zelf. Maar het zal moeilijk zijn om de documentaire – getoond op IDFA – te evenaren, die Barbara Kopple er onder de titel Running from Crazy van gemaakt heeft.

Kopple kreeg immers één onschatbaar, visueel voordeel in de schoot geworpen: 43 uur ongebruikt, toevallig gevonden filmmateraal over de jonge jaren van Hemingways drie kleindochters Joan, alias Muffet (1950), Margaux (1954 – 1996) en Mariel (1961). Over hun gekwelde levens, overschaduwd door de zelfmoord van hun beroemde grootvader in 1961, gaat deze film.

Mariel, als actrice bekend geworden als de tienervriendin van Woody Allens alter ego in Manhattan, is de ‘verteller’ in deze documentaire. Door haar ogen bezien we de rampen – zeven zelfmoorden – die de familie Hemingway bezochten; ook de vader van Ernest pleegde zelfmoord.

Mariel wil duidelijk afrekenen met deze vloek die op de familie rust. Zij doet dat door zo groot mogelijke openhartigheid over zelfmoord te betrachten; ze praat er ook op landelijke bijeenkomsten over.

In de film vertelt ze over ‘wine time’, het uur in de late namiddag waarop haar vader Jack, de oudste zoon van Ernest, en haar moeder Puck in de keuken begonnen te drinken. Aanvankelijk ging het er gemoedelijk toe, maar de sfeer sloeg altijd om en het eindigde met ruzie en stukgegooide flessen – typerend voor de zelfdestructie in haar familie.

Terwijl Mariel een en ander vertelt, kan Barbara Kopple de bijbehorende beelden uit die keuken toevoegen – overigens zonder de ruzies.

Het wordt ronduit schokkend als Mariel het vermoeden uitspreekt dat haar zussen Joan en Margaux door hun vader seksueel misbruikt zijn. Zelf sliep ze jarenlang bij haar moeder in bed, mogelijk een vorm van protectie, vertelde ze tegen CNN. Toch is ze er niet zeker van of haar moeder van het misbruik wist. Mogelijk was haar vader zich door vergaande dronkenschap ook zelf niet bewust van het misbruik, zegt ze verzoenend.

Waarom moeten we dit allemaal weten? Was dit familieverhaal ook een film geworden als de zussen niet Hemingway, maar Johnson hadden geheten? Vast niet, maar de voyeur in ons slaapt nu eenmaal nooit, zeker als er celebrity in het spel is.

Vooral het verhaal van Margaux laat je niet los. Ze was een succesvol fotomodel en een veelbelovende actrice; op het archiefmateriaal van Kopple zie je vooral haar ontwapenende, dynamische kant. Des te triester is het contrast met haar levenseinde, het sluitstuk van een aantal heftige depressies, de kwaal waaraan ook haar grootvader leed. Ze pleegde zelfmoord een dag voor zijn 35ste sterfdag.

Mariel had een afkeer van de bewondering van Margaux voor de macho-reputatie van haar grootvader. Ze ziet haar zussen de vernieling in gaan – Joan was en is ook zeer labiel – krijgt het zelf erg moeilijk en besluit na een depressieve periode het roer om te gooien. In de film beult ze samen met haar vriend haar lichaam af in de natuur, inclusief bergbeklimmingen – allemaal pogingen om de destructieve familieduivel uit te bannen.

Althans, volgens Barbara Kopple die dit het IDFA-publiek in de nazit vertelde. „Het gaat nu goed met haar”, zei de interviewer. „Tot zover wel’’, zei Kopple, ,,maar je weet nooit wat er gebeurt.’’ Het klonk niet écht geruststellend.