Deze ‘Sound of Music’ is topkwaliteit

Anouk Maas (Maria, links) en Maaike Widdershoven (Moeder Overste) in The Sound of Music Foto roy beusker

De ouverture begint en we krijgen er meteen weer zin in al die melodieën straks in hun geheel te horen. Hoe vaak we ze al eerder hebben gehoord, doet er niets toe. The Sound of Music is de klassieke muziek van het musicalgenre – de muziek voor miljoenen, en die is van blijvende aard. Als er tenminste alle eer aan wordt bewezen in een voorstelling op hoog niveau.

Welnu, de nieuwe Nederlandse versie, die gisteren in première ging, stelt niet teleur. Sterker nog: dit is topkwaliteit.

Daar beginnen de nonnen met hun galmende gebed en daar is Maria, het aspirant-nonnetje dat straks gouvernante gaat worden bij een baron met zeven kinderen. „Ik hoor de muziek van de hoogste bergen”, zingt ze, in de soepele vertaling van Allard Blom. Ze wordt ditmaal gespeeld door Anouk Maas, die eerst nog de uitstraling van een onbedorven, godvrezende spring in het veld heeft, maar allengs laat zien hoe deze Maria volwassen wordt. Tegenover staat Ad Knippels als een gezaghebbend en rechtschapen man, wiens martiale buitenkant al gauw verraadt dat hij ook een gekwetste kant heeft. En om hen heen dwarrelen de zeven kinderen Von Trapp, die als „marcheermachientjes” beginnen, maar door hun flair het vaderhart doen smelten. Ze zijn, hoe kledderig dat ook klinkt, hartveroverend.

Richard Rodgers (muziek) en Oscar Hammerstein (teksten) schreven immers een musical die zich niet schaamt om sentimenteel te zijn. Maar in deze theaterversie laat regisseur John Yost goed zien dat er ook geregeld kan worden gelachen. De genuanceerde manier waarop hij de verbale grapjes aanvult met visuele vondsten, bewijst dat hier niet op routine is gewerkt. Integendeel. Yost heeft The Sound of Music tintelfris gemaakt.

Dat is mede te danken aan de weelderige klanken van het fusieorkest philharmonie zuidnederland, dat Rodgers’ muziek met Weense zwier op de band heeft gezet. Vaak werkt zo’n voorbespeelde begeleidingsband nadelig, vanwege het blikkerige geluid dat daarvan het gevolg kan zijn. Deze opname straalt daarentegen niets dan warmte uit. En het orkest wordt mooi gemengd met de live-zang; de techniek heeft gezorgd voor een voortreffelijke balans.

In kleinere rollen vormen Cindy Bell en Tony Neef een vakkundig comedyduo, dat bovendien doortrapt demonstreert hoe men ten tijde van een bezetting – dit is Oostenrijk vlak na de Anschluss – zijn hachje kan redden door een beetje met alle winden mee te waaien. Maaike Widdershoven, die twaalf jaar geleden nog de Maria-rol speelde, is ditmaal de Moeder-Overste die aan één aria genoeg heeft om indruk te maken.

The Sound of Music gaat op tournee en moet zich daarom afspelen in een decor zonder al te ingewikkelde constructie. Men merkt er niets van; alles schuift en glijdt, daalt en stijgt, in een met zichtbare zorg aangekleed schouwspel dat de oude show nieuw aanzien geeft. Zodat zo’n vertrouwde musical toch weer kan verrassen.