Critici in Straatsburg zien paus liever gaan dan komen

Na 1988 komt weer katholieke leider op bezoek.

„U bent de antichrist”, schreeuwde de Ierse dominee Ian Paisley in 1988 in het Europees Parlement naarJohannes Paulus II. Foto AP

Eén keer eerder was een paus op bezoek in het Europees Parlement, in 1988, en toen ging het mis. „U bent de antichrist”, schreeuwde de Ierse dominee Ian Paisley naar Johannes Paulus II. De toenmalige paus, die sprak over Europa als baken van beschaving, keek onbewogen toe hoe parlementariërs elkaar te lijf gingen. Paisley werd hardhandig uit het halfrond verwijderd.

Loopt het morgen weer zo uit de hand? Waarschijnlijk is de hervormingsgezinde paus Franciscus populair genoeg om de vrede te bewaren. Aan de veiligheidsmaatregelen zal het niet liggen: een halve dag verandert een deel van Straatsburg in een fort.

Toch is dit pausbezoek niet onomstreden. Hoort dat wel, de vertegenwoordiger van God in de tempel van de gekozen Europese volksvertegenwoordigers? Sophie in ’t Veld (D66) vindt het ongepast. „Ik had liever een conferentie gezien.” De plenaire zaal is het domein van politiek ‘gemandateerden’ en zou geen plaats moeten bieden aan de Bono’s en pausen van deze wereld.

In ’t Veld noemt het ook „ongelukkig” dat parlementsvoorzitter Martin Schulz de paus zonder overleg naar Straatsburg heeft gehaald. „Wetende dat dit het parlement zal verdelen.” De Europese groenen schreven een brief aan Franciscus, over de positie van vrouwen en homo’s.

Esther de Lange (CDA) vindt de ophef onzinnig: „Het is hier een goede gewoonte personen die veel mensen inspireren uit te nodigen.” Moet je de dalai lama’s van deze wereld de deur wijzen, omdat ze niet door het volk gekozen zijn? „De paus spreekt een half uur, dus luister vooral niet als je je niet aangesproken voelt.”

De Belg Pieter-Jan De Vlieger, die onderzoek deed naar de invloed van kerkelijke lobby’s, begrijpt wel waarom Schulz gebrand is op het pausbezoek. „De paus geeft het Europarlement door zijn komst legitimiteit”, zegt De Vlieger.

Andersom is Europa ook belangrijk voor de kerk. In Brussel en Straatsburg wordt gesproken over zaken als zondagsrust, stamcelonderzoek, belastingbeleid en homoseksualiteit. Comece, de Brusselse lobbyorganisatie van nationale bisschoppenconferenties, praat daar graag over mee. Dat lukt aardig: op aandringen van de kerk werd in het Verdrag van Lissabon (2007) artikel 17 opgenomen, dat de dialoog tussen kerken en EU-instellingen garandeert.

Bij lobbyen in Brussel draait alles om toegang. Comece, in 2010 met een budget van 1,2 miljoen euro, heeft die dankzij artikel 17. Andere belangenclubs moeten steeds opnieuw bewijzen dat ze relevant zijn. Ze zijn veel tijd en budget kwijt aan onderzoeken, experts en netwerken. „Comece hoeft dat geld dankzij artikel 17 niet meer te spenderen”, zegt De Vlieger. Een bisschop heeft sneller een afspraak met een eurocommissaris dan de baas van een internationale milieuorganisatie.

In de jarenlange discussie over ‘God in de Europese grondwet’ is de kerk zelf nooit echt geïnteresseerd geweest. „Zolang zijn vertegenwoordigers op aarde maar wel in het verdrag staan”, zegt De Vlieger. „Ruim zestig christelijke organisaties hebben nu lobbyisten in Brussel.”

In ’t Veld vreest een Europese pendant van wat in de VS de religious right wordt genoemd. EU-wetgeving tegen discriminatie, en dus vóór homorechten, komt al jaren niet van de grond. Volgens De Vlieger wordt de invloed van de kerk daarop overdreven. „Comece is over het algemeen heel onsuccesvol”, zegt hij. „Net als het Europarlement zelf gaat het de kerk vooral om zichtbaarheid: het laten zien dat je aan tafel zit in Brussel. Het is, van beide kanten, een grote legitimiteitsshow.”

En zo conservatief zijn de kerkvertegenwoordigers in Brussel nu ook weer niet. Ze hebben eigenlijk een vrij linkse agenda. „Ze noemen zich experts in humanity, in menslievendheid, en zijn vooral bezig met onderwerpen als migratie, mensenhandel, Fort Europa en bootvluchtelingen”, zegt de Belg De Vlieger. „In hun discours ligt ook sterk de nadruk op de natuur. Die is door God gegeven en moet beschermd worden.”

De Vlieger ziet kansen voor milieuorganisaties om zich, met artikel 17 in de hand, als ‘religieus’ te definiëren. De Europese Commissie mag volgens ‘17’ niet definiëren wát een religie is, zegt De Vlieger. „Milieuorganisaties die zichzelf ‘religieus’ afficheren kunnen op voorhand niet geweigerd worden. Ze krijgen daardoor wél directe toegang tot de macht.”