Bezeten of geraffineerd

Dirigent John Eliot Gardiner in 2010 Foto Hollandse Hoogte

Goed nieuws voor de fans van John Eliot Gardiner. De Brit neemt met het London Symphony Orchestra alle orkestwerken van Felix Mendelssohn op. De eerste in de serie, die verschijnt in boxjes met steeds een superaudio-cd en een Blu-ray-disc, bevat de Schotse symfonie en de ouverture Die Hebriden. Daartussen klinkt het Pianoconcert van Robert Schumann, met als solist Maria João Pires. Het zijn heerlijke opnames. Gardiner, beroemd om zijn uiterst verzorgde, strakke Bach-vertolkingen, benadert Mendelssohn als een schilder met oog voor de subtiele tinten. In Die Hebriden stelt hij glanzende violen tegenover een diep zwelgende cellogroep en klinken de klarinetten boven een lieflijk zacht strijkersbed, waarna de conclusie extra grimmig overkomt. Iedere frase heeft richting, over ieder klein crescendo is nagedacht. Het Schumann-concert is vintage Pires – helder, vol poëzie en soms wat spits. Het is mooi hoe ze iedere keer op het orkest reageert. De wisselwerking had niet beter gekund.

Naast dit startschot voor Gardiners Mendelssohn-cyclus bracht het LSO onlangs ook een opname uit met de eigen chef, Valery Gergjev. Hij dirigeerde in de Londense Barbican Berlioz’ Symphonie fantastique. Voor het orkest is het een beladen stuk: Berlioz was het terrein van de vorig jaar overleden Colin Davis, voormalig chef en een belangrijk pleitbezorger voor de Franse componist. Ook voor Gergjev is het stuk kernrepertoire – in zijn tijd bij het Rotterdams Philharmonisch maakte hij er furore mee. Berlioz past als geen andere componist bij hem: zijn noten lijken soms net zo impulsief neergepend als Gergjev zijn orkesten leidt.

Maakt Gergjev de verwachting waar? Het is zeker een mooie opname, maar niet zijn meest bijzondere. Zo’n geraffineerde orkestklank als Gardiner haalt hij er niet uit – de veeleisende Brit is met zijn grondige repetities misschien wel de tegenpool van Gergjev, die op het podium pas bepaalt wat hij gaat doen. De Symphonie fantastique moet een verklanking van bezeten verliefdheid zijn. Die bezetenheid zit er in zijn uitvoering wel in, maar de verliefdheid niet. Al is de pastorale scène (met branderige althobo) wel adembenemend.