Zonder benul van talen en menszijn

Wordt Nederland een land zonder diepgaande kennis van talen, van wat het is om mens te zijn? Dat is de echte vraag die studenten aan de Universiteit van Amsterdam volgende week aan de orde stellen wanneer zij tot actie overgaan tegen de aangekondigde bezuinigingen op de faculteit geesteswetenschappen. Het is een vraag die de rest van het land en dus kabinet en Kamer zich ook horen te stellen.

De kale feiten zijn vrij wazig. Er is sprake van een kleine honderd ontslagen, waarvan 80 procent voltijdbanen in onderwijs en onderzoek. Gezien de vele deeltijdbanen gaat het om aanzienlijk meer docenten. Om de krimpende belangstelling voor vooral de talenstudies in meer rendabele banen te leiden zou een handvol brede bachelor-opleidingen het huidige versnipperde aanbod moeten vervangen. Specialiseren wordt iets voor de masterstudie.

Onduidelijk is of de Amsterdamse faculteit geesteswetenschappen (waarin naast de talen ook geschiedenis, filosofie, religie, kunsten en media worden bestudeerd) ook moet bezuinigen door eerder gemaakte fouten of door een universiteitsbrede verdeelsleutel die gunstiger uitpakt voor bèta- en medische studies die makkelijker geld uit het bedrijfsleven aantrekken.

Na twee weken protest door een studentencollectief dat zich Humanities Rally noemt en verhitte vergaderingen trok de decaan deze week zijn toekomstvisie Profiel 2016 in. In een email aan studenten schreef hij gisteren dat de communicatie niet goed was geweest. Zij mogen nu, mét stafleden en bestuur, meepraten in commissies over een ‘houtskoolschets’ van hoe het wel zou kunnen. Overigens blijven de bezuinigingsopgaven staan, en de oplossingsrichting lijkt sterk op het ingetrokken document.

Wat Amsterdam nu meemaakt speelde in Groningen een jaar of twee eerder. De letterenfaculteit in Leiden lijkt de dans voorlopig te ontspringen door het succes van de nieuwe brede International Studies-bachelor op de campus Den Haag. In veel landen woedt de discussie: hoe kunnen de ‘zachte’ studies van talen en culturen zich staande houden in een universitaire wereld in de greep van een rendementsdenken dat beter aansluit bij techniek, bij meetbare en exploitabele ontdekkingen. Het vogelgrieperige begrip valorisatie – wat heb ik er aan? – is het plastic vlaggetje op deze benadering.

Binnen de letterenfaculteiten, die vaak zijn verbreed tot geesteswetenschappen, leven meer zielen in één borst. De meeste docenten en onderzoekers beseffen wel dat financiering voor een klas van drie studenten een probleem is. Niet alleen bij zogenaamde ‘kleine talen’ maar ook voor de talen van buurlanden als Frankrijk en Duitsland staat de belangstelling onder druk. Maar toch. Het gaat om meer.

In Groningen heeft men de krimpende talenwinkeltjes samengevoegd tot de supermarkt van European Languages and Cultures. Amsterdam streeft iets dergelijks na. Het zijn voorbeelden van de tering naar de nering zetten en er een positieve draai aan geven. Studenten stellen hun specialisatie graag uit en komen niet voor niets af op university colleges en andere brede programma’s.

De ontwikkeling heeft sterke elementen van een selffulfilling prophecy. We hebben nu zo lang het onderwijs in levende talen op de middelbare school afgeknepen, dat het aantal leeerlingen dat daar geïnspireerd raakt door Frans, Duits of Engels, laat staan Latijn of Grieks, wel moest afnemen.

De gang van zaken houdt onmiskenbaar ook een academische verarming in. Het aantal docent-onderzoekers wordt in belangrijke mate bepaald door het aantal (afgestudeerde) studenten. Geen klantjes, geen werk. Tenzij een faculteit of universiteit zegt: de studie van eskimotalen is zo essentieel dat we daar apart geld voor vrij maken. Na het verdwijnen van de studie Hongaars in Groningen wordt die taal in dit land niet meer bestudeerd. In Hongarije zijn aan drie universiteiten tientallen studenten Nederlands, maar dat terzijde.

Colleges van Bestuur hebben maar beperkte vrije middelen. En het past meestal niet in hun bedrijfsmatige kijk. Zij wijzen liever op de nieuwerwetse studies die wel volk trekken. Dus lopen er veel mensen rond die communicatiewetenschappen hebben gestudeerd en zich te laat afvragen wie daar op zit te wachten. Intussen zijn klassieke studies als Nederlands er de dupe van. Overleven of intern kannibalisme?

Het dilemma is fors. De kans bestaat dat steeds meer mensen zonder focus van de universiteiten komen. Is het niet zo dat iemand pas een goede generalist kan zijn als zij tenminste van één ding veel af weet? Dat geldt bij uitstek voor de geesteswetenschappen.

De decentralisatie van het onroerend goed heeft universiteiten in financiële problemen gebracht. Mag dat ertoe leiden dat we in dit land steeds minder talen en andere cultuurstudies aanbieden, en er straks weinig of niets meer van afweten? We hebben een Frans/Duits-rechtsstelsel, maar de meeste juristen kunnen er alleen in het Engels over lezen.

Brussel en Den Haag moeten al in genoeg gevallen leren hun vingers thuis te houden. Maar het is de vraag of de universitaire autonomie bij talen en cultuur langer te handhaven is. Als dit land wil uitblinken in slimme innovatie en daar bloeiende handel met andere Europese landen en de rest van de wereld op wil bouwen, ligt het dan niet voor de hand er alles aan te doen dat die kennis nog in huis is? Misschien is het tijd voor een Universiteit van Nederland, met sterke centra voor bijzondere talen en wat het is om mens te zijn. Beschavingstechnisch ook fijn.