Wow! De Islamitische Staat

Het kalifaat van IS heeft een enorme aantrekkingskracht. Shiraz Maher (32) weet dat uit ervaring. Hij ging van ongelovige naar radicaal. Nu is hij terrorisme-onderzoeker.

Voordat Shiraz Maher radicaliseerde, was hij helemaal niet religieus. De aanslagen van 9/11 wekten zijn interesse in de islam. Hij zocht het antwoord in de moskee. „Ik ontmoette mensen van de salafistische organisatie Hizb ut Tahrir”, vertelt hij. „Zij zeiden: Amerika is een boosaardige macht in de islamitische wereld, die ons wil koloniseren.”

Die boodschap sloot perfect aan bij het latente anti-Amerikanisme dat Maher had overgehouden aan zijn verblijf in Saoedi-Arabië. Daar woonde hij als kind van Brits-Pakistaanse expats de eerste veertien jaar van zijn leven. „Toen de aanslagen van 9/11 plaatsvonden was mijn eerlijke gevoel: dit is de wraak. Jullie hebben dit verdiend.” Wraak voor de eindeloze Amerikaanse inmenging in het Midden-Oosten en de steun voor Israël.

Van de ene op de andere dag werd Maher, geschiedenisstudent in Leeds, streng gelovig.

Hij stopte met drinken, dumpte zijn vriendin en werd lid van Hizb ut Tahrir. „Iedereen zei: Amerika gaat dit nu gebruiken om nog meer moslims te koloniseren. Ze vallen Afghanistan binnen, Irak. George Bush zei: je bent met ons of tegen ons. Dus ik zei: dan ben ik tegen jullie.”

Maher klom snel op binnen Hizb ut Tahrir, een internationale organisatie die het kalifaat via vreedzame middelen probeert tot stand te brengen. Maar na enkele jaren begonnen zijn radicale opvattingen barsten te vertonen. Voor zijn promotie-onderzoek moest hij zich verdiepen in een breed scala aan islamitische denkers. „Ik was het met velen van hen niet eens”, zegt hij, „maar ik ontdekte dat hun werk best goed was, genuanceerd.”

Dat was funest voor het nauwe prisma waardoor hij de wereld bezag. „Dogma vereist zwart-wit denken. Met ons of tegen ons. Moslim of niet-moslim. Wanneer je nuances erkent, kan de wereld niet dogmatisch zijn. Dan gaat je hele denken snel verkruimelen. Dat gebeurde met mij.”

Nu wijdt hij zijn leven aan het bestuderen van het gedachtegoed waar hij ooit zelf een aanhanger van was. Hij coördineert het onderzoek van het Internationaal Centrum voor de Bestudering van Radicalisering bij King’s College in Londen. Maher en mede-onderzoekers volgen meer dan 500 Europese jihadisten, en sinds kort ook 60 vrouwen, die naar Syrië zijn vertrokken. Maher: „We sporen ze op via de sociale media. Als iemand zegt dat hij in Syrië is, dan is dat niet genoeg voor ons. We willen fotografisch bewijs, we checken waarvandaan zijn tweets worden verstuurd.”

De onderzoekers praten met een heleboel van hen. „We overreden hen om mee te werken. We leggen hun uit dat we geen journalisten zijn. En we vertellen dat we ons materiaal geven aan het Britse parlement, aan de premier, aan het Amerikaanse Congres. Dus je kunt met ons praten en dan klinkt je stem daar door, of je doet het niet. Maar het is in je belang dat wel te doen. Doordat ze met ons praten, kunnen ze hun stem versterken.”

Voor jihadisten is de stichting van een nieuw kalifaat altijd het ultieme einddoel geweest. Iedereen faalde, tot dusverre. De methode van de Moslimbroederschap, de methode van Hizb ut Tahrir, van andere jihadistische organisaties zoals Al-Qaeda – allemaal zijn ze mislukt, zegt Maher. Maar de Islamitische Staat, die is erin geslaagd.

„Wat IS heeft bereikt is nogal adembenemend. Ik bedoel, ik zelf zag hen in Irak oprukken. Wow! Wat zijn ze aan het doen?

Niemand anders heeft zoiets kunnen bereiken. En tot een paar maanden geleden wist niemand dat ze bestonden. Het zegt iets over de tactische en strategische kunde van deze groep dat ze hiertoe in staat waren.”

 

Wat zijn de motieven om naar het kalifaat te vertrekken?

„Aan het begin, twee jaar geleden, was de belangrijkste reden humanitair: het Syrische volk helpen. Aangespoord door de wreedheid van het regime. Ik plaats de bekende Nederlandse strijder Yilmaz in deze categorie. Vorig jaar ging een heleboel mensen naar het gebied voor het avontuur. Jihad-toerisme. Het was cool. Britse strijders bedachten de frase ‘vijf-sterrenjihad’. Het is hier comfortabel, we hebben een beter leven dan in Groot-Brittannië, iedereen moet komen. Mensen gingen tijdens de kerstvakantie of de paasvakantie van de universiteit voor een paar maanden. Een beetje humanitair werk, een beetje vechten en daarna weer terug. Maar nú gaan de mensen in meerderheid naar de Islamitische Staat. Ze geven niet om de burgers ter plaatse, ze geven eigenlijk ook niet om president Assad. Het gaat hun erom het kalifaat op te bouwen en uit te breiden. De primaire motivatie is om IS en zijn agenda te steunen.”

Hoe radicaliseren ze?

„Ze zijn natuurlijk al sterk geradicaliseerd vóór ze gaan. Internet speelt daarbij een grote rol. Voor die jongens is de oorlog de kans om het visioen te realiseren waarin ze altijd geloofden. De ontwikkelingen motiveerden hen om iets te doen: de tirannie van Assads regime, de corruptie van het Iraakse regime en zijn shi’itische karakter. En dan zien ze daar 130 Nederlandse jongens vechten, die allemaal op Twitter te volgen zijn. Ze denken: als zij het kunnen, dan kan ik het ook. En dan gaat de volgende jongen ook. Voor je het weet zitten er 200. En de aantallen blijven exponentieel groeien.”

Wat voor soort mensen gaat naar de Islamitische Staat?

„Iedereen. Er is geen specifiek profiel. In Groot-Brittannië hebben we een grof profiel geschetst: een man, in de twintig, van Zuid-Aziatische afkomst, gewoonlijk hoger opgeleid. En met connecties met dawa activisme (islamitische zending). Maar op het Europese vasteland ligt dat anders. Daar zijn Syriëgangers niet zo hoog opgeleid, en niet Zuid-Aziatisch, maar eerder Noord-Afrikaans.”

Hoeveel buitenlanders zijn er?

„Wij hebben geprobeerd de buitenlandse strijders die naar Syrië gaan, te catalogiseren. Uit Europa zijn dat er ruwweg 2.500, op een totaal van 12.000 uit 74 landen. Die zitten niet allemaal bij IS, maar wel in meerderheid. Mensen die niet gaan vechten volgen we niet. We hoorden wel dat er heel veel mensen naar het gebied zijn vertrokken na de uitroeping van het kalifaat in juni. Anderen bestrijden dat, het is moeilijk te zeggen. Maar je kunt zeker wel zeggen dat het kalifaat een heleboel aanhangers nieuwe inspiratie gaf.”

Hoe belangrijk zijn de buitenlanders voor IS?

„Heel erg belangrijk. Iedereen is welkom. Ik heb vragen gehoord als: ik heb een arm verloren, ik kan niet vechten, kan ik toch komen? En ze antwoordden: ja, kom! Kom! Want we zijn een staat, je kan ook op een andere manier nuttig maken. Misschien ben je een arts, een technicus, een docent. Je kunt bij de brandweer, er is altijd wel werk. En zelfs als je niets kunt, kom! Want dit is het kalifaat, het heeft massa nodig om het terrein te ontwikkelen en te behouden. Dat is heel belangrijk. Ze willen technische expertise, advocaten, rechtsgeleerden om hun hun staat te helpen opbouwen. Ook vrouwen zijn welkom, om kinderen te krijgen die gebied moeten bevolken.”

Hoe is de relatie tussen de buitenlanders en de lokale bevolking?

„De plaatselijke bevolking steunt hen omdat ze anders worden gestraft, en daar zijn de mensen bang voor. Maar onder vier ogen is er veel onvrede. Een Bengaalse strijder was daarover heel eerlijk. Hij zei: ‘Het is 50 om 50 procent. Als ze vroom zijn steunen ze ons, en de andere helft haat ons. Maar dat geeft niet. Het land behoort toe aan Allah, niet aan hen. We gaan hier het kalifaat vestigen’.”

Hoe komt het dat zoveel Syriëgangers bereid zijn zulk afschuwelijk geweld te gebruiken?

„Ze betogen dat ze zich verdedigen. ‘Wij hakken de handen af van een dief en wij kruisigen, dat is de wil van God. Maar jullie hebben je eigen foltermethodes bedacht’. Ze wijzen dan op de beelden die uit de Iraakse gevangenis Abu Ghraib zijn gekomen, en uit de Afghaanse gevangenis Bahram en ze zeggen: hoe zit het met jullie? Dus wie is de echte overtreder? Zo rationaliseren ze het. Ze doen het natuurlijk in naam van de nationale veiligheid. Ze zien journalisten en hulpverleners als spionnen. Die zijn een existentiële bedreiging voor het land.”

IS zet vaak zelfmoordterroristen in. Hoe kunnen ze zoveel mensen ertoe bewegen zich op te blazen?

„Ze hoeven hen niet over te halen. Mensen bieden zich vrijwillig aan. Jongens daar vertellen ons: er is een lijst met zelfmoordterroristen en iedereen zet zijn naam daarop. Een zelfmoordaanslag is de kortste weg naar het paradijs: 05.30 uur boem, 05.31 uur in de hemel. En dit geldt niet alleen voor henzelf, maar ze geloven dat ze ook hun familieleden uit de hel weghouden. Maximaal zeventig verwanten. Dat is de reden dat ze tegen hun familie zeggen als die hen huilend smeekt naar huis te komen: jullie hart breekt nu, maar ik red jullie uit het vagevuur. Ze zijn ideologisch zeer bevlogen.”

Waarom keren sommigen toch terug naar hun thuisland?

„Om een aantal redenen. Sommigen waren niet ideologisch gemotiveerd en gingen voor het jihadtoerisme. Anderen zagen de oorlog als een romantische en heldhaftige strijd, en raakten gedesillusioneerd. Er is een Britse jongen – ik kan hem niet noemen, omdat zijn zaak onder de rechter is – die onlangs naar Groot-Brittannië terugkeerde. Hij wilde niet tegen andere rebellen vechten, het ging hem om de strijd tegen het regime. En hij werd het geweld van de Islamitische Staat beu. Nu zit hij vast.”

Is er ook een categorie die terugkomt om hier iets op te blazen?

„Ja, die is er zeker. Je had natuurlijk Mehdi Nemmouche, die vier mensen doodschoot in het Joods Museum in Brussel. De autoriteiten geloven dat hij ook betrokken was bij het gevangenhouden van gijzelaars door de IS in Syrië. Er is ook zo’n zaak in het Verenigd Koninkrijk, een proces achter gesloten deuren. Het is niet bekend of zij werden gegidst of dat ze gewoon zelf hadden besloten iets te doen. Lone Wolves. Het zijn nu nog maar een paar zaken. Maar als de VS hun militaire operatie voortzetten, dan verwacht ik dat je meer daarvan zult zien.”

 

Is het mogelijk om jihadisten te deradicaliseren?

„Absoluut. Ik geloof dat het mogelijk is om mensen een tweede kans te geven. Ik ben er zeker van dat niet iedereen die naar Syrië gaat, een terrorist is. Niet iedere strijder is van nature slecht of een nieuwe Bin Laden. Sommigen gaan naar Syrië om goede redenen, om nobele redenen. Vergeet niet, er zitten jongens van 17, 18 jaar tussen. Die erg overhaaste beslissingen kunnen nemen en na vier, vijf maanden tot de conclusie komen: o God, dit was het niet. Ik wil terug naar huis.”

Geldt dit ook voor mensen die geweld hebben gebruikt?

„Ik denk dat dat wel kan. Het hangt af van je motivatie om geweld te gebruiken. Wij kijken naar die jongens alleen vanuit het perspectief van veiligheid. Word jij een terrorist? Ga je iets opblazen? De ongenuanceerde benadering is: op het moment dat je voet op Syrische bodem zet, ben je wat ons betreft een terrorist. Dat is erg gevaarlijk. Ik ben niet naïef. Er zitten werkelijk slechte mensen tussen, die u en mij en al onze kinderen willen vermoorden. Die de seconde dat ze uit het vliegtuig stappen moeten worden opgepakt. Maar dat geldt niet voor iedereen. Je moet een uitweg bieden aan degenen die dat willen. Dat is niet soft, dat is slim. Anders blijven ze de rest van hun leven jihadist. Dan zit iemand als Yilmaz over tien jaar nog steeds in Syrië. En dan zegt hij: wat ga ik nu doen? Wel, er is een nieuw conflict in Tsjetsjenië. Of de Saoediërs hebben een nieuwe oorlog. Andere opties heeft hij niet. Of hij zegt: laten we een 9/11 gaan organiseren. Hij heeft immers doel en richting in zijn leven nodig.

„Het is beter voor onze veiligheid en die van onze bondgenoten om hen los te weken. In Europa heb je voor een succesvolle deradicalisering een heleboel psychologen en psychiaters nodig. De meesten van die jongens zullen een posttraumatische stresstoornis hebben. Ze gaan zonder enige training of ervaring een oorlog in.”

Denkt u dat de westerse luchtaanvallen meer rekruten uit Europa naar Irak en Syrië lokken?

„Ja dat zou kunnen. Het past goed in het verhaal van de strijd tussen islam en het Westen, de islam versus het Westen.”

Zullen de luchtaanvallen überhaupt iets uithalen?

„De luchtaanvallen zijn rampzalig. Wat is het doel, wat is de strategie? Je kan geen enkele organisatie vanuit de lucht ontmantelen. Je kan een paar leiders doden, je kan offensieven stoppen, de organisatie verzwakken, het tempo van de groei remmen. Maar je kan de klus niet klaren zonder grondtroepen. Wat president Obama heeft gedaan, is deze beer een vinger in zijn oog steken. Dan zit je met een boze beer op je drempel. Een beer die eerst sliep, en misschien groeide maar die jou niet hinderde. En nu is het een groot probleem. IS gaat nu proberen wraak te nemen. Ze gaan iets opblazen. Stel je voor dat een bom ontploft in Parijs of Amerika of Londen. De publieke opinie zal dan zeggen: ga die jongens aanpakken. Dan zal het Westen een nieuwe oorlog moeten voeren in het Midden-Oosten.” <<