Vrees niet voor je baan, zo veel kunnen robots nog niet

A humanoid robot face is displayed at a stand during the International Conference on Humanoid Robots in Madrid November 19, 2014. REUTERS/Andrea Comas (SPAIN - Tags: SCIENCE TECHNOLOGY) Foto Reuters

De robotica bloeit in Nederland, ondanks de ophef over mogelijk baanverlies voor mensen. Naast de Universiteit Twente hebben ook de TU Eindhoven en de TU Delft de laatste jaren aanzienlijke robotica-labs opgericht. Spin-offs als het Twentse RoBird, of het Delftse Delft Robotics boren nieuwe niches aan, en een opsomming van de branchevereniging RoboNed telde in 2011 al bijna honderd robotica-projecten en bedrijven. En ‘we’ zijn natuurlijk wél wereldkampioen voetbal geworden met het Eindhovense robotteam TechUnited.

Intussen zuigen robots van een paar honderd euro stof in duizenden Nederlandse huishoudens en maaien hun collega’s buiten gras. Voor de toekomst verwachten we dat robots ouderen verzorgen en het zware eentonige werk in de kassen en op de velden doen.

Maar, even afgezien van mooie beloften en angstige visioenen, wat kunnen de robots van vandaag nu echt, en wat niet?

1. Ze snappen de wereld nog niet

“Industriële robots zoals verfspuitrobots in autofabrieken hebben we al zo’n dertig jaar”, zegt Martijn Wisse, robotonderzoeker aan de TU Delft.

“Maar die doen steeds precies hetzelfde, en ze functioneren in een wereld zonder mensen. Ze zijn sterk genoeg om iemand dood te drukken, dus er staat altijd een hek omheen.”

Van een nieuwe generatie robots verwachten de deskundigen dat ze zich tussen mensen begeven. Wisse:

“In de echte wereld zijn onzekerheden, en is de variatie in omstandigheden veel groter. Dat is het eerste probleem.”

Voorbeeld: René van den Molengraft van de TU Eindhoven laat een plaatje zien van een rommelig bureau vol papieren, een laptop, en andere rommel. “Waar staat nu het flesje Spa?” Inderdaad is er een blauw flesje te ontwaren.

“Als je dit beeld aan een computer geeft, dan zal hij het flesje Spa niet vinden”, voorspelt Van den Molengraft, “de beeldherkenningssoftware zal bijvoorbeeld op zoek gaan naar de basis van het flesje, maar dat kun je hier niet zien door alle papieren.” Van het woord ‘Spa’ op het etiket zijn alleen de letters ‘pa’ te zien. Maarten Steinbuch, collega van Van den Molengraft aan de TU Eindhoven: “En wij mensen kunnen dit zo gemakkelijk.”

Segmentatie heet dit probleem. Hoe scheid je de vele vormen, vlakken en kleuren in verschillende voorwerpen. Steinbuch:

“Een van de redenen waarom wij mensen dit goed kunnen is omdat we veel voorkennis hebben. Over lichtinval bijvoorbeeld.”

2. Ze bewegen te langzaam en te stijf

Om zich motorisch geloofwaardig tussen mensen te bewegen, zouden robots zich eerst soepeler moeten bewegen, een andere uitdaging. Robots zijn vaak minuten aan het rekenen aan de bewegingen van hun ledematen, voordat ze een keertje gaan bewegen.

“Wij doen dat heel anders”, zegt Stefano Stramigioli in zijn Twentse lab. Hij gaat met zijn rug naar een deur staan en graait slordig achter zijn rug, om de deurknop in een keer vast te pakken.

“Dit is niet een nauwkeurig geplande beweging, ik beweeg gewoon maar wat met losse spieren, en pas mijn spierspanning aan zo gauw ik de deurknop voel. Dat is een heel andere spierspanning dan als ik bijvoorbeeld een naald in een draad steek. Wij denken dat ook robots zo’n variabele soepelheid moeten gebruiken.”

3. Ze zijn nog erg duur

Misschien wel de grootste uitdaging voor de opmars van de robots, zeggen zowel Wisse, Stramigioli als Steinbuch en Van de Molengraft, is de prijs van robots en robotonderelen. Dat lijkt in de eerste plaats niet echt een technische factor, maar is wel degelijk nauw verwant met ontwikkelingen in de techniek.

Elektronica en onderdelen worden steeds goedkoper, mede door nieuwe 3D-printtechnieken. Tegelijkertijd verwacht iedereen dat de prijs cruciaal zal zijn voor de technologische perspectieven. Steinbuch:

“Een robot met twee armen met zeven vrijheidsgraden, op een rijdend platform, kost dus al gauw 50.000 euro.”

De hoop is dat het met robots net zo zal gaan als met de computer, waarvan de opkomst begin jaren tachtig pas goed op gang kwam toen eenvoudige computers betaalbaar werden voor kleine bedrijven en particulieren.

Een doorbraak op dit gebied zou Baxter kunnen zijn, een tweearmige robot op de markt voor 20.000 euro. “Met zo’n prijs kunnen ook kleinere bedrijven zich veroorloven te experimenteren”, zegt Steinbuch.