Turkije regeert mee in Nederland via de moskee

Minister Asscher van Sociale Zaken gaat vier Turkse organisaties vijf jaar lang in de gaten houden die ‘parallelle samenlevingen’ in Nederland zouden vormen. Dat leverde hem veel kritiek op. Is de Turkse lange arm echt zo sterk?

Afbeelding op de Kocatepe Moskee aan het Afrikanerplein in Rotterdam Zuid. Foto ANP

Twee Turks-Nederlandse Kamerleden stapten vorige week met veel bombarie uit de Partij van de Arbeid. Zij hadden kritiek op het integratiebeleid van minister Asscher van Sociale Zaken, die vier Turkse religieuze organisaties vijf jaar lang in de gaten wilde gaan houden. Het gaat om Diyanet, Milli Görüs, de Süleymanci en de Gülenbeweging. Deze Turkse ‘clubs’ zouden de integratie belemmeren en ‘parallelle samenlevingen’ vormen.

En er was meer. Onderzoeksbureau Motivaction kwam met een onderzoek waarin stond dat 90 procent van de Turkse jongeren Syriëgangers als ‘helden’ ziet. Er kwam van alle kanten kritiek, zelfs van de onderzoekers, die zeiden dat Asscher hun rapport wel erg negatief had geïnterpreteerd.

Toch dringt de vraag zich op: is er sprake van ‘een lange arm’ van Turkije? En hoe sterk is arm dan wel niet?

142 Diyanet moskees in Nederland

Een van de ‘verdachte’ organisaties is Diyanet, de Turkse overheidsdienst die imams levert voor 142 moskeeën in Nederland. De imams worden door Turkije betaald. De Kocatepe-moskee in Rotterdam is ook van Diyanet en gevestigd in een voormalig schoolgebouw. Aan het eind van de lange gang staat de bestuursvoorzitter. Hij heeft geen zin om met een journalist te praten. „Dat gaat over politiek”, zegt hij.

Een Turkse Nederlander hoort vrijwel altijd ergens bij. Hij is lid van een religieuze groepering of een politieke stroming die meestal een regelrechte kopie is van zusterorganisaties in Turkije. Zo zijn er aanhangers van Milli Görüs of Fettulah Gülen, Suleymanci, Alevieten, Koerden, Kemalisten. En allemaal hebben ze eigen culturele instellingen, moskeeën, belangenorganisaties, studentenverenigingen en voormannen.

Voor buitenstaanders is de wirwar aan stromingen abracadabra. Als je wil weten waar een Turkse Nederlander bij hoort, dan moet je het vragen. Dan blijkt dat maar weinig Turken (jong én oud) genegen zijn helderheid te scheppen. De organisaties die Asscher wil laten monitoren zijn al verschillende keren onderzocht. Nooit bleek eruit dat ze zich niet aan de wet zouden houden. Tegelijkertijd zijn ze niet helemaal te doorgronden .

Op de Afrikaander markt naast de Kocatepe-moskee in Rotterdam lopen veel Turkse Nederlanders. Ouderen spreken vaak slecht Nederlands. Ze reageren stuk voor stuk verschrikt en afwijzend op de vraag bij welke stroming ze zich thuis voelen. Een Iraakse jonge vrouw die een visje eet en toekijkt moet erom lachen: „Turken zijn enorm op zichzelf”, zegt ze. „Tot welke groep ze behoren en hoe belangrijk dat voor hen is, vertellen ze niet gauw.”

Hussein en Esra lopen hand in hand over straat. Hussein komt uit Hoogezand, Esra komt uit Barneveld, ze zijn een dagje in Rotterdam. Zij willen wel wat vertellen, als hun achternaam maar niet in de krant komt. Ze zijn beiden 18. De ouders van Hussein zijn aanhangers van de CHP, een centrum-linkse volkspartij. De ouders van Esra hangen de APK van president Recep Tayyip Erdogan aan. Hussein en Esra zijn veel meer gericht op Nederland dan op Turkije, zeggen ze. Ze zijn een uitzondering. Uit CBS-cijfers uit 2012 blijkt dat driekwart van de Turkse Nederlanders zich in de eerste plaats Turks voelt. Dat aandeel is bij geen enkele andere groep zo hoog. Slechts zes procent voelt zich vooral Nederlander.

Een hechte gemeenschap

In een Turks gezin wordt vaak Turks gesproken, staat de Turkse televisie aan, worden Turkse kranten gelezen. Het verandert wel, maar veel minder snel dan bijvoorbeeld bij Marokkaanse Nederlanders.

Turkse Nederlanders gaan vaak vooral om met andere Turkse Nederlanders. 67 procent heeft buiten hun werk alleen contact met de eigen groep. De organisaties zien niet echt een probleem. „Ja, we zijn een hechte gemeenschap”, zegt Yusuf Altuntas, woordvoerder van de Milli Görüsbeweging. „Zijn we daarmee een parallelle samenleving? We voelen ons enorm geschoffeerd door het aangekondigde onderzoek.”

Mehmet Cerit is hoofdredacteur van Zaman Vandaag (Nederlands) en Zaman Holland (Turks), kranten gelieerd aan de Gülenbeweging. Als de regering wil weten waarom de Turkse Nederlanders zo op Turkije gericht zijn dan moeten ze de organisaties niet weer gaan onderzoeken, vindt Cerit. „Wat dacht je van open gesprekken zonder verdachtmakingen? Dan pas zullen de Turkse Nederlanders uit hun schulp kruipen.”