Soms heb ik het gevoel dat ik overal buiten sta

Na een ziekte staat Joan Nederlof (52), actrice en scenarioschrijver, voor het eerst weer op de planken met de solovoorstelling Sinaasappelstraat. „Ik heb lang gedacht dat ik iemand was die zich graag terugtrekt, ik weet nu dat het angst was.”

Tekst Jessica van Geel Foto Andreas Terlaak

Sinaasappelstraat

„Mijn nieuwe voorstelling is eigenlijk een innerlijk gesprek. Ik speel mezelf en mijn grootmoeder Mien van Dam uit de Sinaasappelstraat. Zij was een felle sociaaldemocrate en ik was altijd heel dol op haar. Ze was ook lekker theatraal. Maar een voorstelling alleen over mijn grootmoeder was te weinig. Er moest iets bij. En dat werd mijn onbehagen over het huidige individualisme. Ik vind het vreemd dat ik mezelf aan de ene kant erg verbonden voel met mijn werk, mijn vrienden, mijn familie, en me anderzijds nogal eenzaam kan voelen. Alsof ik geen deel uitmaak van de maatschappij. Aan de oppervlakte gaat alles goed, maar daaronder lijkt het los zand. De verzorgingsstaat staat op instorten, bureaucratie neemt toe, we vertrouwen politici niet meer… In de voorstelling roep ik mijn grootmoeder – die aan het begin van de verzorgingsstaat stond – terug uit de dood om te onderzoeken hoe het staat met de democratie.”

De Tocqueville

„De Franse filosoof Alexis de Tocqueville gaf mij een inzicht. Hij schreef: hoe meer taken de overheid naar zich toe trekt, hoe minder de burger zich verbonden voelt met de publieke zaak. Dat is precies wat er aan de hand is. We leven in een samenleving waarvan de inwoners zich niet verbonden voelen. Mijn grootmoeder prikt in de voorstelling onze vanzelfsprekendheden door. Heb je een hekel aan individualisme? Hou er dan mee op. Ook zegt ze: ik zie maar één oplossing, je moet het zelf doen, ga maar eens een democratische ervaring aan. Dat is dan: een gezamenlijke oplossing zoeken voor een gezamenlijk probleem in de publieke ruimte. Probeer dat maar eens. Dat is bijna niet meer voor te stellen, dat je los van je eigenbelang meedenkt over het geheel. Ik kan wel een buurtbarbecue organiseren of me aansluiten bij de vereniging voor acteursbelangen, maar dat is geen collectief belang. Dat is collectief eigenbelang.”

Mammografie

„Vorig jaar augustus kreeg ik borstonderzoek, zo’n standaardonderzoek dat je krijgt als je boven de vijftig bent. Op de mammografie zagen ze niets, maar een week later voelde ik toch een bultje onder mijn oksel. Ik liet ernaar kijken en ze vertelden meteen dat ik een tumor van vier centimeter had. Ik heb meer dan zeventig ziekenhuisbezoeken achter de rug en afgelopen september had ik mijn laatste infuus met immunomedicijn. Nu ben ik gezond. [Ze klopt af onder het tafelblad.] Toen ik hoorde dat ik kanker had, dacht ik: ik moet er gewoon doorheen. Het gebeurt, en het overkwam mij. We hebben allemaal een sterfelijk lichaam. Echte doodsangsten heb ik alleen de eerste weken gehad, de weken dat ik allerlei onderzoeken had en moest bellen voor de uitslag. Dat was vreselijk. Maar daarna, toen ik wist dat het niet was uitgezaaid, begon ik aan een heel lang genezingsproces. Het zal een overlevingsmechanisme zijn, dat je niet de hele dag in permanente schrik kunt leven.”

Overgang

„Ik heb altijd de neiging gehad om te denken: laat mij maar met rust. Dat is minder geworden. Dat komt door de ziekte, maar het heeft vooral met mijn leeftijd te maken. Als je in de overgang komt, ga je nadenken. Je gaat je herbezinnen op het leven. Wat wil ik nog? Hoe heb ik het tot nu toe gedaan? Hoe is het gegroeid? Want sommige dingen die groeien gewoon, dat zijn niet eens bewuste beslissingen. Daarin drijf je een bepaalde richting op. Ik was een beetje ver afgedreven. Zo heb ik lang gedacht dat ik iemand was die zich graag terugtrekt, ik weet nu dat het angst was.”

Spelen

„Ik heb jaren weinig gespeeld. Ik kon er te weinig van genieten. Je hebt acteurs die zeggen, zet me op een toneel en ik ben gelukkig, dat heb ik niet. Altijd die spanning. Jezelf oppeppen en weer open staan om acht uur ’s avonds. Dan zag ik het publiek binnenkomen en dacht, wat willen ze nou weer van me? Nu is dat anders. Ik heb meer het gevoel dat ik naar buiten kan treden met wie ik ben en dat maakt spelen ook makkelijker. Ik dacht heel lang laat mij nou maar in een kantoortje scenario’s verzinnen, dan kunnen anderen het spelen. Op een gegeven moment bevredigde dat me niet meer. Nu voel ik weer de magie van het spelen. Dat al die mensen de moeite nemen om op hun vrije avond naar mij te komen kijken…”

Gooische Vrouwen

„Regisseur Will Koopman vroeg of ik een paar afleveringen van de dramaserie Gooische Vrouwen wilde schrijven. Ik dacht, dat kan ik helemaal niet. Geen tijd, zei ik, veel te druk. Maar Will is vasthoudend en uiteindelijk heb ik drie seizoenen meegeschreven. We gingen zitten met de regie, Linda, de schrijvers en de script editor. Er hingen evenveel lege vellen aan de muur als er afleveringen waren en dan brainstormden we over wat er moest gebeuren. Linda had altijd veel ideeën, ze woont in zo’n buurt, dus ze kent die verhalen. Langzaam vulden we de vellen in en werden de afleveringen onder de schrijvers verdeeld. Het was fijn om te doen, je maakt dan ook meters als schrijver, maar mijn passie ligt bij de Mug.”

Mug

„Ons theatergezelschap Mugmetdegoudentand bestaat volgend jaar dertig jaar. Der-tig jaar. Samen met Marcel Musters ben ik er vanaf het begin bij, de laatste tien jaar is ook Lineke Rijxman bij ons aangeschoven. En nog steeds voelen we de noodzaak om voorstellingen te maken. Ons motto is altijd geweest: het is nu. We kiezen vaak maatschappelijke thema’s en combineren dat met het persoonlijke. Zo proberen we te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. We spelen geen repertoire, geen Shakespeare of Pinter. Natuurlijk kun je daarmee ook iets zeggen over de wereld van nu, maar dat vinden we zo’n omweg. Ik kan wel heel mooi King Lear spelen, maar wie is dan de King Lear van nu? Wij wilden die vertaalslagen niet.”

Toneelschool

„De grootmoeder uit mijn stuk is mijn moeders moeder. Mijn moeder heeft ook dat socialistische en ze heeft het aan mij overgedragen. Hard werken, discipline tonen, dat heb ik ook geleerd van mijn ouders. Mijn moeder was balletdanseres en ze had haar eigen balletschool. Mijn vader had heel graag naar de toneelschool gewild, maar hij kwam in de kantoormachines terecht. Hij was een klassieke hartpatiënt uit frustratie en is overleden voordat hij met pensioen ging. Ik kan me nog goed herinneren dat ik van kleins af aan al toneelstukjes deed thuis en dat mijn vader dat geweldig vond. Achteraf weet ik niet meer in hoeverre ik die liefde voor toneel zelf heb ontwikkeld, of dat ik dat deed om mijn ouders een plezier te doen. Hoe dan ook, het paste bij me.”

Constant zoeken

„Samen met mijn ex heb ik een zoon van 17 en een dochter van 14. Zij heeft Carlos gekregen, ik Zoë. Toen Carlos werd geboren, stond ik als medemoeder helemaal klaar om ook alles te doen, maar ik merkte al gauw dat een klein kind vooral behoefte heeft aan zijn biologische moeder. Je staat dan even aan de zijlijn. Het is gewoon zo. Carlos is nog steeds meer bij mijn ex en Zoë meer bij mij. Inmiddels ben ik al meer dan tien jaar met mijn huidige vrouw. Natuurlijk hebben we best moeten zoeken naar een manier om alles in goede banen te leiden. Maar als je ooit goed gekozen hebt dan heb je mensen om je heen – je partner, je ex – die het samen met jou willen oplossen en over hun eigen schaduw kunnen heen springen. Uiteindelijk komt het dan goed.”