Op jihad

Het heeft iets Not Without My Daughter-achtigs: de Maastrichtse moeder die haar dochter eigenhandig in Syrië heeft gered van het IS-strijdsterschap. Er komt vast nog wel een boek van, of beter nog: een gedramatiseerde documentaire.

Tot het zover is waren er natuurlijk allerhande deskundigen die mochten zeggen hoe het zat. Zo zag ik een man op televisie die het een en ander te vertellen had over de achterliggende motivaties van westerse jongeren om „op jihad te gaan”.

Dat klinkt wel erg gezellig. Alsof er op zomerkamp gegaan wordt. Hoera, we gaan weer op jihad deze zomer! Neemt iedereen z’n eigen slaapzak mee, en z’n goeie humeur natuurlijk?

Hoe je het dan wel zou moeten zeggen weet ik ook niet. „De jihad aanvaarden” klinkt wel erg plechtig. „Zich aansluiten bij de jihad”?

Ik ben wel eens verbeterd omdat ik het over „op vakantie gaan” had. Het was „met vakantie gaan”, zei de zeer keurige dame uit Wassenaar met wie ik in gesprek was. Ik voel tussen deze twee vormen totaal geen verschil, maar van keurige dames uit Wassenaar neem ik veel aan in de sfeer van subtiele nuanceverschillen.

Later las ik dat ‘op vakantie’ meer gebruikt wordt door katholieken, en ‘met vakantie’ door protestanten. Misschien dat ik er daarom niets bij voel.

Voorzetsels – het blijft lastig. Zeggen de meeste mensen iets als: „Ik zit op voetbal”, in delen van Brabant en Limburg zit je ‘onder voetbal’. Klinkt meteen heel onderdanig. Alsof je ook echt gaat doen wat je coach zegt.

Maar het is allemaal willekeur. We zitten op een school, maar in een klas. We zitten in het café, behalve als we in België zijn, dan zitten we weer op café. Wat voor noorderlingen weer klinkt alsof je daar een soort cursus bierdrinken doet. We gaan op studiereis maar met verlof.

Misschien moeten we over de Maastrichtste jihad-spijtoptant maar zeggen dat ze ‘onder jihad’ ging. En dat ze er nu weer onderuit gekropen is.