Onecht, al dat protest

Zondag schoof ik aan bij een groepje studenten van Washington University, druk bezig met de voorbereiding van een demonstratie. Zij hebben de demonstratie gepland op de dag na de uitspraak van een grand jury. Die buigt zich momenteel over de vraag of de politieagent die deze zomer een ongewapende zwarte jongen doodschoot, wél of niet vervolgd moet worden.

Iedereen loopt al wekenlang op deze uitspraak vooruit. De tegenstanders van vervolging zijn bij voorbaat boos omdat de politieagent misschien gestraft wordt. De voorstanders van vervolging zijn bij voorbaat boos omdat de politieagent misschien vrijuit gaat. De gouverneur heeft bij voorbaat de noodtoestand uitgeroepen. De demonstranten staan bij voorbaat in proteststand.

Het plan van de studenten is om tijdens de eerste ochtendspits na de uitspraak midden op een druk verkeersplein op de grond te gaan zitten en boeken van radicale zwarte schrijvers te gaan lezen. Zelf noemen ze dat „huiswerk maken”.

Alles is geregeld: op elke hoek coördinatoren, een centraal informatiepunt, een groot spandoek. Studenten zullen de armen ineen haken zodat ze één linie vormen. De namen van mensen die bereid zijn te worden gearresteerd, zijn bekend.

Ik ga er niet naartoe.

Ik weet niet waarom, maar van zo’n groep leeftijdsgenoten die op de openbare weg demonstreren krijg ik enorme plaatsvervangende schaamte. Het heeft iets geks, iets onechts. Alsof ze een veldslag uit de zeventiende eeuw naspelen. Live action role playing – met het script van de burgerrechtenbeweging.

Ik weet al hoe het eruit gaat zien. Een groep mensen, buiten, in de kou of regen, met veel politie eromheen, die iets staan te roepen en dan daaromheen tien keer zoveel omstanders die de boel filmen.

Die plaatsvervangende schaamte had ik ook bij het zien van de demonstraties in Gouda vorige week, tijdens de intocht van Sinterklaas. Die verliep volgens datzelfde beproefde recept. Er waren voorstanders en tegenstanders. Er waren boos kijkende demonstranten die met de armen ineen gehaakt één linie vormden. Er waren spandoeken. Leuzen. T-shirts. Boze mensen. Arrestaties. En alles vastgelegd in duizend filmpjes op duizend smartphones van omstanders.

Dat is nu eenmaal de natuurlijke reflex van ongeveer iedereen die na 1970 geboren werd. Wie gaat er nog op een plein staan? Wie voert er nog actie? Iemand die boos is verzint iets. Begint een stichting. Of een bedrijf. Haalt geld op met een idiote actie. Start een petitie, schrijft een blog. Filmt de seksistische opmerkingen die je hoort als je een paar uurtjes over straat wandelt. Haalt een grap uit. Zet iemand voor lul met een microfoon voor zijn neus. Filmt de reacties op Zwarte Piet van mensen in een Londens park, zoals Sunny Bergman. Filmt de politie. Belt een voedselbedrijf op. Deelt een update van ‘Nederland, mijn vaderland’. Verandert de stem van een politicus. WOBt iets. Rapt iets. Wedt iets. Retweet iets. Maar verzint in ieder geval iets anders dan met zo’n knullig kartonnen bordje voor je borst op een druilerig plein.

Het staat ons voor geen meter. Zoiets doe je alleen omdat je ouders het ook ooit zo deden. Omdat die zwarte radicale denkers het zo deden. Omdat je het bij Andere tijden zag. Omdat je niets beters kunt verzinnen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat soort demonstranten wantrouw. Het conservatisme, kopieergedrag. Als het je al niet lukt om je eigen acties te verzinnen, lukt het je dan wel om je eigen waarden te verzinnen? Kun je je eigen idealen wel onderscheiden van die idealen die je op televisie zag?

Ik stak mijn hand op bij de vergadering van die Washington University studenten. Ik vroeg wat er zou gebeuren als de Grand Jury besluit dat de politieagent wél vervolgd moet worden. Gaat de demonstratie dan gewoon door? Het was een stomme vraag. De demonstratie zou gewoon doorgaan. Ook op de dag dat ze hun zin krijgen, de eisen worden ingewilligd, en de agent wordt vervolgd, ook op die dag gaan de studenten van Washington University een sit-in houden en tijdens het spitsuur het verkeer hinderen.

Ik vind dat van leeghoofdigheid betuigen. Ik vind het onverantwoordelijk. Natrappen. Het is dan net alsof je demonstreert om het demonstreren. Boos bent om het boos zijn, ongeacht of je doel al bereikt is. Het is dan net alsof het daadwerkelijk allemaal een toneelstukje is.