Niet bang zijn

Metallica durft fans te shockeren met muzikale experimenten. Zelfs van hun album met Lou Reed heeft de band geen spijt. ‘Ik zou er geen noot aan veranderen’, zegt drummer Lars Ulrich.

door Joël Broekaert foto Anton Corbijn

‘Niet bang zijn.

Ik hou van die woorden.

Ze hebben jarenlang in mijn achterhoofd gezeten.

Het zijn machtige woorden.”

Dit is de tekst van Lars Ulrich, drummer van Metallica. Met wereldwijd meer dan 120 miljoen verkochte albums is Metallica de grootste heavymetalband ooit. Het epische vijfde album Metallica, uit 1991, beter bekend als The Black Album, is met meer dan 16 miljoen stuks een van de best verkochte albums ooit in de Verenigde Staten. (Ter vergelijking: dat zijn er meer dan Abbey Road van The Beatles of Dark Side of the Moon van Pink Floyd).

‘Niet bang zijn’ is een filosofisch essay van een metaldrummer over creativiteit. Het staat afgedrukt als voorwoord van A Work in Progress, het laatste kookboek van de Deense kok René Redzepi – van restaurant Noma in Kopenhagen, dit jaar voor de vierde keer uitgeroepen tot het beste restaurant ter wereld. Redezpi vroeg zijn landgenoot Ulrich om het voorwoord te schrijven, omdat Metallica volgens de kok een zeldzaam voorbeeld is van een instituut dat al dertig jaar lang relevant en creatief is.

Hoe is het Metallica gelukt om zich sinds de oprichting van de band in 1981 ruim drie decennia lang te blijven vernieuwen en aan de top te blijven? Het antwoord is gek genoeg: angst. „Een van de dingen die we altijd geprobeerd hebben in Metallica is om niet in herhaling te vallen. We lijden aan een overdreven, bijna perverse angst daarvoor”, zegt Lars Ulrich via skype vanuit Metallica’s studio even buiten San Francisco, waar de band op dit moment werkt aan het tiende album. Het is negen uur 's ochtends in Californië en de 51-jarige drummer zit met zijn halflange grijze haren onder een zwart petje, met een bak yoghurt met blauwe bessen, achter de mengtafel. „Die allesoverheersende angst heeft ons ertoe aangezet juist niet bang te zijn voor nieuwe dingen, om creatief te durven zijn.”

Niet bang te zijn, bijvoorbeeld, om op een metal-album in 1984 een ballad op te nemen. Ulrich doelt op het nummer ‘Fade to Black’ op het album Ride the Lightning. Metallica’s debuutalbum Kill ’Em All uit 1983 was snoeihard en vooral ontzettend snel. Die pure agressie, samen met de complexe structuren van de nummers en grimmige, anarchistische teksten over thema’s als wanhoop, angst en dood, spraken een tienerpubliek aan dat zich niet kon vinden in de mainstream poprock van bands als Bon Jovi en Van Halen. Een ballad, een jaar later, viel niet bij alle fans in goede aarde. „We hadden er simpelweg nooit bij stilgestaan dat men het raar zou vinden dat wij als rockband akoestische gitaren gebruikten. Voor ons was het heel natuurlijk. Deep Purple, Led Zeppelin, Iron Maiden, Judas Priest, dat waren de bands waar wij mee opgegroeid waren. Die deden allemaal ballads”, zegt Ulrich.

De agressieve, snelle stijl van Metallica was een heuse stroming binnen de hardrock geworden, en werd door het Amerikaanse rockmagazine Kerrang! in 1984 trash metal gedoopt. Met Master of Puppets (1986) en …And Justice for All (1988) consolideerde Metallica zijn plek bij de ‘Grote Vier van de trashmetal’, naast Anthrax, Megadeth en Slayer. „Maar na ...And Justice for All hadden we het gevoel dat we klaar waren met die kant van Metallica. We konden niet nóg sneller spelen”, zegt Ulrich. „Wat konden we wel doen, om niet in herhaling te vallen? We konden simpelere en kortere nummers maken. Dus gingen we luisteren naar AC/DC, The Rolling Stones en The Misfits. Bands die ook fantastische nummers van twee minuten konden schrijven.”

De eerste grote schok voor de Metallica-fans van het eerste uur kwam aan het begin van de jaren negentig. Voor het vijfde album zochten drummer Ulrich, zanger/gitarist James Hetfield, gitarist Kirk Hammett en bassist Jason Newsted het gezelschap op van producer Bob Rock. Geen voor de hand liggende combinatie, want Rock maakte platen met Bon Jovi en Mötley Crüe: rockers in panty’s met getoupeerd haar. Precies het soort hardrock waar Metallica zich expliciet niet mee associeerde in de jaren tachtig. „Onze samenwerking ging puur om de sound, om hoe die albums uiteindelijk klinken over de speakers. Bob Rock maakte simpelweg de best klinkende platen in die tijd.”

Rock liet de mannen van Metallica zwaar en vet klinken. Geen van hen was echter voorbereid op het feit dat Rock zich ging bemoeien met de composities. Hij vertelde de bandleden van Metallica dat ze beter een A-akkoord in plaats van een E konden spelen. „Who the fuck are you, dachten we”, zegt Ulrich. „Maar we waren niet bang om ons daarvoor open te stellen.” Het leverde een ‘nieuw’ Metallica op en het grootste succes uit de geschiedenis van de band: Metallica, The Black Album, met de monsterhits ‘Enter Sandman’ en ‘Nothing Else Matters’.

Metallica raakte in de jaren negentig steeds verder verwijderd van de trashmetalstroming waarvan ze zelf aan de wieg had gestaan. De albums Load (1996) en Reload (1997) klonken moderner, alternatiever, hier en daar zelfs een tikje bluesy met duidelijke country-invloeden. Hetfield ruilde zijn Gibsons Flying V en zijn Explorer (echte scheurgitaren) in voor een Fender Telecaster (dé countrygitaar). Je zou Metallica in de jaren negentig Americana-metal kunnen noemen. Wéér een heel ander Metallica.

Maar het allerergste voor de toch al gekrenkte oude Metallica-fans was het nieuwe uiterlijk: het haar ging eraf. Dit werd gezien als de ultieme vercommercialisering van de heavymetalband die toch nergens bij hoorde en overal schijt aan had. „Ik kan je garanderen dat we geen rondetafelgesprek hebben gehouden waarin we dat hebben besloten”, zegt Ulrich. „Eén gast liet z'n haar knippen. Zes maanden later weer een.” Zanger James Hetfield zei in een interview met Guitar World dat het vooral te maken had met leeftijd en dunner haar.

Bretels en een grote cowboyhoed

Metallica ging de samenwerking aan met Anton Corbijn, die ook met U2 en Depeche Mode werkte. Ulrich: „We zeiden tegen elkaar: hij is de beste fotograaf ter wereld, dus waarom bellen we hem niet eens?” Corbijn regisseerde de artistieke zwart-wit videoclip bij de single ‘Hero of the Day’ en de video bij ‘Mama Said’, waarin Hetfield in een glimmend overhemd en met een grote cowboyhoed op de achterbank van een oude Amerikaanse bak zit.

Corbijn deed ook de fotografie voor de cd-hoes van Load. Hij stak de band in hemdjes met bretels en Cubaanse pakken. Niet alle bandleden waren daar tevreden over, zegt Hetfield in 2009 in Guitar World: „Lars en Kirk waren de drijvende kracht daarachter. Dat hele ‘we moeten onszelf heruitvinden’-ding was weer aan de gang. Ik denk dat ze op zoek waren naar die U2-vibe. Ik kon daar helemaal niets mee.” Ulrich verwoordt het anders: „Corbijn had wat ideetjes en wij waren niet bang om een en ander uit te proberen.” Het had in ieder geval geen negatieve invloed op de verkoopcijfers. Load en Reload kwamen beiden direct op nummer één binnen in de Amerikaanse Billboard 200. Een ‘nieuwe’ band en een nieuw genre – dat trekt ook weer nieuwe fans.

Waar de band zich wel mee in de vingers sneed, was de rechtszaak tegen Napster in 2000. Napster was een van de eerste websites waarmee gebruikers online muziek konden delen, en dus de facto gratis konden downloaden. De band eiste niet alleen een flinke schadevergoeding van de website, maar ook dat de geschatte 335.000 Napster-gebruikers die muziek van Metallica hadden gedownload, permanent zouden worden geweerd door de onlinedienst. Daarmee raakte de band vooral de harde kern, woedende fans die voor de camera’s van MTV hun Metallica-cd’s vertrapten. Dat hadden ze van te voren kunnen bedenken. Maar daar waren ze blijkbaar ook niet bang voor.

Het jaar erop werd de grootste angst van elke band werkelijkheid: Metallica raakte in een diepe identiteitscrisis en dreigde uit elkaar te vallen. En dat staat allemaal op film. De crisis begon toen bassist Jason Newsted na veertien jaar zijn vertrek aankondigde. Ongeveer in diezelfde periode dat de band had ingestemd met het plan om de opnames van het langverwachte nieuwe album (vijf jaar na het vorige) te laten filmen voor een documentaire.

Newsted was in 1986 gerekruteerd nadat de eerste bassist Cliff Burton was overleden na een tragisch ongeval in Denemarken waarbij hij onder de tourbus terecht was gekomen. Newsted was eigenlijk altijd het pispaaltje in de band. Men grapt wel eens dat zijn ontgroening pas ophield toen hij uit de band stapte. In ieder geval werd er binnen Metallica geen creatieve input van Newsted geduld. Toen de bassist aankondigde met zijn project Echobrain de studio in te gaan om een plaat op te nemen, stelde Hetfield Newsted voor de keuze: Echobrain of Metallica. Newsted koos voor artistieke vrijheid.

De filmmakers volgden de band in de twee jaren na Newsteds vertrek. De film kwam uit in 2004 onder de titel Metallica: Some Kind of Monster. Het was de laatste nagel aan de doodskist van hun imago als de levensgevaarlijke, boze hardrockers die in de jaren tachtig de geuzennaam Alcoholica hadden verdiend. Het werd een film voornamelijk over twee mannen en hun ego’s. Over de persoonlijke relatie tussen een misbruikte jongen uit een streng Christian-Sciencegezin die op jonge leeftijd zijn moeder verloor (zanger Hetfield) en de ambitieuze zoon van een Deense tennisprof (drummer Ulrich), die al twintig jaar samen in een band zaten maar elkaar misschien wel helemaal niet zo goed kenden. Die pas na 46 bier tegen elkaar konden zeggen dat ze van elkaar houden.

Psychotherapie

De band gaat in groepstherapie (bij een therapeut van 40.000 dollar per maand), Hetfield moet worden opgenomen in een kliniek voor alcoholverslaving nadat hij is terugkomen van berenjacht in Siberië. De nuchtere Hetfield wil vervolgens enkel tussen twaalf en vier werken omdat hij meer tijd wil doorbrengen met zijn gezin. Het levert hilarische scènes op met zenuwachtige moeders op de balletles van hun dochters als er een enorme, getatoeëerde motormuis naast hen komt zitten (een van de meisjes in tutu is Hetfields dochter). En het levert opnieuw spanning op in de band als hij het de anderen verbiedt na vieren nog in de studio te zijn, omdat hij bang is dat er beslissingen buiten hem om worden genomen.

Treffend is het antwoord van oud-bassist Jason Newsted, als muziekblad Classic Rock hem in 2005 vraagt wat hij van de film vindt: „Ik zal hierop antwoorden als ‘fan van Metallica’. Als je de grootste metalband bent van de laatste zoveel generaties, dan moeten sommige dingen heilig blijven. Ik wil geen psychotherapiesessie zien. Laat ons op z’n minst een paar live nummers zien. Laat ons zien dat jullie nog steeds dat machtige monster zijn dat we zo waarderen.”

Ondanks alles kwam er een album, met producer Bob Rock als bassist. St. Anger was weer anders: hard, ruig en grillig. Het was vooral een album waarop de band al zijn frustraties eruit gooide. Weer maakte Metallica een paar gedurfde – volgens critici niet altijd even gelukkige – keuzes. Zo haalde Ulrich de snaren van zijn snaredrum (het geluid werd in deze krant omschreven als een „blikken pedaalemmer”) en staat er op de hele plaat geen enkele gitaarsolo. „In het begin twijfelde ik daar zelf ook wel aan”, zegt de ingetogen gitarist Kirk Hammett in 2008 tegen een journalist van De Nieuwe Revu. „Tijdens St. Anger was het vooral belangrijk om als band muziek te maken. Zonder individuele leden in de spotlights te zetten. Zelfs mijn kleine ego moest daarvoor dus even aan de kant. Maar als het ons niet gelukt was om St. Anger te maken, had ik hier niet gezeten. Dan bestond Metallica niet meer.”

Aan het eind van de film wordt Robert Trujillo (ex-Suicidal Tendencies) gerekruteerd als nieuwe bassist. Hij weet de Metallica-leden te overtuigen met zijn spel en het feit dat hij zo snel kan spelen met zijn vingers (in plaats van met een plectrum). „Zo is het sinds Cliff nooit meer gespeeld”, horen we een van de leden uitroepen in de studio. Trujillo krijgt in de volgende scène een miljoen dollar geboden als voorschot. Om te laten zien dat het menens is.

In een interview met popmagazine OOR vertelt Trujillo dat hij de avond daarvoor nog een andere auditie had gedaan: „’s Avonds ben ik een borrel gaan drinken met Lars, niet wetende dat hij me tot vijf uur ’s ochtends wakker zou houden met een nietsontziende drankmarathon. Ik ben niet de meest bedreven drinker, maar ik heb mezelf staande gehouden die nacht en de volgende dag ook. Daarmee heb ik me in ieder geval in de ogen van Lars bewezen. Eigenlijk heb ik mezelf de band in gezopen.”

Met andere woorden: ze konden het nog. Drinken én muziek maken. De eerste plaat met Trujillo op bas, Death Magnetic, werd in 2008 Metallica’s vijfde achtereenvolgende album dat op nummer één binnenkwam op de Amerikaanse hitlijsten.

Een van de moeilijkste aspecten van succes, zei René Redzepi eerder dit jaar tijdens zijn boekpresentatie in Nederland, is dat mensen verwachten dat je precies hetzelfde blijft doen. „Ze zeggen: dat kun je niet van het menu halen, daarmee ben je nummer één geworden!” Metallica heeft zich daar nooit door laten weerhouden, zegt Ulrich. „Als je tien Metallica-fans op een rij zet, heb je tien verschillende mensen. Ze hebben allemaal een andere favoriet album, een ander favoriet Metallica-tijdperk.” Van goede adviezen moet Ulrich niets hebben. „Ik heb een beeld van Metallica als een creatieve bubbel, een doorzichtige bubbel die vrij ronddrijft op de oceaan – ja, ik weet dat het cheesy klinkt. Wat ik bedoel is: wij leven gewoon in onze eigen wereld en we proberen het creatieve proces zo veel mogelijk te beschermen tegen ongevraagde invloeden van buitenaf.”

Een afschuwelijke bak herrie

Metallica trekt zich dus van niemand iets aan. Niet van de critici en ook niet van de fans. Zijn er dan helemaal geen periodes, projecten of uitprobeersels waarvan Ulrich achteraf zegt: ik ben trots dat we het aangedurfd hebben, maar we hadden het beter niet kunnen doen? Hij denkt even na. „Nee. Niet echt.” Even later: „Zou ik anno 2014 een plaat opnemen met een symfonieorkest? Nee. Maar ik ben blij dat ik het in 1999 gedaan heb.”

Dan begint hij uit zichzelf over Lulu, een samenwerking tussen Metallica en Lou Reed in 2011: Metallica maakt herrie, Reed draagt daaroverheen aritmisch teksten voor, gebaseerd op stukken van de Duitse toneelschrijver Frank Wedekind. Een muziekrecensent van NRC omschreef het als „een afschuwelijke bak herrie. Eerst lijkt het een slechte grap. Lulu verdient een plaats in het Guinness Book of Records als het slechtste rockalbum ooit.”

Dat voelt Ulrich zelf ook wel een beetje aan. Maar, zegt hij: „Ik zou er geen fucking noot aan willen veranderen. Het was een van de allertofste maanden van mijn leven. Als ik met Lou Reed aan de telefoon zit en hij vraagt: willen jullie mijn backingband zijn, dan denk ik niet: wat zullen de critici ervan denken. Dan denk ik: oh mijn god, ik heb Lou Reed aan de telefoon! We gaan een plaat maken met Lou Reed.”

Helemaal nergens spijt van dan? Ulrich moet lang nadenken, maar hij kan wel één ding bedenken. Hij heeft nog een paar foto’s van zichzelf uit begin jaren negentig. In een wit leren jasje.