Met zoveel anonimiteit moet je niet willen instemmen

Ze hingen intimiderend rond, waren onbeholpen, overal tegen, klaagden bij rechtse Kamerleden, konden niet tegen kritiek, lagen op ramkoers en hadden nooit op een verkiesbare plaats moeten staan.

Dat meldde de krant, bij monde van veelal anonieme PvdA’ers, over de Turks-Nederlandse Kamerleden Selcuk Öztürk en Tunahan Kuzu, die „scheldend” de fractie verlieten. NRC Handelsblad bracht afgelopen zaterdag een reconstructie van de breuk, op basis van „voormalige PvdA-collega’s”, „een betrokkene” en „andere Kamerleden” (Öztürk en Kuzu lagen op ramkoers, 15 november).

Verschillende lezers reageerden gepikeerd. Waarom laat de krant anonymi natrappen? „Hiermee wordt de deur voor anonieme vuilspuiterij wagenwijd opengezet”, brieste een lezer.

Andere kranten gingen trouwens nog wat verder; De Telegraaf noteerde over Öztürk, uit de mond van een „aanwezige”: „Hij kamde zijn baard in de fractie, heel eng.” Je moet er niet aan denken hoe groot de schrik in de fractie was geweest bij een ongekamde baard.

En, vraagt een andere lezer, waarom bevatte het stuk geen wederhoor?

Tom-Jan Meeus signaleerde zaterdag in zijn rubriek „een permanent gebrek aan empathie en nuance in het openbare gesprek over allochtonen”.

Geldt dat ook voor de media?

De vraag naar het wederhoor is simpel: dat was uitgebreid geprobeerd, maar tevergeefs. De auteurs, Thijs Niemantsverdriet en Derk Stokmans, benaderden het duo via e-mail, telefoon en sms én legden hun bevindingen voor, maar ze reageerden niet. Dat staat in het artikel vermeld.

Het betrof ook geen zware beschuldigingen die zonder wederhoor niet publicabel zouden zijn, zoals frauderen of de kas meenemen. Je baard kammen is geen overtreding (al ken ik het huidige fractiereglement van de PvdA niet).

Niemantsverdriet vindt dus ook niet dat er sprake was van ‘vuilspuiterij’: „We hebben ons bij de citaten zoveel mogelijk beperkt tot feitelijkheden in plaats van kwalificaties.” Zo hoorden de auteurs ook die opmerking over de gekamde baard, een vermeend teken van ‘radicalisering’. Ze lieten die achterwege in hun stuk omdat het net zo goed iets heel anders kan betekenen. Of niets.

Overigens best jammer, kun je denken, want juist zo’n uitspraak zegt iets over de ergernis en frustratie in de fractie.

Het artikel bevatte verder feitelijkheden over bijvoorbeeld het stemgedrag van het tweetal of de eis van een gebedsruimte. Dat kon ook, want de Haagse redactie was al langer bezig met een portret van de fractie en had al tal van gesprekken gevoerd, waarin ook de frictie met het duo naar voren was gekomen.

Maar goed, dan nog, een reactie van beiden op de lawine aan diskwalificaties – obstructie, onredelijke eisen, intimidatie, ramkoers – was natuurlijk wenselijk geweest. Je wilt ook hun kant van het verhaal horen – als ze die willen geven.

En waarom alleen anonieme citaten?

Niemantsverdriet zegt: „Natuurlijk hadden we liever on the record bronnen gehad, maar door de omstandigheden, de crisis die op donderdagavond uitbrak en de deadline voor de zaterdagkrant, leek er op dat moment geen alternatief.” Ze spraken acht leden van de fractie, die allemaal anonimiteit bedongen.

Anonieme bronnen kunnen feiten en beweringen aandragen die elders worden gecheckt. Soms kan het ook niet anders, bijvoorbeeld als het gaat om dissidenten die een risico nemen door zich uit te spreken, of om een hermetisch gesloten beweging als de PVV, waarin er eigenlijk maar één is die spreekt. Reconstructies van politieke crises of van de val van een kabinet, zijn vaak nauwelijks te maken met louter on the record bronnen.

De vraag is, moet je ze ook citeren?

Het is een stokpaardje van ombudslieden (m/v), dat media anonieme citaten zo min mogelijk moeten gebruiken. Collega Margaret Sullivan van The New York Times heeft er zelfs een soort meldpunt voor opgericht, ‘Anonywatch’.

Het Stijlboek van NRC Handelsblad zegt er dit over: „Gebruik liever geen beschuldigende taal in anonieme quotes tussen aanhalingstekens. Het geeft een spreker die zichzelf achter de krant verschuilt een oneerlijk voordeel.” Inderdaad.

In dit geval ging het niet om dissidenten die een risico nemen door zich uit te spreken, maar om een meerderheid van eensgezinde fractieleden die zich, nadat de deur was dichtgeslagen, negatief uitlieten over twee vertrokken collega’s. Ik vind het dan toch verontrustend dat er kennelijk geen enkel fractielid bereid was om zich tegenover NRC Handelsblad onder naam uit te spreken. Het zal iets zeggen over de sociaal-democraten, maar wie weet ook iets over de status en benadering van media, of kranten.

Chef Den Haag René Moerland, achteraf ook niet gelukkig met de vele anonieme sprekers, wijst erop dat Haagse politici soms schrijvende journalisten anonimiteit vragen omdat je toch nooit weet in welke context je woorden komen, of welke kop er straks boven staat. Op tv en radio wordt de boodschap ongefilterd doorgegeven. En dat gaat dan weer makkelijker als er eerst iets, al dan niet anoniem, in de krant heeft gestaan.

En ja hoor, daar trad nog diezelfde zaterdag dat het stuk over de ramkoers in de krant verscheen, fractielid Lea Bouwmeester al aan bij de NOS om de rel voor de microfoon te bespreken. Ze zei dat ze „nog nooit zo was geschrokken”. Andere PvdA’ers doken op televisie op.

Niemantsverdriet kreeg er, zegt hij, „een nare smaak” van in de mond. „We waren verbaasd dat een aantal Kamerleden ineens wel on the record ging.”

Zuur. Maar dan moet de krant misschien ook minder snel of vaak instemmen met anonimiteit. Soms zal het niet anders kunnen, maar aandringen blijft gewenst. En anders maar niet citeren, maar parafraseren en samenvatten.

Overigens, je zou ook nog meer willen lezen over het integratiebeleid van de PvdA: of en zo ja hoe dat is veranderd, en hoe daar elders over wordt gedacht.

De explosie in de fractiekamer leverde vuurwerk op – maar je wilt ook weten of het inhoudelijk nog ergens over gaat, als de vuurpijlen zijn gedoofd.

Reacties: ombudsman@nrc.nl