Koning ananas

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee. Deze week: de uitvinder van de ananas.

Des te dichter ik in de buurt van Fort Collins kwam, een stad in de Amerikaanse staat Colorado, des te zenuwachtiger ik werd. Zijn naam was ik vaak tegengekomen, maar tot voor kort had ik geen idee van waar hij zich bevond en of hij nog leefde.

Nu stond ik – dankzij een tip op een ananascongres in Costa Rica over zijn woonplaats, en na het bellen van tal van mensen in Fort Collins met dezelfde naam – op het punt hem te ontmoeten: David Williams, de uitvinder van de ananas. Tenminste, de MD2-ananas, de variëteit die je sinds twintig jaar in elke supermarkt vindt.

Williams, een Britse tuinbouwkundige, stond tot aan de opheffing in 1987 aan het hoofd van het fameuze Pineapple Research Institute in Hawaii. Daar had hij één doel: het creëren van de allerbeste ananasplant ter wereld. Een plant met een snel en voorspelbaar groeiproces, waarvan de vruchten een uniforme maat hadden, lang goed bleven, vol vitaminen zaten en zoet in plaats van zuur waren. Williams testte honderden verschillende kruisingen en slaagde er na jaren in om een ananas te kweken die superieur was aan alle anderen: variëteit 73-114.

De ananas werd geclaimd door Del Monte, die hem omdoopte tot MD2 – vernoemd naar Milly Dillard, de vrouw van de toenmalige Del Monte-baas – en begin jaren 90 als ‘Del Monte Gold’ op de markt bracht. De extra zoete ananas zorgde voor een revolutie in ananasland. De ananasproductie (en -consumptie) is erdoor verdubbeld.

In het koude Fort Collins, met de besneeuwde Rocky Mountains op de achtergrond, leek de ananasindustrie ver weg. „Ja, kom maar langs. Als je dat graag wil”, had Williams me aan de telefoon gezegd. Hij begreep niet helemaal waarom ik hem zo graag wilde spreken. Inmiddels was hij in de tachtig en met pensioen. Zijn jaren in Hawaii lagen ver achter hem, ananas zag hij alleen nog bij zijn ontbijt. Opgesneden in kleine blokjes.

Williams, in een wijde kaki broek met een geruit overhemd en bretels, nam uitgebreid de tijd om zijn levensverhaal te vertellen. Maar van enige passie voor zijn succesuitvinding, de MD2, bleek geen sprake. Een goede anekdote over het moment dat hij wist dat hij perfectie had bereikt was er niet. Wat Williams vooral was bijgebleven van zijn periode in Hawaii was de vrijheid. „Niemand bemoeide zich met me. Ze lieten me helemaal alleen met mijn experimenten.” En ja, het klopte dat hij goed was in zijn werk, dat een van zijn variëteiten de hele industrie op zijn kop had gezet en dat er waarschijnlijk nooit een betere ananas zal komen. Maar trots? Nee. Dat zijn uitvinding is vernoemd naar Milly Dillard („een hele knappe vrouw”) en niet naar hem kan hem „niets schelen”. „Het was gewoon mijn werk. Ik kreeg er goed voor betaald.”

Een held hoort een beetje bescheiden te zijn. David Williams erkende zijn rol, maar schoof alle eer die daarbij komt kijken opzij. Pas toen ik wegging en hij opstond zag ik dat de schommelstoel waarop hij al die uren had gezeten, een ananasprint had. De troon van de anonieme ananaskoning, dacht ik.