‘Geld Giro 555 gaat niet altijd naar juiste organisaties’

Het geld dat burgers storten op ‘rampengiro’ 555 gaat niet altijd naar de juiste organisaties. Dit blijkt uit een intern rapport van de stichting achter het gironummer, Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), meldde De Correspondent gisteren.

De commissie schrijft in het rapport dat het bestuur van de SHO niet goed functioneert en dat de directeuren van de deelnemende hulporganisaties teveel “hechten aan de profilering van de eigen organisatie.” Het rapport zou al sinds februari gereed zijn, maar werd door de organisatie niet naar buiten gebracht.

Morgen begint de nationale actieweek voor de strijd tegen ebola. Er is al ruim 2,5 miljoen euro opgehaald voor de bestrijding van ebola. Volgende week zullen in het hele land acties worden gehouden.

De Samenwerkende Hulporganisaties bestaan uit tien hulporganisaties, waarover het geld volgens een vaste verdeelsleutel wordt verdeeld. Van het geld dat voor de ebola-actie binnenkomt, gaat bijna twintig procent naar het Rode Kruis en minder dan twee procent naar de organisatie World Vision. In het rapport wordt de verdeling van de gelden bekritiseerd. In 2013 bijvoorbeeld werd er een inzamelingsactie voor slachtoffers van de oorlog in Syrië gehouden. Het Rode Kruis, Unicef en de Stichting Vluchteling waren de enige clubs die al aanwezig waren in het land vóór de inzamelingsactie. Ze hadden er een netwerk en organisatiestructuren, maar kregen 40 procent van het ingezamelde geld. Het overige geld ging naar organisaties met weinig of geen ervaring in het rampgebied. De vaste verdeelsleutel is een probleem, vinden de schrijvers van het rapport, omdat geen rekening wordt gehouden met verschillende soorten rampen. Het Rode Kruis heeft bijvoorbeeld meer ervaring met het bestrijden van een medische crisis als ebola, dan een organisatie zoals Save the Children. De verdeelsleutel zou daarop aangepast moeten worden. De directeuren van de tien hulporganisaties slagen er zelf niet in om een goede discussie te voeren over deze verschillen, staat in het rapport.

De commissie spreekt haar verbazing uit dat de bestuurders „toch steeds belang blijven hechten aan de profilering van de eigen organisatie.” Ook de mediapartner heeft volgens de commissie kritiek op de Giro 555-acties. NPO/NOS zou „ontevreden” zijn over de „professionaliteit” van de Samenwerkende Hulporganisaties.

De reden dat het rapport niet eerder openbaar werd, aldus SHO-voorzitter René Grotenhuis in De Correspondent, is dat er tijd nodig was om „huiswerk” te doen.