Hoe kom je van dit virus af?

De vogelgriep is vrijdag ook vastgesteld in Overijssel. Pluimveehouders vrezen de ruimingshorror van 2003.

Met twee nieuwe vogelgriepgevallen op één dag is de schok in de pluimveehouderij compleet. „Het is Russisch roulette”, zegt Albert Jan Maat, voorzitter van landbouworganisatie LTO. Gert-Jan Oplaat, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, vreest een „faillissementsregen” als de vogelgriep zich verder verspreidt naar de Veluwe, waar de meeste pluimveehouderijen zich bevinden.

Deze week werd het pluimvee geruimd van bedrijven in Hekendorp (Utrecht) en Ter Aar (Zuid-Holland). In de Overijsselse gemeente Kampen raakten zeker drie pluimveehouders hun vogels kwijt nadat vrijdag op een eenden- en een kippenbedrijf de vogelgriep werd vastgesteld. 34 bedrijven in een straal van tien kilometer van de bron worden aan onderzoek onderworpen.

De pluimveehouders zelf – professionals en hobbyisten – proberen nu elk risico op besmetting te vermijden. Intussen zoeken virologen naar een antwoord op de vraag hoe het H5N8-virus hier is terechtgekomen. En tegelijk klinkt al weer de bekende kritiek: de pluimveehouderij zou door industriële massaproductie het onheil over zichzelf afroepen.

Het horrorscenario voor pluimveehouders is dat van 2003, toen door de vogelgriep honderdduizenden kippen werden geruimd. Het duurde zeker tot 2010 voordat het kippenaantal in Nederland weer op het niveau van 2003 zat.

Je zou denken: er is een les geleerd. Hoe kon het dan toch weer misgaan?

Een veelgehoorde veronderstelling is dat het virus hier via trekvogels is beland. Alleen: virologen hebben wel andere griepvirussen, maar níét het besmettelijke H5N8-virus aangetroffen bij wilde vogels – ook niet in de honderden monsters die de afgelopen dagen zijn verzameld rond Hekendorp, waar het eerste geval van vogelgriep werd gevonden.

Het kan ook anders. Het virus kan zich, eenmaal hier, hebben verspreid via handel in pluimvee. De hoge concentraties kippen in megastallen zou de verspreiding van de vogelgriep dan versnellen.

Henk van der Jeugd, hoofd Vogeltrekstation van het Nederlands Instituut voor Ecologie, denkt juist dat het probleem de vrije uitloop van het pluimvee is. „Als je doordenkt over een oplossing, is vrije uitloop van kippen bijna niet overeind te houden”, zegt hij.

Kan het ook aan een gebrekkige weerbaarheid van de kippen liggen? Nee, zegt LTO-voorzitter Maat. Volgens hem heeft de pluimveesector zich de laatste jaren „enorm” ontwikkeld. Kippen zijn door grote investeringen gezonder en weerbaarder geworden, zegt hij.

Is er een oplossing?

„Diervriendelijker stallen”, zegt Van der Jeugd. „En dat kost ruimte en geld.” De sluiting van megastallen is echter géén optie, volgens Albert Jan Maat. „Niet alleen kun je met pluimveehouderij in kleinere eenheden geen brood verdienen, het leidt ook tot minder professionele en minder diervriendelijke stallen.”

Om de griep onder controle te krijgen is er een landelijk vervoersverbod van kracht voor pluimvee, eieren, pluimveemest en strooisel van pluimveebedrijven.

Wat Maat vooral zorgen baart, is dat de griep zijn weg heeft gevonden naar een ‘dichte’ stal. „Zo ongeveer de laatste plek waar je het zou verwachten” zegt hij. Hij benadrukt het belang van het vervoersverbod, ook voor hobbydierhouders. „Eén kip, één laars kan het virus verspreiden.”

De uitbraak in 2003 richtte een schade aan van zeker een miljard euro. Over schadevergoeding praten vindt het kabinet nu te voorbarig, zei vicepremier Lodewijk Asscher vrijdag na de ministerraad. Volgens Asscher moet eerst worden voorkomen – „vanuit het belang van de landbouw, maar ook van de volksgezondheid” – dat „het virus zich verder kan verspreiden.”