Gitana

Over het gezicht van Robin van Persie was het wit van woede neergedaald. Hij sprak in een kramp, met droge mond. Onder de woorden lagen koortsblaren. De spits van United nu kanselredenaar. Hij eiste radicale vervolging „voor zo iets afgrijselijks” als de kanonnade van racisme op internet na de selfie van Leroy Fer met enkele donkere jongens. Als Openbaar Ministerie van Oranje stond hij daar glaciaal.

Koude lava.

Je verwacht het niet van de altijd lichtjes autistische aanvoerder van het Nederlands elftal. Kokend bloed voor iets dat een ander raakt?

Er zit meer maatschappelijkheid in Van Persie dan hij laat zien en horen. Eerder al durfde hij klassieke pijnpunten in zijn wereld benoemen, in volle wedstrijd zelfs. In woord en gebaar. Geen briljante aanvoerder, wel een perfecte woordvoerder. Un homme du monde, en altijd met licht oppositioneel parfum. Zoals spitsen zijn.

Robin van Persie is vroeg oud geworden. Uit zijn tijd bij Feyenoord herinner ik me de puber die vonken van asociaal gedrag niet schuwde. Weinig talent voor onderdanigheid. Anderzijds pakte de Rotterdammer geregeld uit met een rectaal clangevoel: raak niet aan de vriendjes van mijn vriendjes.

Hij staat in het leven als een zigeuner, zei hij eens in zijn klassiek anekdotische vocabulaire. In zigeuners herkende hij zijn temperament. Het vrije, het zoekende, onrust, maar ook lef en plezier. Soms zag hij zich op tafel in een kerkhof van lege flessen wijn springen en daar vurig en weemoedig worden door de weelderige haren en warme oogopslag van zijn geliefde Gitana. Zigeuner worden onder zigeuners, zo wou hij leven, zei hij. Zo speelt hij ook, vroeger in de Kuip, nu op Old Trafford.

De snijdende filippica tegen internetracisten was het momentum van Van Persie. Ook omdat hij het formuleerde op de avond na de monsterzege van Oranje tegen Letland. De indrukwekkende anticlimax van: er is zoveel meer dan bal en man. Beschaving en tolerantie, bijvoorbeeld.

Inmiddels is het momentum alweer begraven in banale discussies over kunstgras. Voor of tegen? Miserabel dilemma. Zoveel is zeker: promotoren van nepgras hebben hun jeugd gemist. O, wat was het heerlijk als kind jezelf rollebollend door het groene malse gras te laten glijden.

Erotiek.

Die herinnering zou moeten volstaan om de non-discussie overboord te kieperen, maar inmiddels is nepgras op voetbalvelden big business geworden. En dan wacht voor traditie en genot altijd een massagraf. Toch, wat een vloek zou het zijn geweest, Rinus Israël op kunstgras, of Willem van Hanegem? Had iemand dan het ‘polletje’ van Hans van Breukelen willen missen?

Boerenlogica heeft het laatste woord: op kunstgras loop je met mocassins, niet met noppen. Je kan op nep na een doelpunt niet eens een sirene halen. Nagemaakt gewas is voor tachtigjarige veteranen met jicht. De goddelijke geur van het groene dons ver voorbij.

Robin van Persie tilde Oranje op tot toetssteen van geweten. Toch valt te vrezen dat zijn bevlogen moment nog weinig naklank zal kennen. Altijd weer wordt sportethiek verzopen in puur bureaucratische nasleep. Urgentie: nul.

Het is ingebakken lankmoedigheid van bonden en clubs, de FIFA voorop. Robin zelf kan het momentum ook niet blijven vasthouden. Hij moet nu weer vechten voor zijn positie bij Manchester United. Daar kunnen geen existentiële muizenissen in het hoofd bij.

Voor minder dan een voetballoze zondag tegen racisme in alle Europese competities krijg je de bagger niet uit de lucht. Haal daarom het oude stakingswapen van stal. Een jour sans ontreddert niet alleen het voetbal, maar de hele samenleving.

Crapuul lynchen gaat dan vanzelf.